In een land van krankzinnigen

De moedige coming out van dominee Van Drimmelen ('de hele wereld mag weten dat ik geen pedofiel ben') heeft geleid tot een reeks andere bekentenissen. Zo onthulde bisschop Bomers gisteren dat hij nooit rooms is geweest; hij wilde alleen begrip kweken voor de katholieken. Rond tv-clown Braakhekke ontstond zelfs verwarring. Volgens het AD had hij zijn homoseksualiteit alleen voorgewend om het koksberoep acceptabeler te maken - of omgekeerd, dat werd niet duidelijk.

Zou het buitenland begrip hebben voor onze gereformeerde dominee? Soms stel ik mij het gezicht voor van een krantenlezer in Osaka, die in de Asahi Shimbun de pedofiele zwarte comedie ziet. De man - boekhouder bij Mitsubishi - leest zijn vrouw het bericht voor, en samen rollen ze schaterend over de tatami.

Hoe zou een dominee eigenlijk tot zo'n goedkope sick joke komen? Het zou Van Drimmelen gesierd hebben, als hij undercover in een pedofiel netwerkje was geïnfiltreerd, en aan den lijve had gevoeld hoe het is om een angstig achtjarig jongetje liefdevol te betasten. Dan wist hij tenminste waarover hij sprak.

Al even onsmakelijk waren de snelle juichkreetjes van de synodevoorzitter Vissinga: 'een moedige daad'. De decaan van de Theologische Faculteit van de VU, Henk Vroom dacht, volgens De Groene Amsterdammer, aan een brede commissie om te onderzoeken of “ook pedofilie door de kerk kan worden aanvaard”. Applaus in Trouw, want als onze gereformeerde medeburgers ergens aan verslaafd zijn, dan is het aan openbare biechten.

Wat zegt het oecumenische gemeente/parochieblad HN-magazine van de affaire? Moet Van Drimmelen wegens zijn gefingeerde bekentenis vrezen voor de toorn van hoofdredacteur/directeur Willem van der Meiden? Het is de bloeddorst van een schaap, zoals Denis Healey zei. Van der Meiden keurt de pseudo-bekentenis af, en constateert dat de predikant uit Zeist zijn eigen kerk de grootste schade heeft berokkend want: “Buitenstaanders krijgen door het gehannes van de twee dominees nu de indruk dat 'de kerk' het zo nauw niet neemt met de slachtoffers van seksueel geweld.” Dat lijkt een juiste analyse.

Van der Meiden eindigt met een stichtelijk woord, onder verwijzing naar de volkswijsheid dat de Heer met een kromme stok rechte slagen doet: “Het is te hopen dat uit de affaire-Van Drimmelen ook nog iets goeds kan voortkomen: een discussie over de grenzen van seksualiteit en over de kwaliteit van pastorale zorg.” Een uitstekend idee: als de gereformeerde kerk vast met het tweede onderwerp begint, neemt de rest het eerste en dan kijken we wie het eerste klaar is.

Soms heeft een mens het gevoel, dat hij in een land van krankzinnigen leeft. Dat blijkt geen totaal waanbeeld te zijn, want professor Paul Schnabel vertelt in De Groene Amsterdammer dat één op de vier Nederlanders vorig jaar een serieuze psychische klacht heeft gehad. Niet zomaar een dipje of een beetje depri, maar reële angsten, eetstoornissen, psychosen. Schnabel is geen fantast, dus het zal waar zijn. Maar in dat afgelopen jaar werd ook geschreven dat dertig procent van alle Nederlanders te hoge bloeddruk heeft, zestig procent niet kan slapen, en veertig procent ademhalingsmoeilijkheden heeft. Lees de folders van patiëntenorganisaties maar eens: het zijn altijd gigantische aantallen mensen die aan hún ziekten lijden. Wanneer je die aantallen optelt, lijkt het uitgesloten dat er nog één gezonde Hollander te vinden is.

Al die dominees, al die zorg, het heeft iets benauwends. Dat schrijft ook Dirk-Jan van Baar in HP/De Tijd, in een cultuurpessimistisch essay: “Hoewel dit mij nogal benauwt, denk ik dat ons een nieuwe golf politiek correcte opvoeding te wachten staat. Die zal de privé-sfeer binnendringen en uitgaan van een feminien wensenpakket. (..) Ons wacht een steriele wereld, vol biobakken, zaaddonors, zwangerschapsverlof, deeltijdwerk, peuterspeelzalen, verkeersdrempels, snelheidsbeperkingen en elektronische camera's.”

Waar blijft het grootse, meeslepende leven? We zullen een surrogaat voor oorlog moeten vinden.