'Gastadviseur' las concept-rapport

Acht nevenfuncties heeft de in opspraak geraakte procureur-generaal D.W. Steenhuis vandaag precies een jaar geleden opgegeven bij het openbare register van het parket-generaal in Leeuwarden.

LEEUWARDEN, 15 JAN. Bij twee van Steenhuis' nevenfuncties staat in het register 'ja', omdat het gaat om een bezoldigde functie. Dit is bij 'Adviseur Bakkenist, Diemen' en bij 'Voorzitter Raad van Commissarissen Abri Beveiliging BV, Naarden'. De zes onbezoldigde functies zijn: voorzitter van de stichting Criminologica Foundation in Den Haag, bestuurslid van de stichting Reclassering Nederland in Amersfoort, lid van de stichting Publiek Domein in Utrecht, lid van het college van curatoren van de bijzondere leerstoel empirische criminologie in Amsterdam, lid van de raad van toezicht van stichting 'De Trans' in Rolde en Emmen en lid van de raad van toezicht van het Dialysecentrum in Haren.

Nevenfuncties voor leden van de rechterlijke macht zijn niet verboden, wel omstreden. Sinds 1 januari vorig jaar zijn alle leden van de rechterlijke macht, zowel vaste rechters, plaatsvervangend rechters, officieren van justitie, gerechtsauditeurs en rechterlijke ambtenaren in opleiding als procureurs-generaal, wettelijk verplicht hun nevenfuncties op te geven. Het gaat om zowel bezoldigde als onbezoldigde nevenfuncties.

De registers liggen ter inzage bij de rechtbanken, gerechtshoven en parketten. Ze zijn in de eerste plaats bedoeld het vertrouwen van rechtszoekenden te bevorderen. Die moeten kunnen controleren of rechters en officieren een mogelijk eigen belang hebben bij de zaken die ze behandelen. Leden van de rechterlijke macht hebben een eigen verantwoordelijkheid als het erom gaat belangenverstrengeling, of de schijn daarvan, te voorkomen. Als die optreedt worden zij geacht zich uit een zaak terug te trekken.

De vraag is of Steenhuis, hoofd van het openbaar ministerie voor Friesland, Groningen en Drenthe, aan de bel had moeten trekken toen het bureau Bakkenist van het ministerie van Justitie de opdracht kreeg het functioneren van de zogenoemde 'driehoek' (hoofdofficier, korpschef en burgemeester) in de Groningse zaak-Lancée te onderzoeken. Als procureur-generaal is Steenhuis hierbij immers direct partij. Oud-korpschef Veenstra van Groningen, die mede naar aanleiding van het rapport-Bakkenist aftrad, liet vorige week al weten te twijfelen aan de objectiviteit van het rapport. Volgens hem waren eerdere versies van het rapport gunstiger voor de politie en kritischer ten aanzien van justitie. Steenhuis heeft volgens het OM in Den Haag gereageerd op conceptversies van het rapport. “Dat was in zijn hoedanigheid van toezichthoudend procureur-generaal”, aldus het OM.

Steenhuis begon op 1 september 1996 bij Bakkenist. Hij is er lid van de zogenoemde 'Adviesraad Werkstromen', een commissie die zich bezighoudt met organisaties waar veel eenvoudige werkhandelingen worden verricht, zoals overschrijvingen bij banken. Het werk van Steenhuis behelsde het bijwonen van vergaderingen van de adviesraad en “het schrijven en geven van een enkel advies”, werkzaamheden die “een halve dag per maand” in beslag namen, aldus een woordvoerder van het OM. “Van tevoren is bedongen en vastgelegd dat hij zich verre zou houden van de terreinen van politie en justitie.”

Zowel het openbaar ministerie in Den Haag als bureau Bakkenist doen moeite de schijn van belangenverstrengeling te bagatelliseren. Volgens het OM in Den Haag was Steenhuis niet betrokken bij de keuze door het ministerie van Justitie voor het bureau-Bakkenist. Volgens Bakkenist is het onderzoek “uitgevoerd door een andere sector dan waarmee de heer Steenhuis relaties onderhield, namelijk door de sector Organisatie”, aldus het bureau in een persbericht. Steenhuis werkte bij de sector Informatietechnologie. Het bureau heeft daarom geconcludeerd dat er geen aanleiding was “aan de noodzakelijke objectiviteit van het onderzoek te twijfelen”. In overleg met Justitie is de kwestie volgens het bureau expliciet aan de orde geweest.