Fietsenroof (1)

De laatste geluiden over het roven van allerlei Nederlandse bezittingen door de Duitsers zijn nog niet verklonken, of de echtgenoot van onze vorstin komt aan de reeks van schilderijen, juwelen, horloges, etc. nog eens de fiets toevoegen.

Echter, door de manier waarop hij dat doet, onderscheidt hij zich van alle aanklagers die we enige tijd geleden in de media konden horen uithalen: de heer Von Amsberg trekt de fietsenroof in de sfeer van het leuke. Die roof, zegt hij is “zoiets als een nationaal epos, dat van generatie op generatie wordt overgedragen” (NRC Handelsblad, 12 januari).

Ik zou erom kunnen lachen, ware het niet dat Von Amsberg de bedenker van deze geestigheid is, de man wiens eigen nationaal epos zo zijn pijnlijke kanten heeft. Ik wil tegenover alle generaties die ik nog mag meemaken, graag mijn mond houden over Von Amsbergs oorlogsverleden. Maar als hij er blijk van geeft, tijdens de jaren van zijn echtelijke staat niets geleerd te hebben ten aanzien van de gevoeligheden hier te lande, vraagt hij er zelf om, alsnog en wederom, zijn plaats te worden gewezen.