Een gekaapte plantagestaat

Suriname is een kwartslag gedraaid, van Amsterdam naar Miami. Suriname, land van McDonalds, Saver's Paradise, de Kasimex house band, Susan's Collection, een executive club en de task forces van de president.

AANKOMST

Applaus klatert door het toestel. Touch down. De ex-kolonisator heeft het weer voor elkaar; opnieuw een KLM-vliegtuig veilig aan de grond gezet in Suriname.

Vliegen betekende voor Surinamers altijd ook: de onvermijdelijke confrontatie met Nederlandse techniek. Verzet was alleen mogelijk door een woud van niet opgeklapte stoelleuningen en eetplateautjes achter te laten. En, voor de mannen, door te roken en te drinken alsof hun leven er vanaf hing.

Maar er is iets veranderd. Er hangt geen dik gordijn meer van alcohol- en nicotinewalmen achterin het toestel. En de passagiers blijven zitten, tot het toestel stilstaat op het gloeiende asfalt van de J.A. Pengel Luchthaven.

De stress is dit keer niet meegevlogen. Is het trots, nu de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij en de KLM intensief samenwerken? Nu de luchthaven is gemoderniseerd? Gaat het soms beter met Suriname?

DE STAD

Het moest voor de hele familie zijn. Geen bier, zoals in Parijs, maar verder alles wat McDonalds in huis heeft aan hamburgers, gefrituurde kip en salades. En mèt drive thru.

De symbolische eerste paal op het bouwterrein in hartje Paramaribo werd in oktober geslagen, bij een plechtigheid met on-Amerikaanse hapjes en drankjes, en toespraken van de Amerikaanse ambassadeur, de McDonalds-rayonmanager voor het Caraïbische gebied, en de stralende Surinaamse licentiehouder, een jonge telg uit het zakengeslacht Fernandes.

'Kee-ef-sie' (Kentucky Fried Chicken) was er al, maar nu heeft Paramaribo ook McDonalds. Het is de eerste in de drie Guyana's; eindelijk steekt Suriname beide buurlanden weer eens de loef af. Na de bauxiethausse van de jaren veertig, toen hij de luchthaven aanlegde, en de revolutionaire paniek van de jaren tachtig, toen hij met een invasie-leger werd verwacht, is Uncle Sam terug in Suriname.

Het is een verantwoorde investering. Jaarlijks vliegen duizenden Surinamers heen en weer tussen vaderland en Nederland. Aan beide polen van die permanente bilocatie kunnen ze nu een Big Mac eten.

De amerikanisering van Suriname. Sinds het aantrekken van de economie en de toetreding tot de Caricom, de Caraïbische vrijhandelszone, wordt het land overstroomd door producten uit de regio. Tien soorten pindakaas uit Trinidad, Amerikaanse tandpasta, chips en zoutjes.

Muurvast zit het verkeer op zaterdag in Paramaribo. Koopdag. De nieuwe City Mall, een 'shopper hal' vol boetieks en winkels, barst uit zijn voegen. Het prijskaartje van de Philips platbeeld-tv is te klein voor de 1.110.000 Surinaamse guldens die hij moet kosten; de nullen lopen aan de achterkant door.

Surinamers lezen nu ook etiketten, zegt een klant in de Combé Markt, net als jullie Nederlanders. En heus niet meer alleen de vervaldatum. Op straat en in vuilnisbakken is het een kerkhof van Solo-flesjes, de veelkleurige limonade van Trinidad. Duurder dan een boterhamzakje Surinaamse soft met rietje - waarmee niemand meer gezien wil worden.

HET LAND

Suriname is een kwart slag gedraaid. Van Europa naar Amerika, van Amsterdam naar Miami. Politici en andere 'hoge functionarissen' spreken nog steeds het procedurele bureaucratenjargon van de Nederlandse jaren vijftig, maar het publiek spreekt al de taal van Baywatch, van Rolex en remote control.

De publieke sector komt nog niet goed mee. Glanzende BMW's stuiven op weg naar een van de nieuwe service stations over wegen vol gaten en kuilen.

De halve luxe van een ontketende importeconomie.

Maar ook de productie is ontketend. In tientallen achtertuinen klinkt getimmer en het geraas van zaagmachines. Ook mentaal hebben veel Surinamers zich een kwart slag gedraaid: weg van de politiek, weg van het heilloze gedelibereer aan de Gravenstraat, weg van de Nederlandse 'obsessie' met Desi Bouterse - eindelijk zelf weer aan de slag. Nieuwe kansen. Een uitdaging voor sommigen, bittere noodzaak voor de meesten.

“Het klimaat in dit land is ingrijpend veranderd”, vertelde een prominente NPS-politicus al twee jaar geleden. “De repressieve, bedrukte sfeer van de jaren tachtig is weg. Particulier initiatief bloeit overal op - en zelfs een Bouterse gaat dat niet meer kunnen veranderen.”

En dus komt niet alleen McDonalds naar Suriname. De economische opleving trekt een nieuw slag repatriant, zoals ingenieur Hubert Rampersad, in 1993 gepromoveerd met 'Integrated and simultaneous design for robotic assembly'. Hij liet een goede baan en een koophuis in een 'elitewijkje' in Geldrop achter, om hoogleraar te worden aan de Anton de Kom Universiteit.

“Ik ben positief”, zegt hij. “Ik ben gekomen om te helpen en niet om te praten vanaf de zijlijn. Er is een cultuurshock nodig in dit land: normen en waarden upgraden. En we gaan het redden.”

Hij heeft 52 publicaties op zijn naam staan. “Ik draai mee in de internationale top. Ik heb het geluk dat ik overal kan binnenkomen, door mijn attitude, door mijn enthousiasme. Ik kom met recepten, met oplossingen, tot in detail.”

Niet alle oplossingen zijn even netjes.

Neem Saver's Paradise, het kooppaleis aan de Tourtonnelaan. De 'S' in de naam is een dollarteken. Voor de Spaans-Californische façade staan potpalmen en speelgoedbeesten - de kitsch van de shopping mall. Honderd gulden voor een ritje. Boven zijn er gekoelde drankjes en ijs.

Het kooppaleis staat op een perceel dat was bestemd als sportterrein voor de jeugd. Maar de onderminister voor Sportzaken verkocht het door aan een bevriende handelaar: tegen alle regels in, merkte de Surinaamse Rekenkamer op, maar met volledige officiële goedkeuring.

Nu valt er uitbundig te winkelen aan de Tourtonnelaan - en soms luidruchtig te feesten, met daverende optredens van de Kasimex house band.

In dit deel van de Tourtonnelaan geldt een toeterverbod; er staat een ziekenhuis op de hoek.

DE STAAT

Zo is de Surinaamse werkelijkheid heviger dan een decennium geleden - vrijer maar ook harder, ijveriger maar ook wilder.

Alleen de taal van de overheid is nog dezelfde. “Het ligt in de planning van het dorpshoofd om te voorzien in één werkkamer voor de functionarissen in de drie dorpen, hetwelk het managen van de aangelegenheden daar moet bevorderen”, meldt het radio-journaal.

Wat vroeger koloniale verordeningen waren, werd na de onafhankelijkheid vertaald in het jargon van de planeconomie: nog steeds de gebiedende toon van een bevelshuishouding. Zo gaat het vanouds met afgeschreven ideeën uit het Westen, zoals met afgekeurde medicijnen: ze belanden in de Derde Wereld, waar ze worden gevierd als wondermiddelen.

Ook de regering-Wijdenbosch praat over “een operationeel plan, met daaraan gekoppeld een tijdschema”. De economie van de hoop, de markt van de gefnuikte verwachtingen. Nog steeds het meest gebruikte woord in Suriname: de 'potentie' van het land.

Maar Wijdenbosch bracht ook iets nieuws: de partij van Desi Bouterse, de man die als geen ander in het land over lijken is gegaan, beloofde het Surinaamse volk aandacht voor morele waarden.

Het moreel reveil beperkt zich tot de televisiespotjes die de Nationale Dienst Voorlichting uitzendt. We zien een schooljongen in de berm plassen. We zien een bejaarde vrouw aarzelen met oversteken. 'Eerlijkheid, trouw en respect zijn zo makkelijk vergeten', zegt een zachte vrouwenstem. Surinamers, plas niet in de berm. En help die vrouw de straat over.

Intussen maakt een zwaarbewapende, met bivakmutsen gecamoufleerde commandogroep een gewelddadig einde aan een couppoging.

Terwijl de Surinamers hard werken, en zich nauwelijks druk maken om het gekrakeel in de politiek, werkt er één het hardst van allemaal: degene om wie al het gekrakeel is begonnen.

Desi Bouterse is een hosselaar, een waka man, en heel de Surinaamse staat wordt ingeschakeld voor zijn allerbelangrijkste doel: Bouta's overleving. Terwijl de bevolking gedreven en toegewijd timmert en zaagt om de façade op te knappen, is Bouterse bezig met zijn heimelijke binnenhuisarchitectuur.

Hij handelt in goud, hout en, het is in Suriname een publiek geheim, in drugs. Zijn beschermeling Jules Wijdenbosch is President van de Republiek, zijn volgeling Iwan Graanoogst is chef van het Kabinet van de president, zijn onderhorige Doorson is hoofd van de inlichtingendienst, zijn vertrouweling Melvin Linscheer is veiligheids-adviseur van de president en directeur van een particulier bewakingsbedrijf.

Hijzelf is Adviseur van Staat.

Een gekaapte staat, voor een rijke elite.

De trucks van de vuilophaaldienst in Suriname rijden eenmaal per week een vaste route, langzaam en lusteloos. Te langzaam voor de nieuwe machthebbers - direct na zijn aantreden, anderhalf jaar geleden, stelde de president een task force in om de straten onder applaus van het publiek schoon te vegen.

Krin Srnan, Schoon Suriname.

En zoals alle andere task forces die volgden - voor alle mogelijke beleidsterreinen - valt ook deze rechtstreeks onder de president. Geen begroting, geen controle, geen publiek toezicht. Het land wordt geregeerd per task force, vanuit het Kabinet der President. Een ongrijpbaar machtscentrum, dat geruisloos doorwerkt terwijl het parlement steeds grilliger vergadert en de Rekenkamer al maanden geen stukken meer krijgt opgestuurd.

Het rapport van de Rekenkamer over 1997 verscheen al deze maand, uitzonderlijk vroeg voor een jaarverslag. “De Regering houdt essentiële informatie achter en heeft plaatselijke controle onmogelijk gemaakt door ambtenaren te verbieden die toe te staan. Het verslag kon derhalve kort worden gehouden”, schrijft voorzitter Hans Prade in zijn inleiding.

De oude truck van de vuilophaaldienst schommelt intussen voort.

In een façadestaat wordt het oude overheidsapparaat niet onttakeld, het draait gewoon door - in het luchtledige.

Niet dat het zonder slag of stoot gaat. Voor wie twijfelt aan de persvrijheid in Suriname: een cartoon in De Ware Tijd toont de koetsiers Wijdenbosch en Bouterse, beiden in pak met stropdas. Ze jagen hun kar - Suriname - in hoge vaart richting 'afgrond'. De magere Surinamers die de kar trekken, wordt een vette worst voorgehouden.

De spotprent was een groot succes.

Maar soms wordt er van binnenuit een gat geslagen in de façade.

Onbekenden plukten de journalist Edward Troost van De Ware Tijd begin december op klaarlichte dag van de straat, trokken hem een zwarte zak over het hoofd en sleurden hem een auto in. Troost werd meegenomen naar een buitenwijk, in elkaar geslagen en bedreigd. Met de opmerking 'dit is jullie cadeau voor acht december' werd hij in shocktoestand weer in de stad afgezet.

Klein-Colombia in de straten van Paramaribo.

De daders zijn nog op vrije voeten.

DE CULTUUR

Een avond vol glitter in hotel Torarica, aan de fonkelende Surinamerivier.

Dames in avondkleding en met gelakte handtasjes. Jonge vrouwen in laag uitgesneden strapless Dynasty-jurken. Broches en kunstbloemen.

Voor 8.000 gulden per plaats bezoekt tout Paramaribo de modeshow van Susan's Collection, na jaren afwezigheid weer terug in swingend Suriname. Ook een breed lachende Iwan Graanoogst wandelt langs, kaarsrecht in smoking en met vlinderdas. Graanoogst, intimus van Desi Bouterse, is thans chef van het Kabinet van de President. En de grootste groentehandelaar van Suriname. Hij grijnst van oor tot oor. We zien een man die eindelijk het povere legergroen heeft kunnen uitdoen en zich nu bovengronds in stijl kan vertonen, als de man van de wereld die hij is.

Terwijl de mondaine elite zich vermaakt in het viersterrenhotel, komt een paar honderd meter stroomopwaarts, in een somber fort langs dezelfde rivier, een ouder en melancholieker Suriname samen. Zeelandia, waar Bouterse op 8 december 1982 vijftien tegenstanders liet vermoorden, is een cultureel centrum geworden.

Op de binnenplaats luisteren veertig belangstellenden onder een donkere hemel naar een lezing over de Surinaamse schrijver Albert Helman. Helman was “een Renaissance-mens”, zegt de spreker, de Nederlandse letterkundige Michiel Van Kempen. Hij interesseerde zich voor Bertrand Russell, wiskunde, Abessijnse literatuur, Beethoven.

In het geïmproviseerde barretje wordt sap geschonken in bekertjes, en cola uit ongemerkte plastic flessen.

Als er ten slotte een stortbui losbarst, schuilt de culturele elite giechelend onder een afdakje in het moordfort.

Sommige Zuid-Amerikaanse en Aziatische naties ontwikkelen zich tot illiberal democracies, schreef onlangs het tijdschrift voor internationale betrekkingen Foreign Affairs. Wel verkiezingen, maar geen rechtsstaat. Een bevolking die het te druk heeft met overleven en zich verre houdt van de politiek; die wel zelfvertrouwen opbouwt, maar alleen in eigen kring. En een elite die zich wel om de zoveel jaar langs politieke weg laat legitimeren, maar geen scheiding der machten of democratische controle erkent.

VERTREK

Het internationale vliegveld van Suriname heeft een nieuwe vertrekhal - modern en koel, met airco, plastic stoeltjes en gift shops. Het oude staatswinkeltje met speldjes, sleutelhangers en houten indianen is verdrongen door kiosken met goud, sieraden en mode van Versace en Gucci. En er is een executive club, waar de duurste passagiers de tijd kunnen doden en de telefoonstoring niet doordringt die de rest van de vertrekhal deze middag lamlegt.

Trekkend en duwend aan koffers, kartonnen dozen vooruitschuivend, verdrongen de Surinamers elkaar hier vroeger voor de houten afscheidingen naar de vertrekhal. Voordringen - boro, van 'boren' - was een kunst.

Niet meer. Keurig schuifelen de passagiers naar de zes loketten met in neon de bestemming 'Amsterdam', beduusd door zoveel on-Surinaamse efficiency.

Vooruitgang heeft de boro man getemd.

Nu de waka man nog.