E-mail gaat onder briefgeheim vallen

DEN HAAG, 15 JAN.Internet toegangsaanbieders krijgen dezelfde wettelijke status als drukkers en uitgeverijen. Daarmee zijn zij niet meer verantwoordelijk voor de inhoud van strafbare data (zoals kinderporno) die via hen op het Internet wordt aangeboden. Wel worden zij verplicht mee te werken aan het opsporen en verwijderen van schadelijke data als justitie daarom vraagt. E-mail (elektronische post) krijgt volgens het wetsvoorstel dezelfde beschermde status als brieven en telefoongesprekken.

Dat schrijft minister Sorgdrager (Justitie) in het wetsvoorstel Computercriminaliteit II, dat vandaag aan onder meer de Nederlandse Orde van Advocaten is gestuurd ter consulatie. De regeling voor de zogenoemde providers ligt in het verlengde van die voor PTT Telecom, die ook niet verantwoordelijk is voor de inhoud van de telefoongesprekken die op het net gevoerd worden. In het wetsvoorstel schrijft Sorgdrager voorts dat de aanbieders in 'zware gevallen' mee moeten werken aan het preventief onderzoek. Als er bij eenzelfde aanbieder vaak 'ongelukken' gebeuren, kan hij toch aansprakelijk gesteld worden.

Het wetsvoorstel is een overwinning voor de Internetaanbieders, die altijd hebben gesteld technisch gezien niet verantwoordelijk te kúnnen zijn voor de inhoud van de data, omdat het Internet daarvoor veel te groot is. Voorheen werden zij wel aansprakelijk gesteld vanwege medeplichtigheid voor de via hen verspreide schadelijke verklaring, maar de rechter bepaalde later dat dat niet mogelijk was.

Het wetsvoorstel bevat tevens een aanbeveling hoe om te gaan met de zogenoemde encryptie (codering) van berichten. Het is technisch mogelijk e-mails onleesbaar te maken voor derden. Die encryptie is en blijft legaal, ondanks eerdere pogingen van Justitie om gecodeerde post te verbieden. Bij een justitieel onderzoek moeten nu echter niet alleen de aanbieders meewerken aan de decodering van de berichten, ook de verdachte zelf wordt, zij het onder strenge voorwaarden, verplicht om de sleutel tot decodering te leveren. Dit is volgens justitie vergelijkbaar met de medewerkingsplicht van een verdachte voor bloed- en DNA-onderzoek.

Alleen op last van de rechter-commissaris mogen opgeslagen e-mails worden gelezen, die dezelfde beschermde status krijgen als brieven en telefoongesprekken. De aanbieders mogen de in een mailbox opgeslagen post van hun cliënten niet meer lezen.