D.W. Steenhuis; Bedrijfsmanager OM

LEEUWARDEN, 15 JAN. Dato Willem Steenhuis (54) is een verbale rauwdouwer. “Rijden met alcohol op is geen probleem”, zei hij drie jaar geleden. Steenhuis vond dat mensen met een paar pilsjes op juist minder gespannen achter het stuur zitten. Daarom had het geen zin een totaal verbod op het rijden van alcohol in te voeren. Maar zijn uitspraken zijn vaak niet van populisme gespeend.

Los van zijn sterke uitspraken is zijn invloed op het openbaar ministerie groot geweest. Hij geldt als de bedenker van het OM als 'strafrechtelijk bedrijf'. Het openbaar minister moest een efficiënt en snel werkend bedrijf worden, schreef hij ooit in een artikel. Toen hij in 1992 procureur-generaal werd in Leeuwarden heeft zich ook vooral met de beleidsmatige kant van het OM bezig gehouden. Juist het nu in opspraak geraakte OM in Groningen voldeed in 1995 het eerste aan de doelstellingen voor het aantal sepots en snelle afhandelingen. Steenhuis gaf Groningen daarvoor een prijs van 50.000 gulden. Op het strafrechtelijk bedrijf bestaat kritiek, omdat daarmee te veel het resultaat voorop zou staan en te weinig de strafrechtelijke beginselen. Deze werkwijze van het OM vinden critici te mechanistisch, te fabrieksmatig.

Steenhuis is een harde werker met een grote mate van betrokkenheid, een prima redenaar, maar ook autoritair, directief. Het wekt verbazing, dat hij zelf geen schijn van belangenverstrengeling zegt te zien door zijn bijbaan bij Bakkenist en het onderzoek van dit bureau naar de Groningse 'driehoek'. Zo naïef kan Steenhuis niet zijn, zeggen ingewijden. “Zelfkritiek is me bij hem nooit opgevallen. In zo'n hoge positie krijg je weinig negatieve terugkoppeling. Dan kan dat kennelijk gebeuren”, zegt de bekende van Steenhuis.

Steenhuis studeerde in Groningen en werd later medewerker van de criminoloog W. Buikhuisen, die later in opspraak zou raken met een onderzoek naar biologische kenmerken van criminelen. Buikhuisen werd in 1973 directeur van het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en haalde Steenhuis twee jaar later als zijn opvolger binnen. In 1982 werd Steenhuis officier van justitie in Den Haag en het jaar daarop advocaat-generaal in Leeuwarden. In 1990 kwam hij weer in dienst bij het ministerie als hoofd van de centrale wetenschapsbeleid. Steenhuis ging twee jaar later terug naar Leeuwarden om procureur-generaal te worden.

De afgelopen jaren heeft hij zich vaak in het euthanasiedebat gemengd, omdat hij in het college van de procureurs-generaal dit onderwerp in zijn portefeuille heeft. Bij twee proefprocessen tegen artsen die het leven hadden beëindigd van pasgeboren, ernstig gehandicapte baby's zei hij dat de politiek zich opnieuw over het euthanasievraagstuk moest gaan buigen, omdat de wet onvoldoende duidelijk was. Hij pleitte er voor dat er bij euthanasie wel altijd een strafrechtelijke toetsing blijft.

Steenhuis is ook pleitbezorger van een stevige aanpak. Veel alternatieve straffen vond hij te soft. “Een alternatieve sanctie moet meer zijn dan alleen een inbreuk op de vrije tijd, zoals iemand die het liefst had besteed. Het moet ook echt iets van iemand vergen”, zei hij in 1993. De politie moet het bij hem vaak ontgelden: agenten drinken te veel koffie en surveilleren te weinig.