Democraten spelen 'va banque' in Roemenië

In Roemenië heeft de Democratische Partij (PD) met haar eisen - een nieuwe premier en een nieuwe regering per 31 maart - een tijdbom gelegd onder de regering, maar ook onder de hervormingen en onder de stabiliteit van Roemenië.

ROTTERDAM, 15 JAN. Ruim een jaar geleden trad premier Victor Ciorbea in Roemenië aan aan het hoofd van een coalitieregering van de christen-democratische boerenpartij, de Democraten, de liberalen en de partij van de Hongaarse minderheid. Een nieuwe wind: eindelijk was een eind gekomen aan het wanbeleid van de ex-communisten van Ion Iliescu. Eindelijk kon worden hervormd: drastisch, doortastend en verstandig. Eindelijk kon Roemenië aan een inhaalrace beginnen.

Nu, ruim een jaar later, is de fut eruit en domineren scepsis en teleurstelling. De hervormingen verliepen niet zo snel als beloofd en verwacht. Sterker: ze maken vrijwel pas op de plaats. Ambitieuze privatiseringsplannen zijn plannen gebleven. Investeerders worden nog steeds afgeschrikt door de wetgeving. De inflatie loopt uit de hand, de werkloosheid stijgt, het BNP daalt, de begroting zit diep in de rode cijfers, de nationale munt wankelt. Tot twee keer toe diende vorig jaar minister van Hervormingen Ulm Spineanu uit louter frustratie zijn ontslag in. Het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank klagen en de desillusie onder de bevolking, die haar koopkracht vorig jaar weer met 28 procent zag afnemen, is algemeen en steeds vaker wordt steeds bozer betoogd.

Erger: de cohesie binnen de regerende coalitie is teloorgegaan. Het probleem van Roemenië, stelde onlangs de analist Stelian Tase, is dat hervormingen niet werken omdat de politieke partijen worden geleid door mensen die die hervormingen niet begrijpen en die niet naar ervaringen van andere landen kijken.

Het heeft vanaf de zomer van vorig jaar tot onderlinge ruzies geleid, waarbij vooral de zes ministers van de Democratische Partij het steeds vaker en steeds vinniger aan de stok kregen met hun christen-democratische collega's. De PD-ministers verweten de collega's gebrek aan inzet, kennis en politieke wil. En steeds vaker bleven de ruzies niet binnenskamers.

In december moesten twee PD-ministers opstappen, minister van Buitenlandse Zaken Adrian Severin, die viel over de beschuldiging dat prominente partijleiders en journalisten voor het buitenland spioneren, en minister van Transport Traian Bescu, die struikelde over de ongenadige kritiek die hij in een krant op zijn eigen collega's uitte. Het dubbele ontslag ondermijnde de bereidheid bij de PD nog verder met de christen-democraten op te trekken en het ultimatum van de partij van gisteren is daarvan de neerslag.

In principe heeft de PD geen ongelijk met haar klachten: de hervormingen zijn vastgelopen omdat de wil, de bereidheid en de kennis ontbreken. Maar het middel dat Petre Roman heeft gekozen om daar iets aan te doen heeft alle kenmerken van chantage, populisme en va banque. Als immers niet aan het ultimatum wordt voldaan en de PD uit de regering stapt, moet die verder als minderheidsregering - en dat is voor de andere coalitiepartijen niet aanvaardbaar en bovendien vanuit het oogpunt van de hervormingen onverstandig. Dus valt in dat geval de regering en moeten er nieuwe verkiezingen komen.

En dat scenario is rampzalig: het zou de hervormingen geheel stilleggen, de politieke temperatuur tot kookhoogte opdrijven en ook nog het risico opleveren dat de neo-communisten van Ion Iliescu en diens bondgenoten, de ultra-nationalisten, weer aan de macht komen. Dat scenario is niet denkbeeldig: het geheugen van veel Roemenen lijdt zo ernstig onder de permanente uitholling van de levensstandaard dat bij een recente peiling twintig procent te kennen gaf terug te verlangen naar Ceauscu. Een overwinning van Iliescu c.s. zou Roemenië terug bij af brengen, in elk opzicht: ze zou het eind van de hervormingen betekenen, maar ook het eind van het politieke fatsoen, ze zou de weg naar Europa (NAVO en EU) afsluiten, ze zou ook een eind maken aan de historische verzoening met de Hongaren in Transsylvanië.

De PD weet - als iedereen - dat er geen alternatief bestaat voor de huidige coalitie. Dat de PD toch haar ultimatum stelt, komt ten dele voort uit kwaadheid over de dominerende rol van de christen-democraten in het kabinet, de dramatisch verslechterde sfeer in dat kabinet en het uitblijven van de hervormingen. Voor een ander deel is het besluit ingegeven door electorale motieven: de PD kreeg eind 1996 dertien procent van de stemmen en kan nu nog maar op vier procent rekenen. Door zich af te zetten tegen premier Ciorbea - grossier van impopulaire maatregelen - hoopt de PD haar aanhang te vergroten. In die zin is het ultimatum een vlucht naar voren, waarmee de partij van Petre Roman alles op het spel zet dat na de historische nederlaag van de neo-communisten in Roemenië is bereikt.