Concurrentie dwingt beurzen tot fusie

RAI en Jaarbeurs besloten eerder deze week tot fusie. “De buitenlandse concurrentie dwingt tot een krachtenbundeling”, zegt RAI-directeur Minken. “Onze positie wordt nu behoorlijk bedreigd door internationale machtsconcentraties.”

UTRECHT, 15 JAN. Hollandse properheid verdient goed. Voor Amsterdammers die hun stad zien vervuilen kan dat een troost zijn. In mei, als overal de voorjaarsschoonmaak woedt, presenteert de RAI de beurs Interclean, de grootste vakbeurs ter wereld voor professionele schoonmaakbedrijven. De formule slaat aan, want inmiddels heeft de RAI-Group Interclean-beurzen georganiseerd in Singapore, China, Maleisië en Mexico. In 1999 volgen de Verenigde Staten, waarbij de RAI samenwerkt met de International Sanitary Supply Association, de grootste vakorganisatie in de schoonmaakbranche ter wereld. “Als dat lukt, is dat een doorbraak”, zegt RAI-directeur A. Minken. “De Verenigde Staten zijn voor buitenlandse beursorganisatoren nu nog een gesloten land.”

Beurscomplexen kunnen al lang niet meer volstaan met de verhuur van hallen. Zeker zo belangrijk zijn de activiteiten waarmee die hallen kunnen worden gevuld. De twee grote beurscentra in Nederland, Amsterdam RAI en Jaarbeurs Utrecht, worden steeds actiever in de ontwikkeling van beursconcepten, ook wel 'titels' genoemd. Het voordeel van een goed idee is dat het kan worden geëxporteerd. Met hallen lukt dat niet.

Met het oog op de buitenlandse expansie tekenden RAI Group en Koninklijke Jaarbeurs Nederland eergisteren een intentieverklaring om te komen tot een volledige fusie. Krachtenbundeling is tevens gewenst om de activiteiten uit te breiden naar andere media. Steeds vaker wordt de ontmoetingsfunctie van beurzen ondersteund met tijdschriften en digitale media. Op hun beurt opereren grote uitgevers als Reed Elsevier en Miller Freeman steeds meer op de beurzenmarkt. Multi-mediale communicatie is onafwendbaar.

Fusie is ook noodzakelijk om de economische betekenis van de beurzen voor de steden Amsterdam en Utrecht veilig te stellen, verklaart Minken. “Onze positie wordt nu behoorlijk bedreigd, met name door de internationale machtsconcentraties. Zij bepalen in belangrijke mate waar grote evenementen worden gehouden. Wij zijn absoluut van mening dat, als wij zelf niet bij die club zitten, Nederland haar positie zal verliezen. En dat is niet goed voor de BV Nederland.”

Jaarbeurs-directeur R. van Ingen noemt als voorbeeld de pogingen die Reed Exhibition Companies (inmiddels onderdeel van Reed Elsevier) enkele jaren geleden ondernam om zijn bedrijf over te nemen. “Wij wilden niet opgaan in een moloch. Bovendien waren zij alleen maar in de beurstitels geïnteresseerd. Wij zoeken het liever bij een nationale partij, omdat die dezelfde belangen dient.”

RAI en Jaarbeurs nemen in gelijke mate deel in de nieuwe onderneming 'RAI/Jaarbeurs Group, international communications'. RAI-directeur Minken wordt voorzitter van de raad van bestuur en Jaarbeurs-directeur Van Ingen wordt vice-voorzitter. De RAI behaalde vorig jaar met 600 personeelsleden een omzet van 345 miljoen gulden en een nettowinst van 11,4 miljoen gulden. De Jaarbeurs maakte met 450 personeelsleden een omzet van 207 miljoen en een winst van 9,5 miljoen. In 2002 moet een omzet van 1 miljard gulden bereikt zijn, zegt Minken.

De nieuwe combinatie beschikt over ruim 200 beurstitels. Daarvan is een derde internationaal gericht. Dat is duidelijk minder dan concurrent Reed Exhibition Companies, die jaarlijks 350 internationale beurzen organiseert, met kantoren in 26 landen. “Ik kan tappen uit 350 beursconcepten en daar zitten altijd projecten bij die ik kan kopiëren”, zegt W. Verkade, managing director van Reed Exhibitions Netherlands. “Die mogelijkheid mist de Jaarbeurs nog.”

De centra, waaronder ook het Maastrichts Expositie- en Congrescentrum MECC, dat voor 75 procent eigendom is van de RAI, zullen op het gebied van de dienstverlening, zoals catering, vooralsnog hun eigen identiteit behouden. Al geplande investeringen gaan door. De RAI investeert tot 2005 800 miljoen gulden in Amsterdam en Maastricht. De Jaarbeurs investeert tot 2010 een miljard gulden, vooral in een nieuw vermaakcentrum op haar terrein.

Bij de verdeling van de beurzen zal Amsterdam vooral de internationale trekkers krijgen en Utrecht wegens de landelijke bereikbaarheid de grote publieksbeurzen. Van Ingen acht het goed denkbaar dat de succesvolle internationale vakbeurs voor de intensieve veehouderij (VIV) naar Amsterdam verhuist. “Daar heb ik geen enkele moeite mee. Als je veel publiek via Schiphol trekt, kun je beter in Amsterdam zitten. Ik kan me ook goed voorstellen dat de Camping en Caravan RAI of de Huishoudbeurs, juist wegens de goede bereikbaarheid, naar Utrecht komen. Maar het is uiteindelijk de markt die dicteert.”

Het voornemen tot fusie moet worden aangemeld bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) die sinds 1 januari van dit jaar waakt tegen monopolievorming in het bedrijfsleven. Naar verwachting zal het zo'n vier maanden duren alvorens de NMA een uitspraak doet. Minken is niet bevreesd voor een negatief oordeel. “Er verandert niet echt iets in Nederland. Er is tussen de RAI en de Jaarbeurs al twintig jaar een marktverdeling en die respecteren we. Klanten kiezen niet voor de RAI of voor de Jaarbeurs, maar voor een evenement, bijvoorbeeld een Vakantiebeurs, en dan doet het er niet toe of dat in Amsterdam of Utrecht is. De echte concurrentie zit niet in de vierkante meters, maar in de slag om de media. Het gaat erom waaraan de klant zijn reclamegulden uitgeeft.”

Niettemin is Reinier Sinaasappel, directeur van de Vereniging Nederlandse Modebeurs (VNM), bevreesd voor een monopoliepositie op de beurzenmarkt. “Het heeft geen zin om ertegen te zijn, maar ik ben er niet blij mee. Vroeger konden we nog zeggen: we gaan naar een ander, hoewel de tarieven inmiddels al zijn gelijkgeschakeld. Maar tot nu toe konden we tenminste nog bij twee deuren aankloppen.”

Ook voor de beurscomplexen zelf is een te grote concentratie niet goed, denkt Sinaasappel. “Naarmate ze zich groter eten, wordt het moeilijker elkaar te vinden, want de belangen zijn lang niet altijd hetzelfde. Hoe groter de clusters worden, hoe meer er aan de onderkant vacuüm gezogen wordt en men op zoek gaat naar alternatieven.”

Sinaasappel vindt het 'onzin' dat de nieuwe combinatie een betere verdeling tussen Amsterdam en Utrecht mogelijk maakt. “Dat argument hebben ze er met de haren bijgesleept. Iedere beursorganisator is mans genoeg om zelf te bedenken waar hij wil zitten.”