Van den Hoogenband vierde; Favoriet Popov superieur op sprintnummer

ROTTERDAM, 14 JAN. Op de derde dag van het WK zwemmen in Perth bleef de Nederlandse afvaardiging vanochtend met lege handen. Op de 100 meter vrije slag kwam Pieter van den Hoogenband zeshonderdste van een seconde tekort voor een tweede bronzen medaille. De Rus Alexander Popov veroverde de wereldtitel. Kirsten Vlieghuis werd vierde op de 400 meter vrije slag, de estafetteploeg werd vijfde op de 4x100 meter vrij bij de vrouwen.

Niettemin vertolkt Nederland met vijf medailles (drie zilveren en twee bronzen) een prominente rol bij de WK. Met nog vier dagen voor de boeg heeft de ploeg onder leiding van bondscoach René Dekker het record uit 1975 al geëvenaard. Destijds werden in het Colombiaanse Cali twee zilveren en drie bronzen medailles behaald, onder impuls van vrijslagzwemster Enith Brigita en schoolslagspecialiste Wijda Mazereeuw.

Dat Van den Hoogenband, maandag winnaar van het brons op de 200 meter vrije slag, vanmorgen niet voor de tweede keer in de prijzen viel, was voor een groot deel te wijten aan een matige start. De achterstand die de 19-jarige VWO-scholier als gevolg daarvan opliep, wist hij in het vervolg van de race niet meer ongedaan te maken. In de slotfase werd hij bovendien voorbij gezwommen door de Zweed Lars Frölander, de Europees kampioen op de 100 meter vlinderslag. Van den Hoogenband tikte aan in 49,59, een fractie trager dan zijn tijd uit de series.

Geheel volgens verwachting ging het goud op het koningsnummer van de zwemsport naar de onaantastbare olympisch kampioen Popov. The Russian Rocket demonstreerde in het Perth Challenge Stadium andermaal zijn uitstekende techniek. Met zijn lange slagen, het handelsmerk van de 26-jarige Rus, was de titelverdediger zijn concurrenten opnieuw te snel af. Popov finishte in 48,93, bijna drietiende sneller dan zijn Australische trainingsmaat Michael Klim.

Van den Hoogenband zette in de series de derde tijd van de dag neer, achter Klim en Popov. Met 49,61 bleef de PSV'er minder dan een halve seconde boven zijn nationale record dat hij ruim anderhalf jaar geleden bij de Olympische Spelen in Atlanta neerzette. “Het ging heel soepel en gemakkelijk”, verklaarde Van den Hoogenband na afloop. “Maar je mag er geen conclusies aan verbinden. De finale is een loterij. Ik kan nog iets harder. Maar dat geldt ook voor Popov en Klim. Bang ben ik niet voor ze.”

Vlieghuis staat bekend als een slow starter die in het tweede gedeelte van haar race een tempo hoger zwemt. Dat deed de 21-jarige Twentse vanmorgen ook op de 400 vrij, maar haar 4.09,14 was niet voldoende voor een plaats op het podium. Wereldkampioene werd de 17-jarige Chinese Yan Chen, die maandag op de openingsdag al de sterkste was op de 400 wissel. Zilver en brons gingen respectievelijk naar de Amerikaanse Brooke Bennett (17) en de Duitse Dagmar Hase (27).

De eerste grote teleurstelling voor Nederland kwam in de vroege ochtenduren op naam van Carla Geurts. Op de 400 meter vrije slag, een afstand waarop de 26-jarige Utrechtse bij de EK in Sevilla nog vierder werd, betaalde ze de tol voor een te voorzichtige start en een te vlak schema. Haar eindtijd (4.15,96) was goed de negende tijd en een plaats in de B-finale, waarin de oudste Nederlandse deelneemster vanmorgen derde werd.

Geurts weigerde aanvankelijk in de troostfinale uit te komen, maar op last van de bondscoach moest ze haar plannen wijzigen. “Je mag niet door de zijdeur af”, zei hij. “Geurts moet elke 50 meter opbouwen. Dat deed ze ook, maar veel te langzaam. Bovendien was ze niet eens moe. Ze hoort in de finale thuis, maar daar kom je niet zomaar. Daar moet je wel iets voor doen. Doe je dat niet, dan kom je voor straf in de B-finale.”

Dat overkwam ook Stefan Aartsen op de 200 meter vlinderslag. Bij de EK zette hij een half jaar geleden 1.58,43 op de klokken, een tijd die in de A-finale goed was geweest voor de zilveren medaille. Maar Aartsen kwam in Sevilla niet verder dan de troostfinale omdat hij in de series nauwelijks vooruit te branden was. Dat was hij vanochtend in Perth wel, maar verder dan de elfde tijd (1.59,89) reikte hij niet.