Sleutelrol leger bij opvolging Soeharto

De aankondiging van oppositieleidster Megawati Soekarnoputri dat zij president Soeharto wil opvolgen, heeft in Indonesië niet geleid tot massale steunbetuigingen. De vraag is nu welke rol het verdeelde leger de komende tijd bij een mogelijke machtsopvolging gaat spelen.

JAKARTA, 14 JAN. Het belangrijkste effect dat de Indonesische oppositieleidster Megawati Soekarnoputri heeft bereikt met haar kandidaatstelling voor het presidentschap, afgelopen zaterdag, is voorlopig dat president Soeharto (76) zich gedwongen voelde kenbaar te maken dat hij, en hij alleen, in maart kandidaat staat voor dit hoge ambt. Zo kan althans de steunverklaring worden uitgelegd, die voorzitter Harmoko van de regerende Golkar-partij gisteren aflegde. Golkar had Soeharto vorig najaar al als enige kandidaat voor het presidentschap naar voren geschoven. Op dat moment echter hield Soeharto de boot af. Hij betoogde dat hij wellicht wat meer op de achtergrond zou moeten treden, bidden, en zich aan zijn familie wijden. Maar Soeharto vroeg Golkar ook een diepgaand onderzoek in te stellen naar de vraag of het Indonesische volk echt wel wilde dat hij een zevende termijn van vijf jaar nastreeft.

Gisteren was het zover. Teruggekeerd van zijn jaarlijkse rondreis door het land, zijn Ramadan-safari, zei Harmoko: “Het is duidelijk dat niemand 'nee' gezegd heeft tegen onze enige presidentskandidaat. We moeten tegemoetkomen aan de wil van de massa's.” Waarmee Harmoko wilde zeggen dat zolang de massa's geen 'nee' zeggen, zij 'ja' bedoelen. Want een ander opvallend feit dat de afgelopen dagen in Jakarta genoteerd kon worden, is het uitblijven van een brede reactie van het publiek op de kandidatuur van Megawati. Zaterdagmiddag ging het bericht van haar vurige betoog gericht tegen de huidige machthebbers wel als een vuurtje door de stad, maar massale steunbetuigingen bleven uit. De afgelopen dagen werd slechts een groepje van dertig studenten gesignaleerd met pro-Megaspandoeken bij het parlement, en daar bleef het bij.

Weinigen verwachten dat Megawati, die politiek formeel buiten spel staat, veel kans maakt tijdens de bijeenkomst van het duizendkoppig congres dat de president kiest, in de tweede week van maart. The Jakarta Post schreef vanochtend dat haar stap de gevestigde orde hoogstens zal aansporen tot meer politieke openheid.

Dit neemt niet weg dat, in verband met de gevorderde leeftijd van de president en recente signalen dat zijn gezondheid achteruitgaat, de kwestie van een aanstaande opvolging in Indonesië nog immer actueel is. Als meest aannemelijk scenario voor de machtsoverdracht houden analisten rekening met de mogelijkheid dat Soeharto na zijn herverkiezing, bijvoorbeeld ergens halverwege zijn volgende ambtstermijn, zal terugtreden ten gunste van een door hem aangewezen vice-president. De afgelopen maanden figureert dan ook een legertje mogelijke kandidaten voor die functie in de krantenkolommen. Variërend van de huidige vice-president Try Sutrisno, tot de stafchef van het leger, generaal Wiranto, diens voorganger Hartono, maar ook nog altijd de minister van Technologie, Habibie, of iemand als oud-minister van Binnenlandse Zaken, Rudini.

Bij de machtsopvolging spelen de strijdkrachten van Indonesië een belangrijke rol. De Australische wetenschapper Robert Lowry, een internationaal vermaard specialist op het terrein van het Indonesische leger, beschreef onlangs in het tijdschrift Inside Indonesia andere, meer riskante scenario's van machtsoverdracht. Indien bijvoorbeeld sprake zal zijn van een langdurige overgangsperiode is de kans groot dat vanuit het leger verschillende, elkaar bestrijdende, kandidaten voor het presidentschap zullen opstaan. Dat kan gebeuren wanneer Soeharto lang aanblijft en langzamerhand de controle over zijn geestelijke vermogens zou verliezen. Of wanneer hij zou besluiten af te treden tijdens een reguliere bijeenkomst van het volkscongres. In dat geval mag dit formeel hoogste orgaan een opvolger aanwijzen.

Lowry betoogt dat binnen de legertop grote verdeeldheid bestaat, deels het resultaat van dertig jaar succesvolle verdeel-en-heerstactiek van de president zelf. Het officierskorps van het leger kan worden opgedeeld langs lijnen van godsdienst, legerdivisies, eindexamenjaren, patronage-afhankelijkheden of etniciteit. Maar belangrijker dan deze splijtzwammen, meent Lowry, zijn de ideeën die individuele officieren hebben ten aanzien van machtsoverdracht en politieke reformatie. Er zou binnen de legertop veel stille onvrede leven over de manier waarop Soeharto zijn macht handhaaft. Maar ook over de manier waarop de oppositionele PDI van Megawati de facto is vernietigd, in weerwil van de democratische opvattingen zoals die zijn neergelegd in de staatsleer Pancasila. Ook zien vele topofficieren met lede ogen toe hoe Soeharto de laatste jaren flirt met invloedrijke moslimorganisaties.

Vaak worden de allerhoogste officieren van het Indonesische leger beschreven als marionetten van Soeharto, door hem zelf geselecteerd nadat hij ze grondig heeft leren kennen als zijn persoonlijke assistenten of als leden van zijn beveiligingstroepen. Lowry meent echter dat met deze mannen ter dege rekening dient te worden gehouden op het moment dat de machtsopvolging actueel wordt.