Slagwerkfestival met bidsprinkhaan

Concert: The Big Bang - Slagwerkfestival door John Engels, Paul Koek, Stephan Meier, Ron Colbers en Tom van der Loo. Gehoord: 13/1 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Overige concerten: 14 en 18/1 Vredenburg Utrecht; 15/1 Korzo Den Haag; 16 & 17/1 Philipszaal Den Haag; 20/1 Paleis voor Schone Kunsten Brussel; 22/1 Fabrik Hamburg. Inl.: (020) 6755308.

Onder metronomen heb je fiere doortikkers, slome slingerschommels, snelle aftikkers en trage scharmaaien. Van dat onderscheid word je je bewust als je honderd metronomen tegelijk in verschillende tempi hoort tikken, zoals dat gebeurt in de Poème symphonique van György Ligeti. Dit conceptuele werk vormde de opening van de vierde editie van het Slagwerkfestival The Big Bang.

De honderd metronomen van Ligeti vormen een uitgerekt diminuendo ter lengte van een Mahler-symfonie. Het begint met een tikkende stortbui, maar de een na de ander legt het loodje. Bij vier stugge volhouders leverde dit toevalsproces gisteren nog een fraaie phase shifting op, maar het resterende trio tikkers werd al rap saai. De organisatie hielp uiteindelijk een handje om ook de laatste metronoom, die na drie kwartier nog altijd niet wilde stoppen, het zwijgen op te leggen. Niet geheel volgens de idee van Ligeti waarschijnlijk deze brute ingreep, maar alleszins te billijken.

De eerste avond van het over meerdere steden verspreide Slagwerkfestival, dat in Nederland nog tot en met de achttiende voortduurt, stond in het teken van mechanica en elektronica. Mälzels mechanische maatslaander tikte ook een toontje mee in Autoschratoschematho van Gunter Lege. Slagwerker Stephan Meier spreekt en typt, friemelt en frutselt, slaat en roffelt hierin op een instrumentarium bestaande uit keukengerei, steeksleutels, boormachine, kinderspeelgoed, radio, telefoon en wat dies meer zij. Het werd een uiterst fragmentarisch opgebouwde en stoffige performance. Meier mag een talentvol slagwerker zijn, gelukkig in zijn repertoirekeuze vind ik hem niet. In Ombre, een stuk voor slagwerker, stem en tape van Vinko Globokar, overtuigde hij nadien noch vocaal, noch dramatisch.

Dan was de groovende improvisatie die Paul Koek en John Engels invlochten in de aanvallen op een tamtam en een bel door een reusachtig computergestuurd slagwerkinsekt, beduidend aanstekelijker. De bij momenten zeer subtiele klanken van Koek en Engels (aangestreken schellen, een ijl rondzingende metalen staaf) vormden bovendien een mooi contrast met de ongenuanceerde klank van de elektronische bidsprinkhaan.

In Sun-Pa gingen de mechanica en de elektronica juist weer een zinvolle synthese aan. Boven op een enorme slagwerkconstructie zit Tom van der Loo op een racefiets, waarmee hij al fietsend en draaiend het geheel beheerst. Ron Colbers bespeelt een elektronisch gemanipuleerde tekentafel en stuurt zo samples van strijkers en andere geluiden. Dit geënsceneerde duo heeft die losgeweekt uit de productie die Theatergroep Hollandia en Slagwerkgroep Den Haag in 1996 gezamenlijk op de planken brachten en bewijzen hier een eigen muzikaal bestaansrecht.