Shell wil veel meer vrouwen in de top

ROTTERDAM, 14 JAN. De Koninklijke/Shell Groep doorbreekt haar tradities ook op personeelsgebied en wil het aantal vrouwen in topfuncties drastisch uitbreiden. Binnen vijf jaar hoopt het concern in 20 procent van het aantal managementfuncties vrouwelijke medewerkers te hebben. Nu is slechts 4 procent van de 400 topmedewerkers vrouw. De hoogste directiecomités bestaan louter uit mannen.

Shell heeft een studie laten uitvoeren om tot diversificatie van het management te komen, als onderdeel van de ingrijpende reorganisatie die al enkele jaren loopt. De reorganisatie heeft al tot meer decentralisatie in de besluitvorming en meer verantwoordelijkheid van elk bedrijfsonderdeel voor de eigen winstgevendheid geleid.

De nieuwe organisatiestructuur moet minder bureaucratisch worden en Shell-managers moeten beter en sneller op maatschappelijke veranderingen reageren. Die les heeft het olieconcern geleerd uit de fouten die werden gemaakt in Nigeria en bij de plannen om het olie-opslagplatform Brent Spar in de Atlantische oceaan af te zinken. In de nieuwe beleidsuitgangspunten die het concern wereldwijd hanteert, zijn de onderdelen milieubeheer en bescherming van mensenrechten fors aangescherpt. De naleving van die bepalingen zal vanaf dit jaar ook door onafhankelijke, externe deskundigen worden gecontroleerd. Bij de vernieuwing van de concerncultuur wil de directie niet alleen veel meer vrouwen een kans geven, maar streeft ze ook een betere verdeling van nationaliteiten in het management na. Nu bestaat de top van het bedrijf nog alleen uit Nederlanders, Britten en één Amerikaan, terwijl 80 procent van het personeel afkomstig is uit andere landen. Volgens John Hofmeister, het nieuwe hoofd personeelszaken op het Shell-hoofdkantoor in Londen, laat een recente studie zien dat daarin geen verandering zou optreden als er niet diep wordt ingegrepen bij de werving van personeel. Hofmeister heeft de lokale werkmaatschappijen in de 140 landen waar Shell actief is, gevraagd daaraan mee te werken.

In Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn de twee moedermaatschappijen van de Shell Groep gevestigd en worden de meeste medewerkers opgeleid. De grootste onderdelen van het concern: Exploratie en productie van olie en gas en Raffinage en verkoop van olieproducten worden gerund door mannelijke technici. Voor de opleidingen Petroleumtechniek en Mijnbouw hebben over het algemeen minder meisjes dan jongens belangstelling, maar bij Chemie ligt dat al anders. Bovendien kan Shell veel meer vrouwelijke economen en juristen aanstellen en vrouwen benoemen in disciplines als milieuzorg, personeelszaken, organisatie en automatisering.

Volgens een onderzoek van de stichting 'Opportunity in bedrijf' is in Nederland het aandeel van vrouwen op het totaal van studerenden bij de technische wetenschappen tussen 1970 en 1995 gestegen van 3 tot 15 procent, bij economische wetenschappen van 3 tot 25 procent, in bedrijfskunde van 0 tot 29 procent en in het Hoger economische en administratief onderwijs (HEAO) van 6 tot 43 procent.

Volgens Liesbeth Pruijs, directeur van de stichting, loopt Nederland bij die participatie nog achter en is de verdeling bij studies als bedrijfskunde en rechten wereldwijd al “praktisch gelijk”.