Rechtbank: beurstoezicht faalde niet

AMSTERDAM, 14 JAN. Directeur F. van den Broek van het gelijknamige premie- en effectenkantoor krijgt geen schadevergoeding van de Vereniging voor de Effectenhandel, die tot 1 januari 1997 de effectenbeurs organiseerde. De Amsterdamse rechtbank heeft hem vanochtend in het ongelijk gesteld in een procedure die Van den Broek, een gedupeerde zakenrelatie van het failliete commissionairshuis Nusse Brink, voerde wegens “falend toezicht” van de beursvereniging.

De controle van de Vereniging voor de Effectenhandel diende met name ter bescherming van beleggers, aldus de rechtbank vanochtend. Ook tekent de rechtbank aan dat Van den Broek in staat was geweest zich in te dekken tegen mogelijke schade door zekerheden voor terugbetaling te eisen bij het afsluiten van transacties.

Advocaat mr. H. Mouthaan van Van den Broek kon vanmorgen nog niet zeggen of hij in hoger beroep zal gaan tegen de uitspraak.

Het Effectenkantoor Van den Broek liep door het faillissement van Nusse Brink in 1993 een schade op van circa 4,5 miljoen gulden. Dat betekende direct het einde voor Van den Broek, destijds dochter van Van Meer James Capel.

Dit commissionairshuis heeft ook een schadeclaim ingediend bij de rechtbank tegen de Vereniging voor de Effectenhandel. Net als Van den Broek vindt ook Van Meer James Capel dat het toezicht op de beurs destijds tekort is geschoten.

De rechtbank veroordeelde directeuren van Nusse Brink, Robert N. en Eric B., wegens verduistering en faillissementsfraude tot gevangenisstraf.

In hoger beroep sprak het Amsterdamse Gerechtshof eind december mildere straffen uit. Robert N. is nu veroordeeld tot 240 uur dienstverlening, en Eric B. tot 210 uur. Beide directeuren zijn in cassatie gegaan bij de Hoge Raad.