Op z'n kop

In Engeland, zo hoorde ik lang geleden van een vriendin, kennen ze geen navelbandjes. De volle portee van dat bericht drong pas een paar jaar later tot mij door, toen zorgzame instanties mij opdroegen navelbandjes in huis te halen, omdat anders niet kon worden ingestaan voor het welvaren van de baby die ik verwachtte.

Navelbandjes gehaald dus, en braaf om het buikje gespeld toen het daar was. Je neemt natuurlijk geen risico. Maar het verhaal over de onbekendheid in Engeland - mijn vriendin dacht eigenlijk: het hele buitenland - van dit essentiële stukje textiel bleef zitten in mijn hoofd. Het is een van die verschillen tussen culturen waar je nooit bij stilstaat, en die met z'n allen maken dat het leven vier-, vijfhonderd kilometer verderop volkomen anders ruikt, smaakt en eruitziet.

Je hebt zulke verschillen op allerlei gebied. Vorige maand zag ik in de straten van Parijs dat ze daar heel anders omspringen met kerstbomen. Ze spuiten ze helemaal onder de witte kunstsneeuw, tot er geen naaldje groen meer is te zien. Dat het echte bomen zijn, kun je alleen vaststellen als je je hoofd tussen de takken steekt. Boven de ingang van een warenhuis hingen zulke bomen zelfs bij wijze van versiering op hun kop, wat helemaal een rare aanblik was. Klokken hangen, bomen staan, zo is het altijd geweest; een overtreding van die regel is even schokkend als een mens met twee neuzen of een smoking met korte broek. Als je hem voor het eerst ziet, tenminste. Misschien hangen in Amsterdam volgend jaar ook wel kerstbomen ondersteboven, ingepakt in wit schuim. Als het aanslaat, kan over tien jaar niemand meer navoelen hoe vreemd dat nu in onze ogen is. Zo gaan voortdurend culturele verschillen verloren, met de bijbehorende verbazing.

Gelukkig heeft de geschiedenis onuitputtelijke voorraden verbazing in petto, zoals de natuur grossiert in insectensoorten, waarvan men zegt dat er dagelijks (of was het wekelijks?) honderden ontdekt worden en uitsterven. Sommige gebruiken zijn belangrijker dan de omgang met kerstbomen, en zelfs dan het omspelden van navelbandjes. Tenminste, ze zijn dat voor degenen die deel uitmaken van de cultuur in kwestie. Toch kunnen ze plotseling poef! verdwijnen. Achteraf blijkt er niks aan de hand te zijn geweest. Hebben hele volksstammen zich druk gemaakt om niets.

Steunzolen, wie taalt er nog naar steunzolen? Gewone kinderen waar toch eigenlijk niets aan mankeerde, moesten vroeger ineens stevige schoenen gaan dragen - molières, zei mijn moeder - met daarin van die glimmend-stalen bladen. Wat een energie en een geld daarin gingen zitten (hadden arme kinderen ook platvoeten?) is nauwelijks te bevroeden. In onze tijd is de steunzool verdwenen, maar is de beugel ter correctie van het gebit weer de rigueur onder nette kinderen. Zijn er minder platvoeten dan in 1960? Groeien tanden schever? Geen sprake van; het is de cultuur, om niet te zeggen de medische mode die het hem doet.

Dat vooral de pedagogisch-medische sector vol zit met culturele eigenaardigheden is logisch. Zoals gezegd, je neemt geen risico met je eigen vlees en bloed. Conformisme is de veiligste koers.

Het feit dat de Fransen altijd last van hun lever hebben, en de Duitsers Kreislauf-problemen, zal wel iets te maken hebben met hun voedingspatroon - maar zeker niet alles. Want waarom zouden Britse aanstaande moeders, zoals ik eens hoorde van iemand die geneesmiddelen verkocht, dan drie keer zoveel weeënremmers slikken als die in de rest van Europa? Met het ontbreken van navelbandjes kan het moeilijk iets te maken hebben.

De belangrijkste vraag die uit dit alles volgt is, welke van onze kwalen, gebruiken en obsessies vroeger of later eenvoudig zullen verdampen, als een eigenaardigheidje en niet méér. Iets dat verbazing wekt bij een buitenlander, een kleinkind... tot iedereen het gewoon vindt, of het is vergeten. De vraag stellen is haar beantwoorden: het ligt er maar aan hoe lang je wacht.