Maazel spiegelt zich met eigen werk aan Mahler

Concert: Wiener Philharmoniker o.l.v. Lorin Maazel. Programma: F. Schubert: ouverture Die Zauberharfe; L. Maazel: Concert voor fluit en orkest; G. Mahler: Symfonie nr 1. Gehoord: 13/1 Concertgebouw Amsterdam.

Honderd jaar geleden hadden de Wiener Philharmoniker in Gustav Mahler een dirigent die ook componist was. Gisteravond gaven de Wiener in Amsterdam een concert met Mahlers Eerste symfonie onder leiding van een dirigent die zich eveneens als componist presenteerde: Lorin Maazel. Na Schuberts ouverture Die Zauberharfe klonk Maazels Concert voor fluit en orkest. Deze zomer manifesteert Maazel zich bij de Wiener zelfs als een muzikale drie-eenheid, wanneer hij zelf de solist is in zijn Music for Violin and Orchestra.

Maazels fluitmuziek in zes delen die aaneen worden gespeeld, is op zijn best handig in elkaar gezet als een speels en onderhoudend geheel in een zeer gematigde modernistische stijl. Het begin doet met zijn waterachtig kabbelende noten aan als een vooruitblik op de Naturlaut, die later in Mahlers Eerste klinkt. Het lijkt ook een Cage-achtige soundscape, een klanklandschap als soundmix, waarin ook een enkel klankveld is te bespeuren. Het uitvoerige extra instrumentarium is deels exotisch: slagwerk, castagnetten, een elektronisch klavier, piano, celesta en ruisbuizen.

Deze fluitmuziek, opgedragen aan James Galway, doet voortdurend denken aan componisten als Ibert, Roussel en Ravel, maar dat heb je al snel bij fluitmuziek, terwijl Maazel ook lijkt te hebben geluisterd naar Berio en Maderna. Bovendien moeten sommige passages zijn ontleend aan de cd De fluit op zijn alleraangenaamst. De bijdragen van het solerende orkestlid Wolfgang Schulz vervlochten zich veelal met de prestaties van zijn collega's of vielen daarmee zelfs geheel samen in een passage die was geschreven als fluitkwartet.

Mahlers Eerste symfonie kreeg een wonderlijke uitvoering. De eerste twee delen werden regulier en onopmerkelijk gespeeld, al viel er uiteraard te genieten van de Weense orkestrale kwaliteit, zoals die bijvoorbeeld bleek uit de vrieskoude glinstering in een passage van de twee eerste violisten. Pas in de twee laatste delen, toen Maazel ook wat meer zelf aan het werk ging, ontplooide het werk zich echt op geweldige wijze.

Een bijzonder interpreet is Maazel niet, wel een dirigent die een briljant orkest ook echt kan doen schitteren. Het derde deel was effectvol en suggestief, waarbij de lome slaapsfeer van het Vader Jacob-motief uiteindelijk op fabelachtige wijze werd getransformeerd naar het volkomen verdroomd gespeelde citaat van het deel van het lied Die zwei blauen Augen, waarin onder een lindenboom in slaap wordt gerust. In fascinerend contrast daarmee stond de scherp geprofileerd gespeelde finale: monumentaal en in de eindeloze opstapeling van triomfen ten slotte fenomenaal feestelijk magistraal.

Veel meer dan over enkele onregelmatigheden bij het koper, verbaasde ik me over het Amsterdamse publiek, dat een warme winteravond was ontvlucht om tegen een toegangsprijs van 200 gulden uit te hoesten in een afgeladen Concertgebouw. De toegift was in deze januarimaand uiteraard een extra stukje Weens Nieuwjaarsconcert. Het was alsof men keek naar een jumbo virtual reality-tv met de beste luidsprekers ter wereld.