Jonge Japanse componisten prikken, klagen, mediteren

Concert: Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard. Werken van Mochizuki, Kashiwagi, Harada, Itoh en Hosokawa. Gehoord: 13/1 Paradiso Amsterdam. Herh. 14/1 Theater aan het Vrijthof Maastricht; 18/1 Oosterpoort Groningen; 20/1 De Vereeniging Nijmegen; 22/1 Paradijskerk Rotterdam. Opname NPS voor latere uitzending op Radio 4.

'Overvallen door een storm in de bergen pogen we ons te warmen in een innige omhelzing. Maar hoe dichter we elkaar naderen, hoe pijnlijker, doornen bedekken onze lichamen...'

Dit onalledaagse, maar wie weet in Japan niet ongebruikelijke, dilemma inspireerde Yoji Kashiwagi tot een compositie, één van de drie opdrachtwerken die het Nieuw Ensemble had verstrekt aan laureaten van het Akiyoshidai-festival in een fraai gelegen gehucht in Zuid-Japan, te vergelijken met ons Gaudeamus-festival.

De 24-jarige Kashiwagi won in 1995 de hoofdprijs met Meteor Storm of December. In een kort statement voor zes musici toont hij vitaliteit en lef. Kashiwagi is van huis uit trombonist en schreef vijf jaar geleden nog popmuziek. Hoe kort ook, dat muziekje bleef hangen, zeker het onverwacht stekelige slagwerkslot.

Kashiwagi's inspiratie in die pijnlijke omhelzing, had als motto kunnen dienen voor het gehele concert. Want al toonden de componisten zich in inleidende video's van de vrolijke kant - in het filmpje van Keiko Harada werd alleen maar gegiecheld - stekeligheid overheerste: het Japans expressionisme liegt er bij deze lichting niet om.

Zo vormden de clichés aan spanning verwekkende glissandi en ijzige stiltes die Harada in een groter opgezet ensemble onder de titel Sonora Distancia II had bedacht een gruwelijk klanklandschap, waarnaar ik aanvankelijk met enige tegenzin luisterde. Maar uiteindelijk moest ik me toch gewonnen geven, want zij weet haar materiaal wel degelijk richting mee te geven.

Dat je weer op een andere wijze op het verkeerde been kan worden gezet, demonstreerde Misato Mochizuki. De titel Si bleu, si calme veronderstelt een luchtige muziek, maar gruwel en grauwheid waren wederom niet van de lucht, hier was Xenakis niet ver weg. Harde klappen houden de vaart er in, het slagwerk fungeert als een aanjager die het betoog aan de gang houdt.

Het boeiendst vond ik Mirror van Hiroyuki Itoh, die als enige het karakteristieke van het Nieuwe Ensemble (de tokkelaars als gitaar, mandoline en harp) had weten te onderkennen. Itoh is iets ouder en beschikt duidelijk over meer ervaring. Hij zet zijn werk grafisch op en monteert dan gegevens, met elk een eigen innerlijke beweging door en over elkaar heen.

De consequente microtonaliteit geeft er iets jankerigs aan, maar dat klagende karakter in soli voor hobo en fluit wordt verlaten voor woest pathetiek in een merkwaardig viool-altviool-duet, waarna de piano invalt en de quasi willekeurige montage opeens sterke samenhang vertoont. Hier werkt de virtuoze piano als een ijzersterke magneet, waar je bij zijn collega's in een dergelijke toepassing bij bijvoorbeeld het slagwerk eerder aan velpon of wasknijpers denkt.

Het dankbaarst voor het op hoog niveau musicerend Nieuw Ensemble was echter ongetwijfeld Voyage I voor soloviool en ensemble van Toshio Hosokawa, zeer verfijnd en klankgevoelig, zij het mij een beetje te esthetisch. Het werk van deze artistieke leider van het Akiyoshidai-festival is hier niet onbekend, Voyage III ging in november in Amsterdam in première. Nee, stekels daar houdt Hosokawa niet van, zijn muziek drukt naar binnen gekeerde medidatie uit.