Japanners op de pof bij buitenlandse banken

De Japanse banken, die zich in een crisis bevinden, beginnen de kredietkraan dicht te draaien. Japanse bedrijven bellen intussen buitenlandse banken voor kredieten. “Dat hebben we nog nooit meegemaakt.”

TOKIO, 14 JAN. “Heeft u ervaringen met de credit crunch: bel naar 'credit crunch 110'.” Met deze parafrase op het landelijke alarmnummer voor calamiteiten richt het Japanse ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) zich tegenwoordig tot het midden- en kleinbedrijf dat wordt getroffen door Japanse banken die weigeren geld te lenen. Vooral dit midden- en kleinbedrijf klaagt steen en been en het MITI heeft zodoende in november een speciaal 'Hoofdkwartier voor Maatregelen' opgezet. Het wil nu van het getroffen bedrijfsleven de “rauwe stem horen”.

Ook buitenlandse banken in Tokio merken dat hun Japanse concurrenten de kredietkraan dichtdraaien. “Normaal gesproken betekent zaken doen dat je op klanten moet jagen”, zegt Donald MacKenzie, general manager van de ING vestiging in Tokio. “Maar sinds twee maanden bellen Japanse bedrijven ons uit zichzelf op of ze geld kunnen lenen, of ze een langdurige relatie met ons aan kunnen gaan. Dat hebben we nog nooit mee gemaakt. En dan nog denk ik dat we maar het topje van de ijsberg zien, omdat veel kleinere bedrijven geen enkele ervaring hebben met buitenlandse banken.”

Japan wordt momenteel getroffen door een credit crunch. Banken willen geen geld meer uitlenen omdat ze per 31 maart, het einde van het Japanse boekjaar, hun boeken positief willen sluiten. Op die datum moeten de internationaal opererende banken 8 procent eigen vermogen in huis hebben tegenover de uitstaande kredieten, een internationaal afgesproken norm. Een deel van dit vermogen bestaat uit boekwinst op aandelen die de banken in eigen bezit hebben. Maar door de lage beurskoersen in Tokio is deze boekwinst gesmolten als sneeuw voor de zon.

Analyses van effectenhuizen laten zien dat bij het huidige koersniveau van de Nikkei-index, de afgelopen week tussen de 14.000 en 15.000 punten, de helft van de Japanse banken een verlies in de boeken moet noteren op het aandelenbezit. Dat wil zeggen dat de banken op een andere manier eigen vermogen moeten creëren, zoals door de uitgifte van nieuwe aandelen die momenteel echter niemand zal willen kopen, of door het beperken van hun kredietverschaffing. Een Nikkei-index van 15.000 punten resulteert volgens het Mitsubishi Research Institute theoretisch in een vermindering van de kredieten die Japanse banken kunnen uitgeven met zo'n 39 biljoen yen (600 miljard gulden), ofwel 8 procent van de leningen die de banken gezamenlijk vorig jaar bij het sluiten van de boeken uit hadden staan.

“Er zijn bedrijven die voor een nieuwe lening bij een bank komen en te horen krijgen: 'Wij kunnen geen geld uitlenen, wel moet u nu met uw bestaande tegoeden bij onze bank uw eerdere lening aflossen' ”, zegt Akira Nakabayashi van de landelijke Federatie van Midden- en Kleinbedrijf in Tokio. Een andere bank beloofde een klein bedrijf geld te zullen lenen als de klant eerst met zijn tegoeden de eerdere schulden zou aflossen.

Nadat het bedrijf keurig de afspraak was nagekomen vertikte de bank het vervolgens om met de beloofde lening over de brug te komen. De federatie heeft inmiddels, net als het MITI, speciale advieslijnen voor zijn leden opgezet en voert overleg met het ministerie over noodzakelijke maatregelen. Uit maandelijks onderzoek van de federatie blijkt dat inmiddels “de stemming onder de leden over de economische situatie slechter is dan ooit in de afgelopen tien jaar”, aldus Nakabayashi.

Uit cijfers van de Teikoku Databank, beschikbaar tot en met afgelopen november, blijkt nog geen extreme groei van het aantal faillissementen in Japan. Wel is de omzet van het midden- en kleinbedrijf slechter dan tijdens de periode van de hoge yen drie jaar geleden, toen het Japanse bedrijfsleven grote moeite had internationaal concurrerend te blijven, aldus Nakabayashi van de federatie. Ook beperkt een kwart inmiddels de aanname van nieuw personeel.

Richard Koo van Nomura Research zei eerder deze maand in een interview met de krant Yomiuri dat de credit crunch momenteel de grootste bedreiging is voor de Japanse economie. Zodra de Japanse bevolking over enkele maanden zelf de effecten voelt zal ze niet langer protesteren tegen het gebruik van overheidsgeld ter stimulering van de economie, aldus Koo.

De lage beurs die zo'n belangrijke rol speelt in de weigering van banken om geld uit lenen, treft de Japanse banken juist nu de overheid uitgebreide deregulering voor de financiële sector, de 'Big Bang', op stapel heeft staan. Onderdeel van deze Big Bang is een stelsel van “prompte corrigeringsmaatregelen”. Dit wil zegggen dat de overheid hard wil optreden tegen banken die hun bedrijfsvoering niet op orde hebben, zoals het niet voldoen aan de 8 procentsgrens voor eigen vermogen waar banken het momenteel moeilijk mee hebben.

Pagina 17: 'Voor vertrouwen is openheid nodig'

Om niet binnenkort alle banken stil te hoeven leggen tovert de regering nu constant maatregelen uit de hoge hoed die banken de mogelijkheid geven tot creatief boekhouden. Om het eigen vermogen te kunnen handhaven wil men banken de keuze bieden om òf de marktwaarde van de aandelen op de balans te zetten, òf om domweg de bestaande boekwaarde te handhaven als de marktwaarde een verliespost in de boeken zou opleveren. Hetzelfde geldt voor onroerend goed van de banken.

Een andere maatregel van de overheid is het kopen van nieuw uit te geven preferente aandelen van de banken om hun vermogen op te krikken. Maar niemand zou die momenteel willen kopen. Dus doet de overheid dit zelf, waarvoor 13 biljoen yen (197 miljard gulden) is uitgetrokken.

“Maar het probleem is: wie krijgt dit geld?”, zegt MacKenzie van ING. “Er is nog niets bekend over de criteria. Ik denk dat een aantal banken zal zeggen 'nee, bedankt' omdat ze bang zijn voor meer overheidsinvloed. Een ander punt is dat een bank die als eerste geld krijgt direct kan worden gezien als zwakke broeder onder de banken.”

Dit zou in tegenspraak zijn met de woorden van premier Hashimoto dat het overheidsgeld niet zal worden gebruikt om niet-levensvatbare banken toch in leven te houden.

Vandaag werd bekend dat de overheid wellicht een weg uit dit dilemma heeft gevonden. De Tokio-Mitsubishi Bank, juist de grootste en sterkste onder de Japanse banken, en de Sanwa Bank, waarvan de president tevens voorzitter is van de federatie van banken, geven het goede voorbeeld en hebben besloten aanvaarding van het geld van de overheid “concreet in overweging te zullen nemen”. “Sanwa moet wel wegens de positie van de president als voorzitter van de federatie”, zegt MacKenzie over dit bericht.

Als verdere maatregel tegen de credit crunch kondigde premier Hashimoto afgelopen maandag aan om 25 biljoen yen (384 miljard gulden) beschikbaar te stellen voor leningen aan het bedrijfsleven via financiële instellingen van de overheid. “Maar dat is maar een tijdelijke oplossing”, zegt Nakabayashi, “voor ons is het van belang dat uiteindelijk de gehele financiële sector weer gezond wordt.”

“Een herstel van het internationale vertrouwen in Japanse banken door openheid, zoals in de gegevens over slechte leningen waarover nu weer nieuwe cijfers bekend zijn gemaakt”, noemt MacKenzie van ING als belangrijkste voorwaarde voor het herstel van de Japanse financiële sector. “Maar dat zal nog wel een aantal jaren duren”, voegt hij er aan toe.