Hippe oplichters en dromers uit Taiwan

Goodbye South, Goodbye. Regie: Hou Hsiao-hsien. Met: Jack Kao, Hsu Kuei-ying, Lim Giong, Annie Shizuka Inoh, Hsi Hsiang, Lien Pi-tung, Kao Ming, Vicky Wei, Lei Ming. In: Rialto en Desmet in Amsterdam, in Arnhem, Breda, Delft, Deventer, Enschede en Leeuwarden.

Goodbye South, Goodbye begint even swingend als een snel gemonteerde videoclip. Dat lijkt althans zo want in feite zijn de schokkende beeldflitsen van drie hippe jonge Taiwanezen in een trein afkomstig van één tergend lang aangehouden totaalshot. Elke vermeende camerabeweging wordt veroorzaakt door het schommelen van de trein en de vele lichtwisselingen door de tunnels waar hij doorheen raast. De hartslag-beat op de soundtrack overstemt het geratel van de wielen op de rails.

Nadat de Taiwanese filmregisseur Hou Hsiao-hsien zich zo'n tien films lang een zorgvuldig, ingetogen en lyrische chroniqueur van de geschiedenis van zijn land heeft betoond, is in Goodbye South, Goodbye het heden aangebroken: een ontworteld en losgeslagen tijdperk. Centraal staan de beslommeringen en omzwervingen van drie jonge mensen - exponenten van een Taiwanese generation X - die zich min of meer bewust buiten de maatschappij hebben geplaatst en door middel van kleine oplichterspraktijken snel rijk hopen te worden. Toch is geld niet hun voornaamste doel, het is vooral een middel om hun dromen te realiseren: een eigen restaurant, een plek om te leven, een vaag paradijs aan de andere kant van de heuvels.

Wie een uitgebreide expositie van thema en personages verwacht, komt bij Hou bedrogen uit. De kracht van zijn werk ligt in de terloopsheid ervan, in zijn onnadrukkelijke manier om levens te observeren. Maar hoe afstandelijk dat aanvankelijk ook lijkt, langzamerhand kruipen zijn beelden onder je huid en word je onbarmhartig deelgenoot gemaakt van de claustrofobische levens van Kao (Jack Kao), Platkop (Lim Giong) en Krakeling (Annie Shizuka Inoh). Of ze nu bakkeleien in hun piepkleine appartementje, een illegale goktent openen in de bergen of een varkenszwendel op touw zetten op het Chinese platteland, al hun handelingen lijken even doelloos en willekeurig.

Hou mag dan de meester van het bedachtzame totaalshot zijn, in Goodbye South, Goodbye is zijn stijl net als in het virtuoze Good Men, Good Women (1995) losser en soms zelfs uitbundig. Vooral in de expressieve intermezzi waarin zijn hoofdpersonen zich van de ene plek naar de andere verplaatsen. Daar gaan ze, in auto's, treinen of op motorfietsen, in knalgroen, bloedrood of koudblauw gefilterd licht. Maar de enige plaats waar zij ooit arriveren is in een weiland, in de ochtend, met hun wielen in de modder en dan is er gemept, gevloekt, gezopen en geraaskald en is er niets gebeurd. Wat is hun troosteloosheid dan mooi.