Heimwee in de Parijse metro

Het ondergronds orkest. Regie: Heddy Honigmann. In: Kriterion, Amsterdam; Haags Filmhuis; Lantaren/Venster, Rotterdam.

Ze had het niet hoeven doen, en ze deed het toch. Ook zonder die paar minuten was Heddy Honigmanns documentaire Het ondergronds orkest een goede documentaire geweest, een volmaakte documentaire, die een alledaags verschijnsel uit de oog- en oorhoeken van de gewone wereld haalt. Het ondergronds orkest gaat over muzikanten die in de metro van Patrijs hun geld verdienen. Inwoners horen hen als ze naar werk of winkels gaan, met dat beetje aandacht dat krant, boek, oogcontact en haast ervoor openlaten. Toeristen hebben meer interesse, maar ook voor hen zullen de meeste muzikanten slechts een overbrugging zijn van het Louvre naar de Quay d'Orsay. De tijd laat ruimte voor een paar vlugge gedachten over zwerven en een onzeker bestaan. Meer is er niet.

Honigmann, die in Metaal en Melancholie taxichauffeurs uit Lima aan het woord liet en met bejaarde Brazilianen over erotische poëzie praatte in O Amor Natural, luistert nu naar de muzikanten, spreekt ze aan, gaat met ze mee naar huis. Fransen zijn het niet; Parijs is in Honigmanns ogen een metropool gevuld met mensen die hun eigen land verlaten hebben. Ze komen uit Bosnië en Argentinië, Roemenië en Oeganda. Parijs is beter dan thuis, maar thuis is het niet. De heimwee wordt opgeroepen en weggespeeld door de muziek van hun eigen ergens anders.

De documentaire organiseert een idee van een orkest in ballingschap, of de muzikanten samen één lied spelen. Zulke valse romantiek had Honigmann niet hoeven te logenstraffen; die is hoort er bij dit onderwerp bij. Ze deed het toch. In één glorieuze scène doorbreekt ze de opbouw van haar eigen documentaire. Ze gaat met William Baldé, Marc Chavanis en Michel Domisseck een volle metrowagon in en laat hen Try A Little Tenderness inzetten en uitspelen. Iedereen in de wagon geeft het lied de volle aandacht, misschien omdat er een camera aanwezig is, maar dat is niet erg. Het lied wordt het waard. Elke uithaal is adembenemend, elke bijdrage aan het ritme een wellustige winst op de haast. In een Amsterdamse zaal is dat waarschijnlijk nog meer zo dan toen het echt gebeurde.

De mensen in de metro weten dat ze het lied uit mogen horen. In de zaal weet ik dat niet. Wanneer zal Honigmann afbreken, wanneer besluit ze dat het genoeg is? We hebben een indruk gekregen en in een documentaire moet dat meestal volstaan. Hier niet. Beleefd laat ze het lied duren, tot het helemaal is afgelopen.

Het geeft niet meer dat Honigmann in de rest van de film een beetje rond de metro is gaan zwalken, muzikanten filmt die er nooit spelen, zoals de Argentijnse pianist die in een concertzaal over zijn martelingen vertelt. Evenmin doet het er nog toe dat Honigmann wegens de reeks bomaanslagen in de Parijse metro geen toestemming meer kreeg om meer ondergronds te filmen. Muziek en onverwacht geluk wordt door haar tovergreep het eigenlijke onderwerp van Het ondergronds orkest.