Gronings OM 'niet rouwig' als Daverschot gaat

De Groningse burgemeester Ouwerkerk en hoofdofficier Daverschot krijgen van de ministers Dijkstal en Sorgdrager tot eind deze maand de tijd om hun politiecrisis op te lossen. De hoofdofficier en zijn plaatsvervanger kunnen geen kritiek verdragen, vinden hun medewerkers.

GRONINGEN, 14 JAN. Het vertrek van veel talentvolle officieren van justitie, een gestroomlijnde werkwijze met goede 'productiecijfers', verstoorde verhoudingen met de politie én de affaire-Lancée. Onder leiding van de in opspraak geraakte hoofdofficier R.D.E. Daverschot en plaatsvervangend hoofdofficier M. van Capelle heeft het openbaar ministerie in Groningen een bewogen periode achter de rug. “Ze kunnen geen kritiek verdragen. Ze vragen er wel eens om, maar als je iets zegt dan krijg je dat als een boemerang terug”, zegt een medewerker van het OM.

Op het Groningse openbaar ministerie wordt druk gespeculeerd over de vraag of hoofdofficier Daverschot het hoofd boven water kan houden bij de politiecrisis in Groningen. Als het niet op korte termijn is, denken velen dat er over enige tijd wel een chique oplossing komt voor Daverschot. De Tweede Kamer wil dat naast burgemeester Ouwerkerk ook Daverschots rol morgen in een spoeddebat aan de orde komt. Daverschot en Ouwerkerk hadden vanochtend overleg met de ministers Sorgdrager (Justitie) en Dijkstal (Binnenlandse Zaken). Ze krijgen tot het einde van de maand de tijd de problemen in Groningen op te lossen. Na afloop zeiden beiden dat over hun positie niet is gesproken.

Volgens medewerkers en oud-medewerkers, die niet met hun naam in de krant willen, ligt Daverschot niet goed bij zijn personeel. “Velen zullen er niet rouwig om zijn als er wijzigingen in de leiding moeten komen”, aldus een van die medewerkers. De bijnaam van Daverschot op het parket is 'Kadaverschot'. Het geldt als stijve, saaie en autoritaire man.

Over het OM Groningen bestaat een dubbel beeld. De bedrijfsvoering is goed op orde gebracht. Maar de verhoudingen tussen parketleiding, de officieren van justitie en andere medewerkers zijn slecht. Volgens strafrechtadvocaat W. de Haan is het in Groningen geen geheim dat veel talentvolle officieren zijn weggegaan uit onvrede met de te strakke werkwijze. “Er is in een paar jaar tijd een totaal ander officierenbestand gekomen”, zegt De Haan.

Daverschot trad in 1992 aan in Groningen. Hij had daarvoor bij de krijgsraad in Arnhem gewerkt, als officier van justitie in Arnhem en Middelburg en als advocaat-generaal in Leeuwarden. Hij kreeg als opdracht het parket in Groningen wakker te schudden, want het gold als ingeslapen organisatie. Dat is Daverschot meer dan gelukt. De 'productiecijfers' zijn goed, daardoor heeft Daverschot een goede naam gekregen bij het ministerie en het college van procureurs-generaal. Als eerste parket haalde Groningen in 1995 de doelstellingen uit het beleidsplan Strafrecht met Beleid, zoals het minder dan vijf procent seponeren van zaken en driekwart van de zaken binnen drie maanden afdoen. De procureurs-generaal beloonden het OM hiervoor met een prijs van 50.000 gulden. Advocaat De Haan. “Je kunt wel 93 procent veroordelingen hebben met fietsendieven, maar als je in de zaken waar het echt om gaat blundert, dan houdt het publiek een heel ander beeld over.”

In het rapport van bureau Bakkenist, dat de val inluidde van korpschef J. Veenstra, kwam ook Daverschot er niet goed af. Volgens het rapport is hij op het parket weliswaar een goed manager, maar heeft hij in het driehoeksoverleg met de burgemeester en de korpschef onvoldoende gevoel gehad voor de bestuurlijke verhoudingen en voor de problemen bij de regiopolitie Groningen. Het rapport noemt OM Groningen een strak geleide organisatie waar cijfers een te absoluut gewicht hebben bij de beoordeling van doelstellingen van het OM.

Medio vorig jaar waren onderzoekers van KPMG en de Erasmus-universiteit eveneens zeer kritisch over het functioneren van het OM Groningen. Er zou een 'kritiek vijandig organisatieklimaat' heersen. Medewerkers durfden uit vrees geschoffeerd te worden door leidinggevenden geen kritiek te uiten, aldus de onderzoekers. Daverschot vond deze kritiek veel te scherp gesteld.

Advocaat De Haan vindt dat onder leiding van Daverschot het magistratelijk denken in Groningen verloren is gegaan. Officieren van justitie zijn volgens hem niet meer een deel van de rechtelijke macht, waarbij zij de kwaliteit van het onderzoek en de belangen van de verdachten scherp bewaken. Maar ze zijn onderdeel geworden van de opsporing waarbij ze zelf de grenzen van de wet opzoeken.

Plaatsvervangend hoofdofficier Van Capelle is volgens hem hèt voorbeeld van zo'n 'crimefighter'. Dat werd vooral duidelijk in de affaire-Lancée rond de door zijn dochter valselijk van incest beschuldigde ex-politiechef van Schiermonnikoog. Van Capelle nam de beslissing om een arrestatieteam Lancée met veel machtsvertoon te laten arresteren. Dat bleek later zeer overdreven geweest te zijn. Ook het CDA-Kamerlid Koekkoek is kritisch over de rol van met name Van Capelle. “Hij is weggepromoveerd na de IRT-affaire. De vraag is of dat een succes is geweest.” Van Capelle was voordat hij in september 1994 geleden naar Groningen kwam officier van justitie in Amsterdam en raakte in opspraak door vergaande opsporingsmethoden tijdens het IRT-onderzoek. “Monte Monte, eerst tot tien tellen”, is volgens Koekkoek een bekende uitspraak over Monte van Capelle. “Ik heb soms de indruk dat hij Daverschot precies stuurt waar hij hem hebben wil”, zegt de medewerker van het parket. Ook Koekkoek zegt begrepen te hebben dat Van Capelle een grotere rol speelt dan de hoofdofficier.

Het tweetal kan in ieder geval goed met elkaar overweg, ook al zijn ze ogenschijnlijk elkaars tegenpolen. Daverschot is stug, terwijl Van Capelle volop geintjes uithaalt. Hij houdt soms iedereen voor de gek, ook Daverschot zonder dat die het doorheeft. Onlangs bij een afscheid riep Van Capelle bij de binnenkomst van Daverschot hard “de hoofdofficier”. Net als in een rechtbank gingen enkele bezoekers van de receptie spontaan staan.