Gieren van de pret om lef van 'Drie musketiers'

Jeugdtheater: 1. De drie musketiers, door Geert van den Berg. Regie en tekst: Geert van Krimpen, Spel: Geert van den Berg. Vanaf acht jaar. Gezien: 9/1, Stadsschouwburg Amsterdam. Nog te zien: 30 en 31/1, Zimihc-festival Utrecht. Daarna tournee. Inl. 030-2723455. 2. Feest, door Speeltheater Gent. Regie: Connie Heggen, Spel: Pol Pauwels, Onno Roozen e.a. Vanaf zes jaar. Gezien: 11/1, De Brakke Grond Amsterdam. Tournee t/m 15/3. Inl. 00329-2337000.

Als Jan Klaassen vanuit de poppenkast richt Geert van den Berg zich in zijn solovoorstelling De drie musketiers rechtstreeks tot het publiek. 'Is het je gewoonte om zomaar in iemands slaapkamer te kijken?' brult hij vanuit een groot wit hemelbed, waarin hij al vanaf het volstromen van de zaal ligt. Zijn toeschouwers, jong en oud, hangen al snel aan zijn lippen.

Twee jaar geleden bewerkte Geert van den Berg, die begon als pantomimespeler, voor het eerst een klassieke (jeugd)roman. Na Alleen op de wereld kiest hij nu voor het wat minder direct aansprekende De drie musketiers. Maar Van den Berg geeft de heroïek ruim baan en vertelt in mooie, ouderwetse taal een verhaal over roem, eer en de liefde. Af en toe gebruikt hij voor kinderen onverstaanbare Franse of Engelse woorden, maar uit de context kan steeds worden opgemaakt wat ze ongeveer beduiden. Daardoor werken juist die vreemde uitroepen spannend en sfeerverhogend.

Een van de voordelen van jeugdtheater in een kleine zaal is het directe contact dat gelegd kan worden met de kinderen in de zaal. Lef is daarvoor wel een vereiste, zeker als je, zoals Van den Berg, kussens de zaal in smijt, het publiek nat spat of vragen stelt over verliefdheid. De kinderen zitten, gretig, op het puntje van hun stoel en gieren van het lachen.

De acteur weet zoveel spanning te leggen in zijn bewegingen dat het geroezemoes telkens weer snel verstomt. Zijn gezicht doet in expressiviteit denken aan dat van Rowan Atkinson. Met een enkel handgebaar, het draaien aan een denkbeeldige snorkrul, maakt Geert van den Berg duidelijk dat hij een andere rol aanneemt.

En als hij voor een belangrijke scène, het Duel, toch echt een medespeler nodig heeft, trekt hij gewoon een jongetje van zijn stoel. Even later mogen ook de jaloerse vriendjes uit volle borst meezingen: 'Eén voor allen, allen voor een, samen staan we sterk, sterker dan alleen.'

In de voorstelling Feest van het Speeltheater Gent ontbreekt het ten enen male aan contact met het publiek. Vier mannen doen gek op een podium, maar dat maakt nog geen goed jeugdtheater. Deze 'familievoorstelling' voor mensen vanaf zes jaar gaat over de hoofden van kinderen heen. Alleen de dozen aan hun benen, waarop ze aan het begin rondhompelen, spreken tot de verbeelding.

De Nederlandse choreografe Connie Heggen werd door het Belgische gezelschap aangezocht voor het maken van de jaarlijkse 'kerstspecial'. Twee dansers en twee acteurs liet zij improviseren rond het thema 'feest'. Zo ontstond zogenaamd 'dansant theater': veel bruuske bewegingen, karate-schoppen, breakdance-achtig gerol over de vloer, discodansjes en geraaskal.

De mannen kramen te pas en te onpas losse flarden tekst uit, meestentijds tot overmaat van ramp in het Engels. Ze scheppen op, de een zegt Brad Pitt te zijn, de ander de geluidsman van de Jacksons. Ze hebben het over versieren, over 'goesting hebben om te vrijen' of over een gehandicapte man overdekt met zweren en bulten in een collegezaal.

Volwassenen in de zaal kunnen er soms nog wel om lachen. Maar aan de kinderen gaan het overgrote deel van de 'geestigheden' en de parodieën natuurlijk geheel voorbij. Bovendien worden hun spontane vragen genegeerd. Feest is een pretentieus samenraapsel van loze kreten en bewegingen.