Franse werklozen rest slechts de straat

In Frankrijk hebben opstandige werklozen de laatste vier weken stadhuizen en arbeidsbureaus bezet. Gisteren demonstreerden ze in Parijs. 'Naar Châtelet!', roept een slimmerik.

PARIJS, 14 JAN. Lisa da Silva zit op het asfalt, op de Place de l'Alma, bijna precies boven de plek waar prinses Diana in een tunneltje het leven liet. Het verkeer is tot stilstand gebracht door een desperate groep werklozen. Hun mars naar het hoofdkwartier van de Franse werkgevers is geblokkeerd door een naadloos kordon oproerpolitie. Wat rest is de straat.

Vriendelijke ogen in een moe gezicht. Lisa legt met zachte stem uit dat ze zeven jaar werkloos is en in haar eentje drie kinderen moet grootbrengen van 1.500 gulden netto in de maand. Ze werkte bij het stadhuis van Villejuif, een voorstad van Parijs, maar raakte die baan kwijt na een lang ouderschapsverlof. Uitleggen hoe dat precies kon lukt niet, auto's willen de Seine-brug over. Ze is geen vakbondslid maar demonstreert mee omdat “ik het niet red” op een minimum-bijstandsuitkering, alles wat over is sinds de WW is afgelopen.

Het zijn gevallen zoals het hare die in december de stoot hebben gegeven tot de acties van werklozen. De laatste vier weken hebben ze overal in Frankrijk stadhuizen en arbeidsbureaus bezet. De geïsoleerde uitingen van wanhoop en directe geldnood konden pas een beweging worden toen de communistische vakcentrale CGT zijn stakingskunde inzette. Sindsdien hebben de communistische en groene regeringspartners van premier Jospin zich openlijk achter de acties opgesteld - vooral de communisten, die fel tegen het Verdrag van Amsterdam zijn, goochelen met een onnavolgbaar actiemodel van 'conflictualiteit' binnen én buiten de regering.

Jospin roept de laatste dagen om linkse eenheid maar verliest voor het eerst punten in de opiniepeilingen. De ingebouwde politieke instabiliteit plus de roep van miljoenen werklozen om geld en werk èn het gisteren opnieuw bevestigde verzet van de werkgevers tegen de verplichte werkweek van 35 uur in het jaar 2000 vormen een explosief mengsel, dat begint te lijken op premier Juppé's rampzalige onrustseizoen van november '95. Van die massale stakingen tegen de hervorming van de sociale zekerheid heeft de rechtse premier zich nooit hersteld.

De oproerpolitie (CRS) haalt haar achterstand in en komt op het plein af. In de rijen van stakende werklozen klinkt het gefluisterde signaal: 'Naar Châtelet'. Zo snel als ze zijn opgedoken stromen de nauwelijks van spandoeken en ander professioneel actiemateriaal voorziene Overbodigen de metroslurf in. Velen komen van buiten Parijs. Bij Châtelet dringen ze achter elkaar naar de uitgang. Welke uitgang? Er zijn er tientallen. Naar Châtelet!, roept een slimmerik. Châtelet bestaat niet, het is alleen maar een halte.

Pagina 5: Didier zegt dat hij 'schijt heeft aan geld'

Sommige demonstranten hebben verder gedacht. In Parijs is nog geen bezetting gelukt. Het hoofdkwartier van de CNPF (de Franse collega's van VNO/NCW) was gebarricadeerd. Op naar de Bourse de Commerce in de Rue du Louvre. Opnieuw is de oproerpolitie te laat. Tientallen jongeren met Palestijnensjaals en roodzwarte anarchistenvlaggen breken het glas. Even later dwarrelen de eerste printers en Kamer-van-Koophandeldossiers van het balkon naar beneden.

Degenen die riepen 'Vandaag zijn de werkgevers onze vijand!' krijgen hun zin. Maar zijn dit acties van authentieke werklozen of van het schijnbaar altijd beschikbare legioen 'casseurs', razendsnelle jongens en meisjes met veel zwart in hun lay-out die graag de spankracht van glas en metaal op de proef stellen? Waarschijnlijk van alles wat. Een werkloze acteur die over drie weken een dochter krijgt, demonstreert mee “nu het nog kan”. Didier is van de partij om zijn blaadje Jules bekendheid te geven; hij heeft een eigen bedrijfje gehad, is werknemer geweest en heeft “schijt aan geld”. Een passerende vrouw in een jack van twee gulden sneert: “Geef mij werk om dat schijt te verdienen.”

Ook in andere steden van Frankrijk marcheerden met meer of minder sturing van de communistische vakcentrale CGT duizenden over straat. Vooral in Marseille was de opkomst flink. Zaterdag wordt een grote mars in Parijs voorbereid. Dan moet blijken of de armsten der armsten een treinkaartje kunnen opbrengen voor hun quitte of dubbel: de premier van een verdeelde linkse coalitie kan niet erg lang ongevoelig blijven voor de miljoenen waar hij voor zegt op te komen. Wijlen François Mitterrand zei na twaalf jaar modderen: “Wij hebben alles geprobeerd tegen de werkloosheid.” Die gelatenheid kan Jospin zich niet veroorloven. Als 'zaterdag' mislukt krijgt hij misschien een adempauze.