EU-missie 16 januari naar Algerije; GIA wil leger uit Algiers weglokken

In Algerije kunnen alleen de gelukkigen op redelijke bescherming rekenen tegen moordende groepen. Inwoners van Algiers vrezen dat nu hun beurt is gekomen.

AMSTERDAM, 14 JAN. In Algiers was het de afgelopen weken opmerkelijk rustig. Het leek alsof er geen politie meer was - alleen verkeersagenten. In werkelijkheid was er meer politie dan ooit, maar alleen in burger. Ze zijn tegenwoordig gekleed in jeans, een ruim zittend leren jack, waaronder ze gemakkelijk een wapen kunnen verbergen, en sportschoenen om hard te lopen.

“We doen hier alsof de totale vrede is uitgebroken, ook al weten we beter”, zei zondagavond een opgewekte Mohamed aan de telefoon. “Ja, de moorden zijn vreselijk, maar ze zijn ver hier vandaan. We lezen er uitgebreid over in de kranten. Ook de televisie geeft nu reportages, hoewel vooral om nog eens aan te tonen hoe beestachtig de terroristen zijn.”

Gisteren was het met zijn opgewektheid gedaan. Hij had net gehoord dat er in een café in Algiers een schietpartij was geweest. “Niet zoals bij jullie tussen bendes. Maar zoals bij ons: één of meer terroristen begonnen blindelings te schieten.” Hij wist dat er doden waren gevallen, maar nog niet hoeveel. Opvallend was dat hij absoluut niet verbaasd was.

Want sinds weken 'weet' iedereen dat de leiding van de GIA, de Gewapende Islamitische Groep, die elders in het land zoveel slachtpartijen aanricht, van plan is nog vóór de vastenmaand Ramadan over ongeveer twee weken eindigt, een groot offensief in Algiers zelf te beginnen. De GIA heeft dat 'aangekondigd' via Radio-Trottoir, de geruchtenmachine die in tijden van crisis op volle toeren draait. Vast staat dat het leger deze 'berichten' zeer serieus neemt en daarom Algiers meer dan ooit tevoren probeert af te grendelen. Hoewel de strijdkrachten zich binnen de hoofdstad nauwelijks laten zien, hebben zij op alle toegangswegen het aantal controleposten verhoogd.

De recente moordpartijen in de doodarme gehuchten in het westen van het land, gevolgd door nieuwe, net zo vreselijke moordpartijen in dorpen ten zuidoosten van Algiers, zijn dan ook vooral bedoeld om het leger uit de hoofdstad weg te lokken. De GIA probeert, zeggen goed geïnformeerde bronnen, om zo'n 500 strijders Algiers te laten infiltreren en die in groepjes van twintig, dertig en vijftig man op te splitsen. Die zouden op het uur U - terwijl er overal autobommen ontploffen - links en rechts zoveel mogelijk mensen moeten vermoorden. Daarom werden enige weken geleden honderden auto's in Algiers gestolen, die nog steeds niet zijn opgespoord.

Anderhalf jaar geleden maakte de GIA bekend dat zij van niemand een neutrale houding in de oorlog tegen de 'ongelovigen' accepteerde. Wie niet actief aan de strijd deelnam, zou als vijand van God worden behandeld. Vanaf dat ogenblik werden de uitgevoerde moorden steeds willekeuriger en barbaarser. De afgelopen maanden werden ze ook steeds massaler.

Daardoor dringt nu bij de bevolking het besef door dat alleen de gelukkigen, dat wil zeggen zij die dichtbij de machthebbers zitten of nuttig voor het land zijn, op redelijke bescherming kunnen rekenen. Het leger dat nog maar kort geleden “de laatste restanten van het terrorisme” zei te bestrijden, geeft thans openlijk toe niet in staat te zijn iedereen in het enorme land te beschermen - en zeker niet alle veraf gelegen dorpen en gehuchten aan de voet van het Atlasgebergte, vlakbij dichtbegroeide bossen en diepe rotskloven. De regering, die zelfs na deze uitspraken van de generaals nog even volhield dat men het terrorisme “vrijwel bedwongen had”, zegt nu ook dat “de burgers zichzelf moeten verdedigen”.

Dat is een geweldige overwinning voor de GIA. Zij heeft de triomfantelijke beweringen van de machthebbers gelogenstraft dat de oorlog tegen het terrorisme zo goed als gewonnen was. De ogenschijnlijk zinloze terreur blijkt succes op te leveren. De tactiek is simpel. Hoe meer mannen, vrouwen en kinderen in één nacht worden vermoord en hoe gruwelijker dat gebeurt, des temeer de media dat melden. Daardoor worden de mensen steeds banger en zijn zij eerder bereid de bevelen van Gods Strijders blindelings te gehoorzamen.

Alle overlevenden vertellen hoe goed georganiseerd en systematisch deze bendes te keer gaan. Zij verdelen hun taken; één groep ramt met bijlen of explosieven de deuren in, een tweede groep slacht de dorpsbewoners af, een derde groep zorgt voor de verdediging tegen een mogelijke tussenkomst van het leger, de gendarmerie of de zelfverdedigingsmilities. Sommige aanvallers zijn gekleed in een militair uniform, anderen in de kleren van de strijders die in Afghanistan hebben gevochten, weer anderen zijn gemaskerd. En ze moorden niet in blinde woede, maar rustig en trefzeker, soms na een goede maaltijd bij hun slachtoffers.

De meesten van hen behoren tot de onderklasse. Ze hebben geen opleiding. Ze hebben geen werk. En ze weten niets van de islam. Hun is verteld hoe goed en noodzakelijk het is om de jihad te voeren, de heilige oorlog tegen de vijanden van God en de islamitische gemeenschap. Succes voor de mujahedeen (zij die de jihad voeren) is altijd verzekerd. Als zij slagen, regeren zij namens God de wereld. Daarom is het hun, bij de uitvoering van hun 'Heilige Plicht', nu al toegestaan om meisjes en vrouwen uit de door hen aangevallen dorpen als 'tijdelijke echtgenotes' mee te nemen, te verkrachten en, na hen zwanger te hebben gemaakt, te vermoorden. Deze vrouwen en meisjes zijn immers niet anders dan 'oorlogsbuit'.

Als de mujahedeen sneuvelen in hun strijd om deze wereld te veranderen - de levensduur van een gemiddelde mujaheed is ongeveer een half jaar - gaan zij onmiddellijk naar het Paradijs, waar niet alleen stromen alcohol en reeksen maagden ter hunner beschikking staan, maar zij ook dichter dan wie in Gods nabijheid verkeren. Zij mogen bij uitvoering van hun taak vrijuit moorden. Dat is, zo wordt hun verteld, in overeenstemming met een hadith (een overgeleverde uitspraak van de Profeet Mohammed). Volgens deze hadith zou de Profeet in antwoord op de vraag hoe zijn mujahedeen in nachtelijke gevechten de goeden van de slechten konden onderscheiden, hebben geantwoord: “Zij maken deel uit van de vijand, dus mogen jullie hen doden.”

De uitspraken van de Profeet werden na zijn dood verzameld op grond van horen zeggen. Een aantal van die hadith werd door de islamitische wetsgeleerden als kanonieke uitspraken erkend en daarom tot onderdeel van de leer verklaard. Maar vele hadith werden niet erkend; sommige zijn omstreden, andere als regelrechte vervalsingen gekenmerkt. Tot de laatste categorie behoort de hadith die de GIA-strijders vrij baan geeft medemoslims uit te roeien.

De aldus religieus gerechtvaardigde gruweldaden hebben enerzijds tot gevolg dat steeds meer dorpen die vroeger het verboden radicaal-islamitische FIS (het Front voor Islamitische redding) steunden, nu bereid zijn de door de overheid aangeboden wapens te accepteren. Anderzijds proberen steeds meer dorpen het met de GIA op een akkoordje te gooien. Beide keuzes zijn afgedwongen; ze worden niet uit vrije wil gemaakt - omdat men meer sympathie heeft voor deze of gene partij - maar uit puur lijfsbehoud.

Grote groepen van de bevolking voelden zich al lang geleden in de steek gelaten door de overheid, en stemden daarom in 1990 en 1991 op het FIS. Thans worden zij opnieuw in hun gelijk bevestigd. Want de overheid bleek niet bereid of in staat om de overlevenden van de bloedbaden die, op zoek naar bescherming naar grotere dorpen en steden vluchtten, ook maar enigszins adequaat op te vangen. Zondag zei minister van Binnenlandse Zaken Benmansour tijdens de begrafenis van 17 vermoorde mensen uit het dorp Kehla: “De burgers moeten zichzelf verdedigen en de materiële middelen daarvoor zullen hun ter beschikking worden gesteld.” Hij voegde eraan toe: “Het terroristische fenomeen dat Algerije beleeft, is de zaak van alle Algerijnen, die de handen ineen moeten slaan.”

Zijn uitspraak geeft niet alleen de onmacht weer van het leger, maar betekent ook dat er in Algerije nòg meer milities zullen komen. En die zullen - nóg meer dan nu al gebeurt - erop los slaan. Niet alleen tegen de GIA, maar tegen alles en iedereen die hen in de weg staat. Vandaar dat Liberté, de grootste krant van Algerije, gisteren het nieuws becommentarieerde met de kop “Waar is de Staat?” - en op die vraag geen antwoord wist te geven.