Een lezer is gestorven

Zeggen dat ik hem goed kende zou geen pas geven. We maakten beiden deel uit van een leesclub die nu zijn derde lustrum nadert. Het is - of liever was, want nu is hij ons ontvallen - een gezelschap dat twee keer per jaar bijeen kwam. Men had het betreffende boek gelezen of herlezen en luisterde oplettend naar de korte voordracht van twaalf of twintig minuten door degene die het boek had voorgesteld en die nu zijn of haar enthousiasme toelichtte.

Dit was het meest heldere en hoffelijke deel, onveranderlijk begeleid door koffie met cake. Een enkele keer hing de bijeenkomst aan een zijden draad. Indien niet aan het quorum, door de club nooit anders dan minjan genoemd, voldaan was diende het gezelschap zich weer te ontbinden danwel een willekeurige voorbijganger van de straat te plukken om het aantal vol te maken. Er moesten er tien zijn. Het gezelschap omvatte zeer diverse lezers: juristen, psychiaters, een astrofysicus, docenten en schrijvers. Na de voordracht discussieerde men kort maar hevig, glas in de hand, heerlijke hapjes overal. Nooit was iemand het met wie dan ook over wat dan ook eens.

Wim van Lakwijk is de man over wie het hier gaat. Hij is gestorven aan een ellendige hersentumor, niet zo erg lang na zijn pensionering als leraar klassieke talen aan het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam. Ik kende hem niet goed, maar hij was ook niet zo ver weg. Ik heb hem onder andere bewonderd op een kennismakingsbijeenkomst van zijn school. Haarfijn legde hij daar een Grieks gedichtje uit, naar het leek volstrekt à l'improviste. Een van mijn dochters heeft les van hem gehad en was zeer op hem gesteld. Ik was vrij goed op de hoogte van zijn lot doordat ik wekelijks pleeg te tennissen met een wederzijdse vriend, een van degenen die er samen met het benodigde verplegend personeel voor gezorgd hebben dat hij zijn laatste maanden zo goed en zo kwaad als dat ging thuis kon blijven. Zijn vrienden omringden hem met goede zorgen en kookten bij toerbeurt voor hem.

Denkelijk zou ik zijn begrafenis of crematie wel hebben bijgewoond. Maar geheimzinnig genoeg behield de familie zich de exclusieve rechten voor op dat evenement - dat zelfs nooit openbaar gemaakt is - en heeft zij de vriendenkring daarover niet eens willen informeren. Op haar beurt is die familie, hoewel uitgenodigd, niet komen opdagen bij de indrukwekkende aan zijn nagedachtenis gewijde bijeenkomst in de aula van het Barlaeus. Ik vertel dit niet om zo maar een beetje uit de school te klappen, alswel bij wijze van waarschuwing aan iedereen die het zou kunnen aangaan. Leg tijdig vast wie u wilt dat er over u gaat als u er zelf niet meer bent!

Wim van Lakwijk is zo'n leraar, collega en vriend geweest die een leven lang mee gaat. Een reeks van sprekers en voorlezers riep het ongrijpbaar geworden object van al die nog één keer toegestroomde affectie op. Hij werd in kaart gebracht en kreeg zijn markante trekken. Collega's en oud-leerlingen zongen en musiceerden de bescheiden en zachtmoedige erudiet die hij was weer te voorschijn. De geografie van zijn talrijke vriendschappen en verbintenissen bleek nu pas goed. Literatuur, muziek en zeker ook heel veel beeldende kunst, met bijbehorende reizen, daaruit bestond zijn leven. Met dezen had hij er een leesclubje Tacitus op na gehouden, met genen een dat zich wijdde aan Dante, en in weer een ander gezelschap was het om Proust begonnen. Ten minste vijf van zulke leesclubs gaven nu blijk van hun bestaan. Al deze clubs waren door hem gesticht en plachten regelmatig en royaal onthaald te worden. Zo te horen was daarbij veel goede witte wijn geschonken en heerlijk gegeten. Of er nog meer clubverbanden waren, weet waarschijnlijk alleen Wim van Lakwijk zelf.

Twee oud-leerlingen uit een groepje waarmee hij begonnen was aan een zich over vele jaren uitstrekkende exercitie door de integrale Ulysses heen, stelden zich naast elkaar achter de katheder op. De ene begon voor te lezen; even later al bleek waarom ze het met zijn tweeën deden. Bij een verraderlijk woord brak de stem van de voorlezeres en nam haar vriendin het, arm om de schouder, over. Het leek me niet alleen een roerend tribuut aan een niet te vergeten leraar en vriend, maar op zichzelf al een demonstratie van de waarde van vriendschap.