Een held van onze tijd

Nauwelijks van de schrik bekomen die het sprookje van Roodkapje de tere kinderziel aanjoeg, moesten wij, negenjarige Sovjet-pioniertjes, weer een volgend griezelverhaal aanhoren, nu over Pavlik Morozov, de eerste martelaar uit een lange reeks Sovjet-helden die ons de juiste levensweg moesten wijzen.

Met ingehouden adem zaten we in een donker lokaal naar het witte laken te staren waarop een toverlantaarn het korte, maar onvergetelijke leven van de jonge pionier Pavlik Morozov projecteerde. In een donker bos in de verre Oeral was hij begin jaren dertig door zijn eigen vader en grootvader doodgestoken toen hij veenbessen ging plukken. Uit wraak, want Pavlik had zijn vader bij de plaatselijke autoriteiten aangegeven, omdat die een paar zakken graan aan de kolchoz weigerde af te taan. Een klassevijand dus, die vader, voor wie geen plaats was in deze nieuwe maatschappij.

Ik kan me nog goed onze verontwaardiging en woede herinneren, en ook de martelingen die we in de pauze, elkaar opgewonden in de rede vallend, voor die vreselijke vader en opa bedachten. Arme Pavlik Morozov - maar vooral arme wij, negenjarige pioniertjes, voor wie het wrede sprookje de werkelijkheid bleek te zijn.

Geen wonder dus dat ik nu, bijna vijf en twintig jaar later, onmiddellijk naar het Filmmuseum rende waar een Finse documentaire over Pavlik Morozov, Boy Hero 001 genaamd, werd vertoond. Ik wou nog een keer de engelen uit mijn kindertijd ontmoeten die demonen bleken te zijn.

Niets dan lof voor deze solide, evenwichtige film, die zorgvuldig alle gebeurtenissen rond de zaak Pavlik Morozov probeert te reconstrueren. We kregen zijn klasgenoten te zien, en een schrijver die Pavlik in zijn boek als een vuile verrader had afgebeeld; een journaliste van de oude stempel die vuurspuwend juist die schrijver weer van de vreselijkste wandaden beschuldigde en Pavlik het lichtend symbool van het gewone volk noemde; een andere, oudere schrijver die slechts medelijden voelde met die analfabete jongen, die volkomen was verdwaasd door de Sovjet-propaganda; een medewerker van een mensenrechtenorganiatie die slechts medelijden voelde met het Russische volk dat opeens alles kwijt was, zelfs zijn helden; en een criminoloog die de zaak onderzocht had, geen enkel bewijs van Pavliks verraad had gevonden en tot de conclusie was gekomen dat het om een uit de hand gelopen familieruzie ging om een lap grond.

Archiefbeelden uit de jaren dertig lieten ons de van haat verwrongen gezichten van pioniers en arbeiders zien die, opgehitst door de schrijver Maxim Gorki, massaal een openbaar proces en de doodstraf voor de laffe moordenaars eisten. Plus latere, zoetsappige opnames van het dorp, dat een bedevaartsoord was geworden, van zingende, marcherende, trommelende pioniers, van manifestaties en toneelstukken over de jonge held, kortom van de hele Pavlik Morozov-industrie. En als rode draad kregen we in korte shots steeds verschillende afbeeldingen van Pavlik te zien die allemaal verdacht veel op de jonge Lenin leken.

Na de afloop realiseerde ik me opeens dat het niet de waarheid was die mij in deze kwestie interesseerde. Waar het om ging was het ontstaan en de anatomie van een mythe die in Rusland niet meer van de werkelijkheid was te onderscheiden.

Door zijn realistische aanpak reduceerde de regisseur het verhaal tot een propagandamiddel, dat door de staat werd gebruikt om de samenleving totaal te ontwrichten: sinds de zaak Morozov werd verraad binnen het gezin niet alleen aangemoedigd maar verplicht gesteld.

Pavlik was echter meer dan alleen een klassenbewuste pionier die ter wille van de staat zijn vader had opgeofferd. Hij was de held van een mythe. Als geen ander volk hadden de Russen mythen nodig, die de absurde werkelijkheid enigszins konden verklaren. Aan de waarheid had niemand behoefte, omdat die te gruwelijk was.