Diamantairs lijden onder crisis in Azië

Nederlandse diamantairs en hotelexploitanten, vooral in Amsterdam, zien hun inkomsten gevoelig dalen door de financiële crisis in Azië. De toeristenstroom uit die regio neemt af en de bestedingen 'per nacht' lopen fors terug.

ROTTERDAM, 14 JAN. De financiële crisis in Azië laat de luxe hotels en de diamantairs in Amsterdam niet ongemoeid.

Het Nederlands Bureau voor Toerisme verwacht dit jaar een daling van het aantal toeristen uit Azië, nadat de toeristenstroom uit deze regio de afgelopen vijf jaar met maar liefst 15 procent per jaar was gestegen. De diamantairs in Amsterdam merkten al de afgelopen maanden dat bezoekers uit landen als Indonesië, Thailand en Zuid-Korea veel minder te besteden hebben.

AzieEË, met Japan voorop, vormde tot nog toe de grootste groeimarkt voor het toerisme naar Nederland, zegt Myrna Nakad, woordvoerster van het Nederlands Bureau voor Toerisme (NBT).

Door de financiële crisis in het Verre Oosten lijkt de rek er nu echter voorlopig uit. “Voor Japan verwachten we dit jaar op zijn hoogst een consolidatie. Voor de rest van de landen in Azië gaan we uit van een daling van het aantal toeristen naar Nederland”, aldus Nakad. Het NBT houdt dan ook ernstig rekening met een tegenvaller voor de Nederlandse toeristenindustrie van 50 miljoen gulden dit jaar.

In 1991 deden circa 90.000 Japanners Nederland aan. Afgelopen jaar was hun aantal opgelopen tot naar schatting 150.000. Het aantal toeristen uit de overige Aziatische landen steeg in deze jaren van 150.000 naar 350.000, zo blijkt uit de cijfers van het NBT.

Aziatische toeristen zijn in Nederland graag geziene gasten. Ze verblijven weliswaar gemiddeld niet meer dan 2 nachten in ons land, als onderdeel van een tour door Europa, maar ze spenderen meer geld dan toeristen uit andere delen van de wereld. Japanners bijvoorbeeld, geven per nacht zo'n 200 à 300 gulden uit, tegen 100 gulden die de gemiddelde Europeaan per nacht besteedt.

Aziaten in Nederland zijn wat je noemt luxe-toeristen met een hoog rendement. Ze komen een paar dagen naar Nederland, voor Amsterdam en typisch Hollandse attracties als de Keukenhof, en verblijven in de duurdere hotels van de hoofdstad. Een bezoek aan de diamantairs staat vrijwel steevast op hun programma.

Die voelen de Aziatische crisis nu al in hun portemonnee. “We merken er zeker al wat van”, zegt Benno Leeser, secretaris-penningmeester van Diamand Foundation Amsterdam, het samenwerkingsverband van de vijf grootste diamantairs in de hoofdstad. “Onze verkopen aan bezoekers uit Thailand, Indonesië, Maleisië en Zuid-Korea zijn de afgelopen maanden gehalveerd, en die aan Japanners zijn stabiel gebleven.”

Ook voor de diamantverkopers vormde de Aziatische toerist tot nog toe de belangrijkste groeimarkt. Van de 300 miljoen gulden die Diamond Foundation Amsterdam afgelopen jaar omzette, kwam 60 procent uit de portemonnee van bezoekers uit het Verre Oosten.

De diamantairs hebben nu hun hoop gevestigd op de Volksrepubliek China. “De verkoop aan Chinese toeristen is het afgelopen jaar verdubbeld. Dat gaat echt fantastisch. Met die verkoop hopen we een deel van de terugslag op andere Aziatische markten te kunnen compenseren”, aldus Leeser. “Daarbij komt dat de verkoop aan Amerikanen en Europeanen weer een beetje beter gaat.”

Maar zo mooi als het afgelopen jaar zal het dit jaar niet worden. “1997 was het beste jaar uit onze geschiedenis. Dit jaar wordt het wat minder”, aldus Leeser. “Kijk, we verkopen geen brood, maar een luxeproduct. Mensen zijn geneigd daar het eerst op te bezuinigen.”

Diamand Foundation Amsterdam trok afgelopen jaar circa een miljoen bezoekers. Een kwart daarvan waren toeristen uit het Verre Oosten.

Dat het hier om toeristen gaat die meer dan gemiddeld hebben te besteden, blijkt alleen al uit het statistische gegeven dat dit kwart van de bezoekers bijna tweederde van de diamantomzet voor zijn rekening nam.

Niet alleen de Aziaten, ook de Amsterdamse diamantairs wachten dan ook met smart op het einde van de financiële crisis in het Verre Oosten.