Wij negers van het oosten

In het Museum voor Natuurhistorie galmen kinderstemmen. Een zwerm scholieren met de verplichte gele petjes haast zich, pennen in de aanslag, door een zaal koraalanemonen, inktvissen, sponzen en weekdieren. Alle basisscholen in Peking doen deze maand aan wetenschap,

zegt Li Jianjun, hoofd van de afdeling paleontologie.

Dat moet van de autoriteiten, het land is in opbouw en dat lukt beter met mensen die weten. Ik knik. Morgen begint de Sino-Dutch Conference on the Public Understanding of Science and Technology - Chinese opsommingen en Nederlandse relativeringen - en zo hoor ik nog eens wat. De Nederlandse delegatie is door de staf ontvangen met dampende thee. Na het uitwisselen van beleefdheden en een summiere uitleg van de gang van

zaken komt de discussie op de wetenschappelijke functie van het museum.

Die staat onder druk, al wordt er nog steeds een eigen wetenschappelijk

tijdschrift uitgegeven. Mogelijkheden tot uitwisseling met het buitenland bestaan nauwelijks. En dat terwijl in Noordoost-China in de befaamde Yixian-formaties onlangs nog gave gefossiliseerde dinosauriërs zijn gevonden, inclusief eieren in het onderlijf, resten van de maaginhoud en een begin van veren - leidend tot speculaties over de eerste vogels. Alle inkomsten van het museum gaan naar educatie, zegt Li, geld om de collectie te conserveren is er niet. Het is de dieren aan te zien: stoffig staan ze zonder noemenswaardige uitleg opgestapeld in fletse vitrines. Uitzondering is de zaal met dinosauriërs, al staat een exemplaar met de langste nek ter wereld noodgedwongen diagonaal opgesteld. In een kast ligt een nest met 24 dino-eieren, twee aan twee gerangschikt en het grootste ter wereld. Onlangs nog zijn aan de collectie fossielen toegevoegd die de overgang tussen dino en vogel zouden illustreren. De kinderen kan het weinig bekoren. Zij zijn ons gevolgd en willen nu naar beneden, waar in een kelder een bescheiden Jurassic Park is ingericht. In rood en groen pastellicht en begeleid door donker gebrul houdt een kwijlende T. rex een babydino van een zwakkere soort stevig tussen de kaken, zijn kop vervaarlijk schuddend. Het tafereel zou in Nederland als schadelijk voor de kinderziel terstond zijn verboden. Sinds de openstelling van de kelder in 1993 zijn de bezoekersaantallen verdubbeld, zegt Li. Ik kan het ook niet helpen, zeggen de ogen van de paleontoloog. Dat geldt ook een ander lokkertje: het tropisch aquarium, dankzij een miljoenengift van een Chinese zakenman uit Hongkong vorig jaar aan het museum in Peking toegevoegd. De hoop is dat de vissen nieuwe bezoekers trekken die in een sandwichformule ook de eigenlijke collectie tot zich

nemen. Deze zeeolifant was 20 centimeter toen hij in deze bak kwam, zegt Li. Inmiddels meet hij anderhalve meter en kan hij in zijn smalle onderkomen zijn lijf niet langer keren. Boven is de zaal met hominiden. Vooraan staat een beeldengroep van brons. Een troep Neanderthalers stormt, knotsen boven het hoofd geheven, voorwaarts. Het doet sterk denken aan de manier waarop soldaten in de plastieken van collega sociaal-realisten op Chinese pleinen zwaaiend met geweren onverschrokken de vijand te lijf gaan. Naast de deur is op een bord vier miljard jaar evolutie weergegeven als een opwaartse spiraal. Van eencelligen en schelpen, via vissen en amfibieën, stijgt het onontkoombaar naar dinosauriërs en vogels om via zoogdieren en de moderne mens uit te monden in glanzende wolkenkrabbers die naar de sterren reiken. Maar het opvallendst zijn de naakten. Zodra de hominiden op echte mensen gaan lijken zijn de blote voorouders, in het museum levensecht opgesteld aan een rivieroever, ineens hun Aziatische gelaatstrekken kwijt. Sterker, ze ogen verdacht westers. Kennelijk is een Europeaan in adamskostuum voor de Chinees minder taboedoorbrekend, minder zedenverwilderend. Net zoals vroeger bij ons een plaatje met een blote negerin fatsoensrakkers minder zorgen baarde dan blond blank naakt. Li staat er bedremmeld bij, de ogen afgewend, een en al preutsheid. Dat wij blanken de negers van het oosten zijn, houd ik maar voor me.