THE ECONOMIC JOURNAL

Buitenlandse directe investeringen stimuleren de technische vooruitgang en de export. Eén procent stijging van dit soort investeringen bevordert de technische vooruitgang met 0,25 procent in Duitsland en met 0,26 procent in Groot-Brittannië. Buitenlandse directe investeringen in Groot-Brittanië waren goed voor 30 procent van de groei van de industrie sinds 1985.

Dat zijn enkele resultaten van een onderzoek van het Britse Nationale Instituut voor Economisch en Sociaal Onderzoek naar het verband tussen buitenlandse directe investeringen, technologische verandering en economische groei in Europa. Het aandeel van dit soort investeringen in de productie van de OESO-landen is gestegen van 4,75 procent in 1975 tot 10 procent in 1995. In de landen van de Europese Unie is dat cijfer zelfs gestegen tot 14,8 procent, sinds de handelsbarrières in het begin van de jaren tachtig verdwenen. Uit het onderzoek blijkt ook hoe groot de rol is van Amerikaanse ondernemingen. Het aandeel van Amerikaanse ondernemingen in het Britse bruto binnenlands product bedroeg in 1994 ruim vijf procent. In Ierland

was dat aandeel zelfs 11,9 procent. Een ander resultaat van het onderzoek is dat de overdracht van nieuwe ideeën altijd gunstig is voor het gastland, maar niet altijd voor het investerende land. Dat hangt af van de redenen waarom een onderneming in het buitenland investeert. Als dat alleen gebeurt om de kosten te drukken, is dat nadelig voor het thuisland van de onderneming. Maar als de investeringen het gevolg zijn van productinnovatie, dan is ook de economie van het thuisland er bij gebaat. The Economic Journal verschijnt zes keer per jaar. Het is een uitgave van de Royal Economic Society en Blackwell Publishers, Cowley Road, Oxford OX4, UK. www.blackwellpublishers.co.uk./res/