TBS-gestelde

Naar aanleiding van het artikel 'Met TBS ben je gebrandmerkt voor het leven' van Margot Poll (3 januari), het volgende. Poll schrijft: Veldzicht, de TBS-kliniek in Balkbrug waar Erik van Linge (30) onder behandeling is geweest, had nog om een jaar verlenging gevraagd, maar de rechtbank sloeg het advies in de wind. “Zo is het wel mooi geweest”, zei de rechter en daarmee was Erik vrij.

Poll gaat voorbij aan het feit dat er bij de rechtbank niet alleen een advies van Veldzicht lag, maar ook een advies (in het kader van artikel 509 O, lid 4, Wetboek van Strafvordering) van twee externe, onafhankelijke deskundigen (van wie ik er één ben) die beiden opheffing van de TBS adviseerden. De rechtbank sloeg dus niet zo veel in de wind. Sterker nog: de rechtbank heeft gewikt en gewogen en heeft uiteindelijk besloten de TBS van Erik van Linge op te heffen, op basis van een drietal adviezen die na gedegen onderzoek tot stand kwamen.

Uit het artikel van Poll zou te lichtvaardig de conclusie getrokken kunnen worden dat de rechtbank maar wat aan rotzooit en dwars tegen adviezen ingaat. Het systeem van de TBS in Nederland is er een waarbij vanaf het begin van het onderzoek van de verdachte, dat bij ernstige delicten veelal in het Pieter Baan Centrum plaatsvindt, via een traject van veroordeling tot TBS, selectie voor en vervolgens behandeling in een van de TBS-klinieken, en uiteindelijk ontslag uit de TBS, voortdurend en nauwkeurig, via een zeer uitgebreid systeem van begeleide en onbegeleide verloven en proefverlof, gekeken wordt naar o.a. delictgevaar en recidive-risico. Het is telkens de rechtbank die bij de verlengingszitting van de TBS-gestelde, die één keer per jaar of twee jaar (afhankelijk van de vorige beslissing van de rechtbank) plaatsvindt, beslist tot verlenging of opheffing van de TBS op basis van een uitgebreid en gedegen advies van de kliniek en bij zes jaar (of een veelvoud daarvan) op basis van èn het advies van de kliniek èn van twee externe, onafhankelijke deskundigen.