Sekula vertelt in woord en beeld over het privé- en fabrieksleven

Tentoonstelling: Dismal Science, photoworks by Allan Sekula 1972-1996. Nederlands Foto Instituut, Witte de Withstraat 63, Rotterdam. Di. t/m zo. 11-17 uur. Catalogus, 54 pag., ƒ 20,-. T/m 25/1, daarna te zien in het Kunstverein München.

In één van de bovenzalen van museum Boijmans Van Beuningen hangt een beroemd schilderij van Bart van der Leck uit 1910. Afgebeeld is een stoet arbeiders die aan het eind van de dag de fabriek

verlaat. De mannen en vrouwen, velen met een beker in de hand, lopen met gebogen ruggen en hangende schouders het fabrieksterrein af. Van der Leck schilderde de arbeiders als naamloze figuren, met vrijwel identieke gelaatstrekken en dezelfde grauwe, vermoeide gezichten. Het is een van de weinige voorstellingen uit de kunstgeschiedenis waarin het leven van

fabrieksarbeiders in beeld is gebracht. Een paar honderd meter verderop in Rotterdam, in het Nederlands Foto Instituut, heeft de Amerikaanse fotograaf Allan Sekula (1951) hetzelfde

onderwerp gebruikt voor zijn diaserie Untitled Slide Sequence (1972). De overeenkomsten met het doek van Van der Leck zijn groot. Ook hier gaat het om anonieme arbeiders die aan het einde van de dagdienst de fabriek

verlaten, in dit geval de militaire ruimtevaartfabriek Convair/General Dynamics in San Diego. Vrijwel identiek gekleed, in overhemd en met een

pas op de borst gespeld, lopen de werknemers een trap op, sommigen met een broodtrommel in de hand. Net als bij Van der Leck lopen de arbeiders op de beschouwer af en zijn op de achtergrond de grauwe fabrieksgebouwen te zien. Een belerend bord met de tekst 'Safety first. Walk. Don't run'

staat onderaan de trap opgesteld. De tientallen dia's, die elkaar in een snel tempo opvolgen, zijn louter

een registratie van wat zich elke dag bij de fabriekspoorten afspeelt. Toch gaan de intenties van Sekula verder dan het maken van documentaire-foto's alleen. Een documentair fotograaf heeft volgens de Amerikaan vooral een maatschappelijke rol. Maar omdat ideologieën moeilijk te fotograferen zijn, begeleidt hij zijn foto's door teksten. Sekula wil met zijn werk complexe sociale problemen en economische verhoudingen zichtbaar maken door de gevolgen van onze kapitalistische samenleving in lokale gemeenschappen in beeld te brengen. Hij laat zich

daarbij leiden door persoonlijke motieven: de fabriek waar hij fotografeerde is de fabriek waar zijn vader jarenlang als ingenieur werkte, voordat hij ontslagen en langdurig werkloos werd. Dismal Science is een retrospectief overzicht van het werk dat Allan Sekula tussen 1972 en 1996 maakte. De tentoonstelling omvat naast foto's ook geluidsopnames en teksten van zijn hand. In de ruimte waarin de zwartwit-serie Aerospace folktales (1973) getoond wordt, zijn op drie plekken een rood regisseursstoeltje en een palmplant neergezet, waar je

via een walkman kunt luisteren naar de verhalen van drie verschillende personen. Behalve Sekula zelf vertellen ook zijn vader en zijn moeder over de periode waarin pa zijn baan verloor. Sekula praat over zijn jeugd, over

het appartement waarin hij opgroeide, over de arbeidersbuurt waar zijn ouders de enige mensen met een opleiding waren en over zijn vader die elke twee weken een nieuw boek aanschafte en zijn zoon een dollar betaalde voor elk boek dat hij las. De foto's vormen de illustraties bij de verhalen. Het zijn vrij eenvoudige, haast amateuristische familiekiekjes van het interieur van het appartement, van de boekenkast, en natuurlijk van zijn ouders en zusje. De series uit 1972 en 1973 zijn inmiddels alweer vijfentwintig jaar oud

en door de fotograaf op jonge leeftijd gemaakt. Wat betreft techniek en

uitvoering is de recente serie Dead Letter Office (1996-1997) een stuk professioneler. Toch is de boodschap die Sekula wil uitdragen niet veel

veranderd. Ook in deze laatste serie zijn het fabrieksarbeiders die de hoofdrol spelen, ditmaal werkend aan de lopende band van een tonijnfabriek in Ensenada, op de grens van Californië en Mexico. Alle foto's uit Dead Letter Office zijn gemaakt in dit grensgebied tussen de steden San Diego en Tijuana, vlak onder Los Angeles. Sinds hier in 1989 de laatste scheepswerf sloot, worden de havens nu door Hollywood gebruikt als filmsets. Sekula maakte foto's tijdens de opnamen van de film Titanic, maar fotografeerde in hetzelfde gebied ook de krotten van mosselvissers. Een vergelijkbaar contrast zien we tussen de

foto's die hij maakte tijdens een republikeinse conventie in San Diego.

Naast elkaar staan een straatveger met ontbloot bovenlijf en winkelwagentje vol rotzooi, en de zoon van een lobbyist, poserend voor een luxe hotelzwembad. In esthetisch opzicht zijn de foto's van Sekula niet bijzonder. Maar de

gedrevenheid en helderheid waarmee hij sociale onrechtvaardigheden onder de aandacht brengt is bewonderenswaardig. Dismal Science brengt via een

aantal Amerikaanse micro-geschiedenissen het dagelijks leven in de laatste decennia van deze eeuw in beeld. Het werk van Sekula sluit daarmee inhoudelijk aan bij de rijke traditie die Amerika heeft op het gebied van geëngageerde, documentaire-fotografie. Toch blijven zijn beelden niet op het netvlies branden, zoals bij foto's van bijvoorbeeld

Dorothea Lange en Walker Evans.