Saneringen maken splitsing bedrijf overbodig

Het splitsen van beursgenoteerde ondernemingen wordt volgens een gisteren gepubliceerd rapport een trend. Maar valt er in het Nederlandse bedrijfsleven na al zijn herstructureringen nog zoveel te splitsen?

AMSTERDAM, 13 JAN. Vendex heeft het afgelopen jaar de trend gezet door uitzenddochter Vedior een aparte beursnotering te geven als aanloop naar een volledige splitsing van het detailhandels- en dienstenconcern.

KPN volgde in de zomer door aan een aanhoudend verzoek van de aandeelhouders te voldoen om de post los te koppelen van de telecompoot. Inmiddels heeft KPN ook zijn kabel- en bewakingsactiviteiten van de hand gedaan. Partner Leon van den Boom van financieel adviesbureau Van den Boom liet

bij de presentatie van het onderzoek 'Spin-off' gisteren geen twijfel bestaan. “Het aantal opsplitsingen kan de komende jaren sterk toenemen. De potentieel hogere beurskoers op de langere termijn speelt hierbij een belangrijke rol.” Bij een splitsing wordt ten minste 80 procent van de aandelen van een apart gezette onderneming uitgekeerd aan de aandeelhouders van het moederconcern. “In de Verenigde Staten hebben in de afgelopen jaren meer dan 300 bedrijven besloten tot een opsplitsing. Gemiddeld zagen de

moederconcerns hun beurswaarde ten opzichte van de markt met een kwart extra toenemen.'' Van den Boom heeft een verklaring waarom het splitsen van ondernemingen

in Nederland nog zo'n onbekend fenomeen is. “Lange tijd heeft de fiscus dat geblokkeerd. Het uitgeven van aandelen in het afgesplitste onderdeel is altijd gezien als dividend en op die manier belast. Nog dit jaar wordt besloten tot een vriendelijker fiscale behandeling bij opsplitsingen.” Beleggingsanalisten steunen Van den Boom in zijn mening dat bedrijven zich, nog meer dan nu, op hun kernactiviteiten gaan concentreren. Met name BolsWessanen, Philips, Internatio-Müller, KNP BT, Akzo Nobel en ook Unilever moeten zich afvragen of zij hun activiteiten onder één dak moeten houden. De druk om te splitsen is voor de meeste bedrijven geen nieuw fenomeen en de meeste concerns hebben zich tot nu toe met succes tegen eigen opbreken verzet. Alleen producten van mislukte fusies als KNP BT en BolsWessanen sluiten onder druk van slechte resultaten geen enkele optie meer uit. Zelf zien gedroomde opbrekers in hun huidige structuur nog genoeg meerwaarde. Unilever heeft in het verleden concreet uitwerking gegeven aan de mogelijke synergie. Het concern zegt zich via de (goedkoopste) zeepmiddelen toegang te verschaffen tot een markt en een distributiesysteem op te zetten. Via dit systeem kan het in een latere fase hogere segementen aanboren, zoals bijvoorbeeld met relatief dure ijsjes. Bestuursvoorzitter Cor Boonstra van Philips heeft onlangs nog expliciet

gesteld dat een afsplitsing (of de verkoop van een grote dochter) er niet in zit. Van de kant van de analisten is meermalen gesuggereerd dat

de lichtactiviteiten een eigen notering op de beurs moeten krijgen, maar Boonstra laat na succesvolle beursintroducties in het verleden van de dochters Polygram en ASM Lithography deze kans voorbijgaan. Met zijn verzet tegen splitsing zet Boonstra de toon onder Nederlandse topmanagers. Bedrijven verkeren in een intens proces van overnames, fusies en de verkoop van bedrijfsonderdelen, waardoor splitsen niet aan

de orde lijkt. Unilever verkocht vorig jaar zijn fijnchemie (waarde 16 miljard gulden), Philips meldde gisteren de verkoop van zijn autoradio's (1,5 miljard), KNP BT is van zijn papierdivisie Leykam (1,5 miljard) verlost en Akzo Nobel sloot een grote zoutmijn in de Verenigde Staten. Grootste verkoop in Nederland kwam vorig jaar op naam van ABN Amro, dat

MeesPierson voor 2,5 miljard gulden aan Fortis verkocht. Voorlopig staat dit jaar Reed Elsevier op de eerste plaats met de verkoop van tijdschriftendochter IPC, waarvoor de uitgever - zelf in de aanloop van

een fusie met Wolters Kluwer - 2,8 miljard gulden ontving. De voortdurende aan- en verkoop van activiteiten maakt volgens financieel directeur R. Pieterse van Wolters Kluwer echte splitsingen overbodig. “We zijn voortdurend bezig met het herschikken van de portefeuille. Als een dochter de nestwarmte van het concern verliest, verdwijnt zij. Ook als het bedrijf heel goed draait, zoals IPC van Reed

Elsevier. Dan vraagt iedereen aan het eind van de vergadering: 'O ja, hoe gaat het daar ook al weer mee'.” Ook bestuursvoorzitter H. Heemskerk van Van Lanschot Bankiers verwacht geen stroom opsplitsingen. “Dergelijke trends zie ik veel meer in Frankrijk gebeuren waar nog volop sprake is van conglomeraten. Of denk aan Zuid-Korea waar een bestuursvoorzitter zowel verstand moeten hebben

van auto's, financiële dienstverlening als van scheepvaart. Dat kan natuurlijk niet.''