Partijgenoot

Geachte heer Bolkestein Volkomen terecht veegt u in uw nieuwe boek 'Onverwerkt verleden' de vloer aan met Nederlandse ex-communisten en voormalige fans van massamoordenaars als Stalin en Mao Zedong. Volkomen terecht steekt u de

draak met fellow travellers aan wie in de jaren zestig en zeventig het gedachtegoed van Fidel Castro, Ho Chi Min en Enver Hoxha goed besteed was.

Volkomen terecht zet u het mes op de keel van degenen die›› toegeeflijk stonden tegenover marxistische onderdrukkers. Het is precies zoals HP/De Tijd-medewerker J.A.A. van Doorn constateerde: anno 1997 kan een mens slechts verbijsterd vaststellen dat “juist intellectuelen, die bij uitstek geacht worden op zoek te zijn naar de waarheid” zich inlieten met leugenachtige totalitaire systemen. Politiek onbenul - net wat u zegt. Neem nou de serie enthousiaste artikelen over het China van 1973, te vinden in het archief van Henk Wubben, schrijver van de veelgeprezen Kim il Sung-biografie en voormalig secretaris van de Rode Jeugd. Een bekende Nederlander schrijft: “Het meest opvallende van de uiteenzetting van mijn tafelgenoot (vice-president Pei Sji-Tsjeng) was zijn mededeling dat ook in het Chinese Volkscongres minderheidspartijen

zitting hebben. Niet alleen de Chinese Communistische Partij, ook andere democratische partijen zijn vertegenwoordigd en sommige parlementsleden

zitten er als eenling in, zei hij. Te concluderen dat het Volkscongres overbodig en enkel alleen een façade is, is niet juist. (...) De

ziekten, honger en ellende waar miljoenen vroeger onder gebukt gingen, zijn verdwenen. Een bestaansminimum is er voor iedereen. Van ondervoeding is geen sprake meer. In fors tempo worden nieuwe woningen uit de grond gestampt.'' Net als ik, mijnheer Bolkestein, zult u het niet makkelijk vinden om dergelijke proza uit de documentatiemappen van Henk Wubben met droge ogen te lezen. Tenslotte werd het op schrift gesteld in het midden van Mao's Culturele Revolutie (1966-1977), die miljoenen Chinezen het leven

kostte. Weer zo'n kritiekloze fellow traveller! Maar groot zal uw verbazing zijn als u vaststelt wie de auteur van deze notities is. Het betreft namelijk niet Wubben zelf, maar Hans Wiegel, u niet onbekend. In zijn hoedanigheid van VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer reisde hij tussen 17 en 27 augustus 1973 met een parlementaire afvaardiging door het vroegere Rijk van het Midden. Wiegel publiceerde zijn bevindingen in het Algemeen Dagblad. “De bevolking van China”, schrijft hij, “doet haar uiterste best het

land snel voorwaarts te brengen. Over lange werktijden en zwaar werk wordt niet geklaagd, er wordt met trots over gesproken. Het leveren van

bijzondere prestaties wordt gestimuleerd en aangewakkerd. Zo zagen wij tijdens ons bezoek aan een emailleerfabriek in Sian in de fabriekshal een groot bord, waarop de prestatie van iedere werkeenheid elke keer werd opgetekend. Zij die iets heel buitengewoons tot stand hadden gebracht kregen een rood vlaggetje achter hun naam geprikt.” “Het werk in de landbouw gebeurt nog wel heel erg primitief. Wellicht is het op dit moment juist wel goed. Mechanisatie op grote schaal vergt

niet alleen enorme bedragen aan investeringen, maar zou ook leiden tot massale werkloosheid op het platteland met verstrekkende gevolgen, zoals een trek naar de steden en de vorming van een verpauperd proletariaat.” “De kinderen zien er overal kerngezond uit. Ze zijn allerhartelijkst, heel vrij, spontaan, niet verlegen. Dat waren ook de leden van de jonge

rode garde die wij in het grote jeugdcentrum in Sjanghai bezochten.” “De verhouding tussen onze gastheren en ons werd er met de dag beter op, omdat wij elkaars kijk op allerlei zaken, elkaars denktrant en ook humor, steeds beter begonnen te begrijpen.” “Communistisch China is al met al een land waar ik na mijn bezoek een geweldige bewondering voor heb gekregen. Bewondering voor de capaciteiten van de leidinggevende functionarissen in bestuur, onderwijs, leger en industrie. Bewondering voor de energie en het doorzettingsvermogen van de gehele bevolking. Ook waardering. Waardering voor de wijze waarop de Nederlandse delegatie tegemoet werd getreden: voor de openheid waarmee de Chinese autoriteiten - vanuit hun filosofie

en met hun wijze van denken en spreken - met ons van gedachten hebben gewisseld.'' Mijnheer Bolkesteijn, dit voorjaar zal uw partijgenoot en rivaal ongetwijfeld weer stokken in de wielen van uw verkiezingskaravaan proberen te steken. Wellicht bent u tegen die tijd toe aan een tweede druk van 'Onverwerkt verleden'. De verhalen waaruit ik citeerde stuur ik u graag toe - voor een aanvullend hoofdstuk.