Liever de waarheid dan de gerechtigheid

Wat houdt het woord intellectueel nog in? Voor mij betekent het op dit moment allereerst: conferenties, rondetafelgesprekken en enquêtes in tijdschriften over de rol van intellectuelen, waar bekende intellectuelen bereidwillig hun zegje doen over het tekortschieten, de goedgelovigheid, de schande, het verraad, de irrelevantie, de achterhaaldheid en de op handen zijnde dan wel reeds voltooide verdwijning van de kaste waartoe zij, zoals uit hun deelname aan deze evenementen blijkt, behoren.

Of ik mijzelf als een intellectueel beschouw - ik probeer mijzelf zo weinig mogelijk te beschouwen - doet niet ter zake. Ik luister naar de naam.

Als ingezetene van een land met een politieke en ethische cultuur die wantrouwen jegens, en vrees en verachting voor intellectuelen bevordert en versterkt - men herleze Tocqueville - , het land met de sterkst ontwikkelde anti-intellectuele traditie van deze planeet, ben ik nog niet zo erg uitgekeken op de rol van intellectuelen als mijn collega's in Europa. Volgens mij is hun 'missie' nog niet voltooid!

Het zou te veel eer voor de intellectuelen zijn om te verwachten dat de meesten van hen er plezier in scheppen onrecht te bestrijden, slachtoffers te verdedigen of de heersende heilige huisjes van de autoriteiten te belagen. De meeste intellectuelen zijn net zo conformistisch - net zo bereid, zeg maar, om onrechtvaardige oorlogen voort te zetten - als de meeste andere hoger opgeleiden. Het aantal van degenen die de intellectuelen een goede naam hebben gegeven, als lastposten, als stemmen van het geweten, is altijd klein geweest. Dat intellectuelen met verantwoordelijksheidsgevoel partij kiezen, dat zij persoonlijk gevaar lopen ter wille van hun overtuiging - wat iets heel anders is dan petities ondertekenen - is veel zeldzamer dan dat intellectuelen in het openbaar stelling nemen, hetzij bewust te kwader trouw hetzij in schaamteloze onwetendheid omtrent de zaak waarover zij zich uitspreken: voor iedere Gide of Orwell of Weil of Chomsky of Sacharov zijn er tien van het slag Romain Rolland of Ilja Ehrenburg of Jean Baudrillard of Peter Handke.

Maar zou het anders kunnen zijn?

Alhoewel intellectuelen er zijn in alle soorten en maten, nationalistische en religieuze inbegrepen, gaat mijn voorkeur uit naar de wereldlijke, kosmopolitische, stamvijandige soort. De 'ontwortelde intellectueel' lijkt mij een voorbeeldige formule. Met intellectueel bedoel ik de 'vrije' intellectueel, iemand die naast zijn of haar beroepsmatige of technische of artistieke bekwaamheid met overtuiging het leven van de geest als zodanig beoefent - en dus automatisch ook verdedigt.

Een specialist kan tevens een intellectueel zijn, maar een intellectueel is nooit alleen een specialist. Iemand is een intellectueel omdat hij of zij bij het denken bepaalde maatstaven van integriteit en verantwoordelijkheid hanteert (of zou moeten hanteren). Dat is dé onmisbare bijdrage van de intellectuelen: de notie van een denken dat niet louter dienend, dus conformistisch, is.

Hoe vaak hebben we de afgelopen decennia niet gehoord dat de intellectuelen uit de tijd zijn, of dat die-of-die 'de laatste intellectueel' is? Maar vandaag de dag hebben de intellectuelen, net als gisteren, twee taken. De ene, de educatieve, omvat het bevorderen van de dialoog, het opkomen voor het recht van alle mogelijke stemmen om te worden gehoord, en het stimuleren van scepsis ten aanzien van ingeburgerde opvattingen. Dat betekent: het hoofd bieden aan wie onderwijs en cultuur opvatten als het inprenten van ideeën ('idealen') als liefde voor het vaderland of voor de stam.

De andere taak vereist een confrontatie. De afgelopen twee decennia heeft zich in hoogontwikkelde kapitalistische landen een duizelingwekkende verandering in morele opvattingen voorgedaan. Kenmerkend is nu de verdachtmaking van ieder idealisme en zelfs van altruïsme, van hoge maatstaven op alle mogelijke gebieden, cultureel zowel als moreel. De ideologie van het thatcherisme triomfeert over heel de planeet, en de massamedia, wier functie het is de consumptie te stimuleren, verbreiden de verhalen en ideeën, waardevol of niet, die de mensen overal ter wereld gebruiken om zichzelf te begrijpen.

Op de intellectuelen rust dan de Sisyfus-taak om een andere standaard van geestelijk leven, en van redelijk denken, te blijven belichamen dan de nihilistische die door de massamedia wordt verbreid. En met nihilisme bedoel ik niet alleen het relativisme, en de privatisering van belangen die in de ontwikkelde lagen van de bevolking alom de overhand krijgt, maar ook het jongere, schadelijkere nihilisme dat tot uiting komt in de ideologie van de zogeheten 'culturele democratie', die uitmuntendheid en bijzondere prestaties aan de kaak stelt als 'elitair' en gericht op uitsluiting.

De morele plicht van de intellectueel zal altijd complex zijn, want er is meer dan één 'hoogste waarde', en er kunnen zich omstandigheden voordoen waarin niet alles wat zonder meer goed is kan worden gehonoreerd, of waarin zelfs twee van die waarden onverenigbaar blijken. Zo vereenvoudigt inzicht in de waarheid niet altijd de strijd voor gerechtigheid. En om gerechtigheid te bewerkstelligen, kan het soms goed lijken de waarheid te verdonkeremanen.

Je kunt alleen maar hopen dat je niet zult hoeven te kiezen. Maar wanneer de keuze (tussen waarheid en gerechtigheid) onvermijdelijk is - zoals helaas soms het geval is -, dan zou een intellectueel, dunkt mij, voor de waarheid moeten kiezen.

Dat is niet wat de intellectuelen, de intellectuelen met de beste bedoelingen, in het algemeen hebben gedaan. Wanneer zij zich voor een zaak sterk maken, is het altijd weer de waarheid, in al haar complexiteit, die aan het kortste eind trekt.

Een goede regel voordat je gaat demonstreren of iets ondertekent is deze: ongeacht waar je sympathie naar uitgaat, je hebt niet het recht op een openbare mening zolang je er niet zelf geweest bent, en niet uit de eerste hand, ter plaatse en gedurende geruime tijd het land, de oorlog, het onrecht of wat dan ook waarover je spreekt, ondervonden hebt.

Zonder zulke kennis en ervaring uit de eerste hand is de regel: stilzwijgen.

De beste uitspraak over de aanmatiging - erger dan naïviteit - waarmee zo vele intellectuelen zich achter collectieve acties scharen, vrijwel zonder iets te weten van de zaak waarover zij zo graag een mening hebben, is gedaan door een van de meest gecompromitteerde intellectuelen van de twintigste eeuw, Bertolt Brecht (die deksels goed wist waarover hij sprak):

Als er gemarcheerd wordt, weten velen niet

Dat hun vijand aan het hoofd marcheert.

De stem die hen commandeert

Is de stem van hun vijand.

Wie daar over de vijand spreekt

Is zelf de vijand.