Leider onder de grond

In een ziekenhuis op Mallorca is de afgelopen week in de leeftijd van 83 jaar de oud-ondernemer Joop Piller overleden, een mannetjesputter uit de Nederlandse illegaliteit tijdens de Duitse bezetting en een van de schilderachtigste figuren uit de overgangsdagen van het Militair Gezag.

Bij de bevrijding van Nederland in het anarchistische voorjaar van 1945 droeg hij zoveel petten dat hij later altijd de tel kwijtraakte als hij reconstrueerde voor wie en hoe lang hij had gewerkt. Hij was al in 1943 het vaste contact voor gestrande Amerikaanse piloten die achter de linies waren blijven steken, een jaar later werkte hij voor de Britse geheime dienst MI9, die de ontsnapping van vastgelopen geallieerde militairen uit de bezette gebieden organiseerde.

Hij had de hand in de voorbereiding van de legendarische operatie Pegasus en ontsnapte later zelf via de Biesbosch naar Engeland om met hulp van Londen de ontsnappingsorganisatie in het bezette Nederland te verbeteren. Nog onder zijn illegale schuilnaam Joop van Amstel keerde hij - zonder militaire ervaring of training - als kapitein van de Canadese Field Security met de bevrijdingstroepen naar Nederland terug, ging in gelijke rang over naar het Militair Gezag en zette onder de paraplu van die pseudo-militaire organisatie het Bureau Bestrijding Vermogensvlucht op. In deze eigen creatie vatte hij met enkele ondergeschikte MG-officieren met onmiddellijk succes grote zwarthandelaren en fraudeurs in de kraag.

De kapitein in Algemene Dienst Joop van Amstel (zijn eigen naam leek er niet meer in te gaan) werd in de staf van prins Bernhard opgenomen om met de volle instemming van de anders o zo voorzichtige minister van Financiën Lieftinck over de Nederlandse grens enkele gedurfde en onwettige huzarenstreken uit te halen. Eigenhandig 'organiseerde' hij voor Lieftinck in de Amerikaanse bezettingszone in Duitsland de ruim 64.000 spindoppen die de Duitsers bij de AKU in Arnhem hadden geroofd en bracht hij voor tientallen miljoenen nog andere geroofde oorlogsbuit naar Nederland terug.

Toen de grootste opwinding van zijn avonturenbestaan enigszins tot bedaren was gekomen, maakte hij op een goed geregisseerde persconferentie (stijl-Loe de Jong) het nieuws wereldkundig dat de kunstschilder Han van Meegeren zojuist de grootste schilderijenzwendel aller tijden tegenover hem had toegegeven. Piller had Van Meegeren, die hij veertien dagen eerder had gearresteerd, na aanhoudend verhoor de bekentenis ontworsteld zowel de Emmaüsgangers te hebben gemaakt als nog zeven andere religieuze schilderijen die aan Vermeer waren toegeschreven.

Graeham Warrack, de chef-arts van de Britse Airborne Divisie, die zijn ontsnapping mede aan de koelbloedige Piller te danken had, noemt hem in zijn boek over die vlucht door de Biesbosch “een moedige man met een snel verstand”. Andere Engelse auteurs, zoals de Canadees Leo Heaps (De gans is gevlogen) en de militaire chirurg Lipmann Kessel (Surgeon at Arms) hebben op grond van eigen ervaring zijn doortastende onverschrokkenheid en zijn leiderscapaciteiten geroemd en hem getypeerd als een Nederlander die in de benardste uren van de oorlog klaarstond om een paar honderd geallieerden, met gevaar voor eigen leven, uit de handen van de Duitsers te bevrijden.

In de omvangrijke Britse literatuur over de ontsnapping van de geallieerde militairen door de vijandelijke linies worden Pillers heldendaden breed uitgemeten, maar al die boeken zien het meest bijzondere aspect van diens reddingswerk over het hoofd. Piller was een jood, die in de eerste plaats was ondergedoken om zijn eigen leven en dat van zijn vrouw, alsmede een joods jongetje dat hij uit Amsterdam had meegesmokkeld, te redden. Maar in zijn schuilplaats in Emst ontpopte hij zich als een ontsnappingsexpert die het leven van honderden anderen zou redden.

Zo werd hij de merkwaardigste onderduiker uit de verzetsgeschiedenis van de Veluwe. Een 30-jarige geboren leider, die samen met het verzet op de Veluwe en zijn onafscheidelijke partner, de Engels-Nederlandse geheim agent Dick Kragt, een reddingslijn opzette die zijn exceptionele organisatorische kwaliteiten aan het licht brachten. Het was al uitzonderlijk dat Piller als joodse onderduiker anderen onderduik verschafte, maar nog krasser was dat hij bij onraad niet alleen voor zichzelf en zijn even moedige vrouw ('Lies van Amstel') een veilig heenkomen zocht, maar ook zijn hele geallieerde huishouding bij ander betrouwbaar Veluws volk onder de pannen bracht.

Warrack, Heaps en Kessel geven hoog op van het karakter van Piller. Een gewone Amsterdamse joodse jongen, die in de benarde toestand waarin het lot hen bijeenbracht over stalen zenuwen en grote gaven van geest beschikte. Hij bracht de Engelsen geduld en discipline, maar vooral geloof in het succes van zijn operatie bij. Op die eigenschappen kwam het ook aan, want het kostte maanden voordat de eerste goede gelegenheid om te ontsnappen zich aandiende. Niet elke eerste gelegenheid was de beste.

De Amerikanen en de Engelsen verleenden Piller de hoogste onderscheidingen die voor verzetsmensen in West-Europa waren weggelegd. Van generaal Eisenhower kreeg hij de Medal of Freedom met de gouden palm, een onderscheiding die slechts aan enkele buitenlanders is verleend. Van koning George VI kreeg hij de eretekenen behorend bij de orde van het Britse Rijk (“honorary member of the civil division of our said Order”).

De Nederlandse regering liet zich daarentegen van haar krenterigste kant zien: de Amerikaanse en Engelse eerbewijzen 'ontgingen' haar en het duurde tot 1951 voordat er een Bronzen Kruis en een Oorlogsherinneringskruis af konden. Piller had zich intussen al lang weer op de productie van zijn damesconfectie gestort (waar hij spoedig fortuin in zou maken) en liet zich daar nooit verbitterd over uit. Hij pantserde zich met ironie en hield het erop, dat “ze toch nooit geloofd zouden hebben dat een joodse jongen al die dingen had gedaan”.