KLAUS TENNSTEDT (1926-1998); Emotioneel dirigent

AMSTERDAM, 13 JAN. De opmerkelijke carrière van de Duitse dirigent Klaus Tennstedt, die gisteren op 71-jarige leeftijd in Heikendorf bij Kiel overleed, liep uit op een langdurige, zelfs heroïsch aandoende strijd tegen de kanker. Al werd hij uiteindelijk dan toch geveld, Tennstedt lijkt achteraf niettemin moreel de overwinnaar, omdat hij nog zo lang en vastberaden vasthield aan zijn wens om op de grens van het leven muziek te blijven maken.

Pas in 1987, toen Tennstedt al lang ziek was en telkens concerten moest afzeggen - ook in Amsterdam, onder andere wegens beknelde zenuwen

en problemen aan zijn gehoor - nam hij ontslag bij het London Philharmonic Orchestra. Hij was daar sinds 1980 gastdirigent en volgde drie jaar later Sir Georg Solti op als chef-dirigent. In 1988 was hij toch weer terug in Londen als 'conductor laureate', maar in 1994 moest hij na een serie operaties zijn werk definitief opgeven. Van een in het Westen tot zijn 45ste totaal onbekende provinciale dirigent, was Tennstedt uitgegroeid tot in alle muzikale wereldcentra gevierd interpreet van het laat-romantische repetoire: Wagner, Bruckner, Strauss en vooral Mahler, in wiens getormenteerde muziek hij zijn eigen

gecompliceerde leven en zijn heftige gevoelens herkende. Tijdens zijn Mahler-uitvoeringen legde hij ook vooral zijn eigen ziel bloot voor het

publiek. “Ik vind het heerlijk om te doen wat ik wil”, zei hij in een

interview in deze krant. Klaus Tennstedt werd 6 juni 1926 geboren in Merseburg als zoon van een orkestmusicus en speelde viool en piano voordat hij in Leipzig het conservatorium bezocht, waar hij in 1945 afstudeerde. Voor hij in 1971 uit Oost-Duitsland naar het Westen kwam, dirigeerde hij in Halle, Karl-Marx-Stadt, Radebeul en Schwerin. Daarna werd Tennstedt chef-dirigent van de opera in Kiel,vanaf 1974 had hij internationaal succes als dirigent van het symfonieorkest in Toronto. Van 1979 tot 1981 was hij dirigent van het symfonieorkest van de Norddeutsche Rundfunk in

Hamburg. In ons land werd Tennstedt berucht om zijn onprofessionele houding bij een concert dat hij in 1981 zou geven met het NDR-orkest, waarmee hij tijdens een tournee ruzie had gekregen. Op zaterdagmorgen kwam het orkest vanuit Parijs op Schiphol aan - zonder Tennstedt - terwijl om drie uur moest worden opgetreden tijdens de Vara-Matinee in het Amsterdamse Concertgebouw. Het programma voor de pauze werd overgenomen

door Rudolf Werthen, de Eerste symfonie van Mahler werd overgenomen door Kirill Kondrasjin, naast Haitink de tweede dirigent van het Concertgebouworkest. Kondrasjin, een zeer nauwgezet repetitor met veel strengere ideeën

over Mahler dan de zo emotionele Tennstedt, had slechts een uur repetitietijd voor het werk dat ook een uur duurt. Het leidde tot een eigenlijk onmogelijke, maar daarom buitengewoon spannende uitvoering, die een gigantisch publiek succes had. Na afloop stond Kondrasjin - de boomsterke Rus - daar op het podium met een fles cognac die hij had gekregen. Daarna ging de fles op en om acht uur 's avonds was Kondrasjin dood. Amsterdam verloor daarmee een meer dan voortreffelijk dirigent. In ons land dirigeerde Tennstedt het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest. De laatste keer was dat in 1990 bij de herdenking van Leonard Bernstein. Hij dirigeerde op bewogen wijze de Vijfde symfonie van Mahler met een Adagietto dat klonk als de acceptatie van Weltschmerz.