Een 'culturele ambassadrice' van de DDR

Het toeval heeft sluwe streken.

Uitgerekend op de avond dat in Amsterdam een openbaar debat plaatsvond over Bolkesteins boek Onverwerkt verleden, zond de NPS een documentaire uit over Gisela May, de vermaarde zangeres uit de voormalige DDR.

May was vroeger in links-culturele kringen in het westen een onomstreden kunstenares. Ze kreeg als een van de weinige DDR-burgers onbeperkte mogelijkheden om naar het buitenland te reizen en daar op te treden met haar repertoire van vooral Brecht-liederen. Ze werd zelfs 'de culturele ambassadrice van de DDR' genoemd.

Hoe kijkt zo iemand op haar verleden terug? In welke mate heeft zij het verwerkt? Dat zijn vragen die veel sterker bij de kijkers zullen hebben geleefd dan tien jaar geleden, vóór de Wende.

Helaas kregen we er in de documentaire van Carrie de Swaan nauwelijks antwoord op. Dát aspect van het verleden werd maar even aangeraakt, met een zekere schroomvalligheid, alsof het om een pijnlijk, persoonlijk detail ging dat uit oogpunt van hoffelijkheid beter toegedekt kon blijven.

Als Tommel 'een politiek onbenul' was omdat hij de vriendschapsbanden met de DDR wilde verstevigen, was Gisela May dat dan ook niet? In het VARA-TV Magazine zei Carrie de Swaan daarover: “Dat kun je vinden, ja. Maar ik ga daarover in de film niet met haar in discussie. Ze legt duidelijk uit waarom ze na de oorlog voor de DDR-politiek heeft gekozen, en ze vertelt ook wanneer het wat haar betreft afgelopen was met die loyaliteit - toen de protestzanger Wolf Biermann werd ausgebürgert.”

Uit de film blijkt echter juist niet dat het toen plotseling was afgelopen met haar loyaliteit jegens het DDR-regime. Ze vertelt dat ze ging protesteren tegen het ontnemen van de burgerrechten aan Biermann, maar uit niets blijkt dat ze er ook praktische consequenties aan heeft verbonden.

Integendeel, ze bleef zich door het regime laten onderhouden en ze toont zich nu nog steeds verbitterd over het feit dat die steun na de Wende abrupt ophield. Ze geeft in de film ook toe dat ze niet euforisch was geweest bij de val van de Muur: “Ik had altijd kunnen reizen.”

Dus inderdaad 'een culturele ambassadrice van de DDR'? Zelf noemt ze zich liever 'een humanistische boodschapper in de zin van Brecht'. Dat klinkt tamelijk eufemistisch voor iemand wier hele carrière bekostigd is door het regime: ze stond gewoon op de loonlijst van Ulbricht en Honecker.

Ze zong nog tot ver na de oorlog teksten over 'het brood dat Berlijn met Moskou deelde' en dat tot grote voorspoed had geleid: “Zonder kapitalisten gaat het beter, veel beter in de wereld.”

Ze leek me geen opportuniste, maar iemand die oprecht geloofd had - en, begreep ik een beetje, misschien nog steeds gelooft - in de heilzaamheid van de communistische praktijk. “Ik leerde de werkloosheid in het buitenland kennen”, vertelde ze, “ik zag de hoge prijzen, en daarom ben ik steeds maar weer teruggekeerd naar de sociale zekerheid in de DDR, waar veel geld werd geïnvesteerd in het theater.”

Welke contacten onderhield zij precies met het regime? Werden er van haar, behalve het zingen van anti-kapitalistische liederen, nog meer tegenprestaties verlangd? Had ze echt niet in de gaten wat er om haar heen gebeurde: dat Biermann niet de enige kunstenaar was die onderdrukt werd?

Allemaal vragen die Carrie de Swaan liet rusten. Ze maakte ruim baan voor de zangeres en haar grote talent. We zagen May optreden met het Willem Breuker Kollektief en bevlogen lesgeven in een masterclass. We hoorden haar praten over Brecht en haar vriendschap met Eisler.

Het was interessant, maar niet voldoende. Carrie de Swaan wilde te graag een sympathiek portret maken van een sympathieke vrouw die zij bewondert. Maar Gisela May was niet zomaar een zangeres, het was geen Willeke Alberti van het Oostblok. Het was een zangeres die politieke boodschappen deed voor een fout, leugenachtig regime.

Dat ze na vreselijke ervaringen met de nazi's voor zo'n regime koos, geeft haar leven een tragisch stempel, ook al lijkt ze zich daarvan niet echt bewust.