Complexen

Ook al omdat het Nederlands elftal straks in Frankrijk opnieuw te maken krijgt met de Belgen ben ik eens gaan bladeren in hun voetbalhistorie. En ik bleef steken bij Guy Thys, hun destijdse bondscoach. Collega van toen Rik de Saedeleer was volgens eigen zeggen Thys' vertrouweling geweest, want zo'n coach heeft af en toe behoefte aan een klankbord. Thys zou in dienst treden in juli 1976, maar omdat zijn voorganger Goethals er na een 5-0 afstraffing tegen Oranje spoorslags mee ophield, moest de sigaren rokende en cognac drinkende Thys eerder starten dan zijn contract aangaf.

Thys had een jong elftal geformeerd dat liever niet tegen Nederland wilde debuteren, maar daar viel niet onderuit te komen. Het werd evenwel slechts 2-0 voor Nederland, waaronder een magistraal doelpunt van Cruijff over het verbaasde hoofd van de debuterende keeper Jean-Marie Pfaff heen. In de voorronden voor het WK van 1978 waren Belgen en Nederlanders weer in een en dezelfde groep ingedeeld. Wat moest Thys doen tegenover de vice-wereldkampioen van 1974? De poort

dicht trachten te houden en de eigen aanval vergeten? Hij heeft eraan gedacht. Maar toen Oranje een kleine misstap beging tegen de Noord-Ieren terwijl de Rode Duivels met 2-0 van die tegenstander wonnen, toen kreeg

het Belgische team zoveel lof toegezwaaid dat ook de coach het aandurfde op winst te gaan spelen. Oranje kon toch opnieuw een slechte dag hebben? Die dingen gebeurden. Niemand was onkwetsbaar. “Wij zullen niet spelen

in functie van de tegenstrever. Er zal geen lijfwacht naast Johan Cruijff lopen.'' Maar het zou bij een verdienstelijke bedoeling blijven. Oranje kwam, zag en won in Deurne voor 25.000 luidruchtige landgenoten die de sfeer in het Bosuilstadion bepaalden. Toch kreeg Thys een goede nationale pers. Hij had lef getoond en de nederlaag van zijn jonge ploeg was tot 0-2 beperkt gebleven. Rep en Cruijff scoorden, maar een Belgisch drama was het niet geworden. Cruijff speelde zijn 46ste interland, Neeskens zijn 36ste. Ook Kees Kist zat in

die geduchte voorhoede, met Rensenbrink. De Belgen konden daar toen weinig routine tegenover stellen. Wellens, Cools, Volders c.s. waren nog geen gelouterde voetballers. Thys stelde, dat Nederland alles behalve een slechte dag had en speelde zoals in zijn beste periode. “Zoals tegen Engeland op Wembley, toen zij zowel demonstreerden als scoorden. Zelf was ik toen geweldig onder de indruk gekomen, maar ik durfde het niet toegeven, teneinde mijn spelers geen complexen te bezorgen.” Ik keek in die jaren heel anders tegen Thys aan dan tegen bijvoorbeeld een Raymond Goethals. Goethals leek veel op een clown. Hij was een vaatje buskruit, zei soms de gekste dingen, was vaak voor Hollandse oren onverstaanbaar en droeg steevast de verkeerde puntschoenen onder een blauw trainingspak. Toch wist hij veel van voetbal, maar hij uitte dat op een mysterieuze manier. Maar dat verhinderde hem niet toch jarenlang

als een soort goeroe door de voetbalwereld te gaan en bij tenminste één grote Franse club (Olympique Marseille) in dienst te treden. Dat het daar uiteindelijk misging, is een ander verhaal waar Goethals wellicht weinig aan kon doen.