City bezorgd over ontbreken Groot-Brittannië in kopgroep EMU;/In de ban van de euro

Groot-Brittannië bekleedt sinds 1 januari het halfjaarlijkse

voorzitterschap van de Europese Unie. Maar het land doet niet mee aan de Economische en Monetaire Unie. Ligt de Londense City, nu in Europa het kloppend hart van de internationale financiële markt, er straks verlaten bij?

De City op zaterdagmiddag is uitgestorven. Het pleintje in Threadneedle Street, op weekdagen het gonzende middelpunt van het Londense zakendistrict, ligt er verlaten bij. Een enkele toerist vergaapt zich aan de statige gebouwen van de Bank of England, de oude Stock Exchange en Mansion House. Op de achtergrond rijzen de moderne kantoorgebouwen van de financiële instellingen naar de hemel. De Londense City behoort met New York en Tokio tot de belangrijkste financiële centra in de wereld. Elke werkdag wordt er voor miljarden aan waardepapieren, goederen en valuta verhandeld. Binnen Europa is het veruit de belangrijkste financiële markt. Sommigen in de City maken zich echter zorgen over de afwezigheid van Groot-Brittannië bij de Economische en Monetaire Unie (EMU). De toekomst moet uitwijzen welke gevolgen dit heeft voor de positie van de

City als internationaal financieel centrum. Wordt het in Threadneedle Street na 1999 zo rustig als op een zaterdagmiddag? De EMU gaat op 1 januari 1999 van start. Dit jaar besluiten de regeringsleiders en staatshoofden van de Europese Unie-landen wie er gaan meedoen, tijdens een speciale top in Brussel in het eerste weekeinde van mei. In oktober 1997 maakte de Britse minister van Financiën Gordon Brown bekend dat het Verenigd Koninkrijk niet tot

de eerste EMU-landen zal behoren. Dat kwam niet onverwachts. In het Verdrag van Maastricht (1992), dat de fundamenten voor de EMU legde, bedong Groot-Brittannië een opt-outclausule. Dankzij die clausule is het land niet verplicht aan de EMU deel te nemen, zelfs als het wel aan de toelatingscriteria zou voldoen. Tot oktober hielden financiële analisten nog rekening met een mogelijke verrassing. De verkiezingsoverwinning van New Labour vorig jaar maakte een einde aan de eurosceptische regering van de Conservatieve Partij. Van Blairs nieuwe regering werd een meer positieve Europese houding verwacht. De Britse financiële markten reageerden enthousiast. Een artikel in de vooraanstaande zakenkrant the Financial Times, dat voorspelde dat de

Labour-regering zich vóór het einde van 1997 gunstig zou uitlaten over EMU-lidmaatschap, zorgde eind september voor een recordstijging van de Britse aandelenbeurs. De City wil dat het Verenigd Koninkrijk aan de monetaire unie gaat meedoen. Een maand later maakte minister van Financiën Brown bekend dat het

Verenigd Koninkrijk zich weliswaar voorbereidt op deelname aan de EMU, maar niet vanaf 1999. Eventueel zou het land nog vóór 2002 kunnen toetreden, net voordat de nationale valuta plaats maken voor de nieuwe Europese munt, de euro. Het officiële verhaal is dat de bestuurders en handelaren in de City zich geen zorgen over de toekomst maken. Judith Mayhew, beleidsvoorzitter van de Corporation of London, het bestuursorgaan van het zakendistrict, zegt niet te geloven dat de EMU zal leiden tot een ingrijpende verschuiving in de machtsverhoudingen van de Europese financiële markten. De bestaande traditie - zo'n twee eeuwen lang - van de City als de belangrijkste Europese financiële markt zal niet door de Britse afwezigheid bij de EMU worden uitgewist, betoogt zij. “Door de expertise van de honderden aanwezige banken, verzekeringsmaatschappijen

en andere financiële instellingen zal de City de belangrijkste markt in Europa blijven.'' Ruim 550 internationale banken - waaronder ABN Amro, ING en Rabobank - zitten bijeen op het grondgebied van de City, dat zo'n anderhalve vierkante kilometer beslaat. De suggestie dat banken op termijn 'the Square Mile' zullen verruilen voor een vestiging in bijvoorbeeld Frankfurt, vestigingsplaats van de Europese Centrale Bank, acht Mayhew onwaarschijnlijk. Zij meent dat de Britse intentieverklaring om binnen enkele jaren na de start tot de EMU

toe te treden, een verhuizing naar een ander financieel centrum onnodig

maakt. Bovendien profiteert de City van bijkomende voordelen, zoals het gebruik van de Engelse taal, die internationaal veel beter wordt gesproken dan Duits of Frans, goedkope telecommunicatieverbindingen dankzij een gedereguleerde markt en sterke Anglo-Amerikaanse banden. “Er zitten meer Amerikaanse banken in de City dan in New York.” Mayhew benadrukt dat de City zich terdege heeft voorbereid op de komst van de EMU, zelfs toen het officiële regeringsstandpunt nog sceptisch was. Hoewel Groot-Brittannië niet tot de EMU-kopgroep behoort, zullen Britse financiële markten de euro volgens Mayhew wel degelijk aankunnen. Zo kunnen beursnoteringen straks in euro's worden vermeld. Onder de handelaren is de stemming minder zorgeloos. Tijdens de middagpauze stromen de kantoren leeg en de pubs en sandwichbars vol. De

City luncht. De kroeg tegenover Liverpool Street Station is gevuld met mannen en vrouwen in (mantel-)pak. Conrad Rey, werknemer van een investeringsmaatschappij, zegt op zichzelf vertrouwen te hebben in de toekomst van de City. “Er heerst een atmosfeer die je nergens anders vindt.” Toch ziet Rey wel nadelige gevolgen. Londen is de grootste valutamarkt ter wereld. Het verdwijnen van de handel in een aantal Europese valuta,

na de invoering van de euro, zal niet onopgemerkt voorbijgaan. “De handelaren op die markt maken zich zeker zorgen.” Mayhew van de Corporation of London denkt dat dit effect zal meevallen. “De City dankt zijn kracht met name aan de sterke handel in dollar en yen. Voor de wegvallende Europese valuta komt bovendien de handel in euro in de plaats.” Rey wijt de afwachtende Britse houding aan nationalisme. “In de zomer gaan we twee weken naar Frankrijk om de Fransman uit te hangen; de rest

van het jaar geven we af op die gekke Fransen, die machtswellustige Duitsers en die onbetrouwbare Italianen.'' Angst voor mislukking van de

monetaire unie speelt volgens hem geen rol. “If EMU goes down we will all go down together.” Oftewel, als de unie mislukt zal ook Groot-Brittannië daar de gevolgen van ondervinden. Zelf is Rey het niet eens met die afwachtende houding. “Wat goed genoeg is voor Duitsland, is goed genoeg voor ons”, redeneert hij. Maar ergens begrijpt hij wel dat de nieuwe regering die leuze niet hanteert. “Zij wil eerst de volgende verkiezingen winnen, en met een dergelijke leuze ziet niemand dat gebeuren.” De City vreest dat de Britse afwezigheid bij de start van de EMU ook indirecte gevolgen heeft voor de financiële markten. Buitenlandse ondernemingen die in Europa investeren, kunnen een EMU-land verkiezen boven een land dat niet tot het machtige economische blok behoort. Zo leidde de beslissing van de Japanse autogigant Toyota om 615 miljoen dollar te investeren in een fabriek in Frankrijk vorige maand tot onrust in Groot-Brittannië. De Europese markten zullen de gelegenheid om de positie van de City aan

te tasten niet voorbij laten gaan. Vorig jaar besloten de derivaten-markten van Frankrijk (MATIF), Duitsland (DTB) en Zwitserland

(SOFIX) hun krachten te bundelen tegen de dominantie van de London International Financial Futures and Options Exchange. Het aantal opties

en futures dat wordt verhandeld binnen dit continentale samenwerkingsverband (Eurex) zal die van LIFFE ver overtreffen. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat Frankfurt of Parijs de positie van de City overneemt, maken de Europese financiële markten wel kans op een groter deel van de koek. De Britse regering en de Corporation of London kunnen nog zo sterk benadrukken hoezeer Groot-Brittannië zich voorbereidt op spoedige EMU-deelname, dat neemt niet weg dat de Britten in de eerste jaren afwezig zullen zijn. Het is bijna ironisch dat het Verenigd Koninkrijk de eerste helft van dit jaar het voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt, terwijl het bij de EMU-voorbereidingen in mei en daarna een buitenstaander is. In de City wordt de afwezigheid bij de besluitvorming als een potentiële dreiging gezien. De Britse inzet van de ministerraad in

Luxemburg was vorige maand dan ook het verwerven van een zetel bij de Euro-X, het informele overleg waarin deelnemende EMU-landen zullen beslissen hoe de unie er uit komt te zien. Frankrijk en Duitsland wezen

die suggestie af. Wie niet meedoet met het spel, kan geen invloed hebben op de regels. Financial Times-columnist Wolfgang Munchau vertolkte onlangs het groeiende gevoel van ongemak in de City. “De economische consequenties

van de monetaire unie kunnen werken als obstakels voor laatkomers. De terughoudende opstelling tegenover de EMU kan wel eens niet zo'n veilige optie voor het Verenigd Koninkrijk blijken als gedacht.''