Bonn geeft geld aan joden Oost-Europa

BONN, 13 JAN. De Oost-Europese overlevenden van de Holocaust krijgen van Duitsland een extra uitkering van 250 mark per maand. Over de schadevergoeding voor nazi-slachtoffers is lange tijd gestreden.

De Duitse regering en de joodse Claimorganisatie uit New York hebben nu een akkoord bereikt, deelde Friedrich Bohl, de voorzitter van het kabinet van bondskanselier Helmut Kohl gisteren mee. De regering betaalt vanaf 1999 vier jaar lang een bedrag van 200 miljoen mark in een fonds voor vervolgde Oost-Europese joden, dat door de joodse Claimorganisatie zal worden beheerd. Het gaat om 18.000 tot 20.000 joden, die in Oost-Europa wonen en tot nog toe nooit enige vorm van schadevergoeding voor het lijden tijdens het naziregime hebben gekregen.

“Ik ben gelukkig”, reageerde de 72-jarige advocaat Alexander Bergmann uit de Letse hoofdstad Riga. Sinds 1993 schreef hij vele brieven aan de Bondsdag, waarin hij namens een actiegroep van joden uit Letland die in concentratiekampen hadden gezeten, schadevergoeding vroeg.

“Een bedrag van 250 mark is bij ons meer dan in het Westen, veel meer”, aldus Bergmann. In Riga kost een liter melk ongeveer 80 pfennig, een brood 1,20 mark. De leden van Bergmanns actiegroep beschikken nu over een pensioen van 120 mark per maand.

Wie in aanmerking wil komen voor de extra bijdrage van 250 mark per maand moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. De vervolgde moet ten minste een half jaar in een concentratiekamp hebben geleefd of anderhalf jaar in een getto zijn geïnterneerd. Ook moet hij kunnen aantonen dat zijn financiële situatie penibel is en dat zijn gezondheid zware schade heeft ondervonden van het verblijf in een kamp of getto.

De Duitse regering, die sinds het einde van de oorlog al meer dan 100 miljard mark aan schadevergoedingen heeft uitbetaald, stond steeds op het standpunt, dat het grote bedragen aan stichtingen in verschillende Oost-Europese landen heeft overgemaakt, die het geld verder verdelen. Er is sinds 1991 een bedrag van bijna 1,8 miljard mark voor Oost-Europese slachtoffers van het nazigeweld besteed, rekende kabinetsminister Bohl gisteren voor.

Het geld was volgens de betrokken joodse organisaties onvoldoende en bovendien kwam het niet altijd bij de vervolgde joden terecht. Pas toen Amerikaanse senatoren zich met de kwestie gingen bezighouden en de druk uit Israel groeide kwam er schot in de onderhandelingen. Vooral het feit dat de Duitse regering pensioenen betaalde van voormalige SS-leden, ook in Letland, zette kwaad bloed en zorgde in de Verenigde Staten voor grote verontwaardiging.

Vertegenwoordigers van joodse organisaties in Duitsland reageerden gisteren positief op het bereikte akkoord. Een vertegenwoordiger van een joodse actiegroep in Keulen noemde het evenwel “beschamend” dat de regeling pas in 1999 ingaat. “Nu al is bijna eenderde van de groep joden die nooit enige schadevergoeding hebben ontvangen gestorven”, aldus Lothar Ewers van de groep uit Keulen. De Groenen, die zich jarenlang hebben ingezet voor extra steun voor slachtoffers van het naziregime, noemden het akkoord “een groot succes”.