Weekend

Nou zag ik mijn Herman weer heel lang naar een foto in ons regionale sufferdje staren. Zestien benen van de Nederlandse damessynchroonzwemploeg staken uit het Australische chloor.

'Daar hebben ze ook op geoefend', sprak hij droog, 'jarenlang zelfs.'

Ik zei: 'Ja Herman, daar hebben ze ook op geoefend. En deze meisjes hebben daarvoor 88.400 punten van de jury gekregen, daarvan telt maar vijfendertig procent, dus hoeveel houden ze dan over?'

Hij keek me gespeeld appelig aan.

'30.940 Punten', citeerde ik het persbericht, 'dat lijkt heel veel, maar dan kom je toch niet verder dan de twaalfde plaats.'

'Het zal wel', zuchtte hij zich richting economie.

Ik keek naar onze jongste, bijna tien, klassiek waterratje, verdiept in wat Spice-Girlsprietpraat in een meisjesblad. Ik breng haar graag naar hockey en tennis, train haar zelfs op de woensdag. Dat kost tijd. Heel veel leuke tijd, maar ik weet niet of ik dat ook zou doen als ze op synchroonzwemmen ging. Zo'n knijper-op-de-neusmeisje. En dan hele middagen aan de rand van dat bassin hangen. Met andere afdroogmoeders. Ik werd daar toch opeens zo prozac van. Afdroogmoeder op een synchroonzwemclub.

Opeens zei Herman: 'Doen ze op de Paralympics ook aan die onzin? Dus dat er een oneven aantal benen uit het water omhoog komt?'

Daar had ik nou helemaal nog niet over nagedacht.