'Van de partij is nauwelijks meer dan een slijmspoor over';'Kameraad' Mugabe ontmoet verzet

Zimbabwe verkeert in een crisis. De veteranen uit de guerrilla tegen het blanke minderheidsbewind eisen van de regering inlossing van haar beloftes, terwijl president Mugabe in zijn feitelijke één-partijstaat voor het eerst te maken heeft met serieuze oppositie. HARARE, 12 JAN. Op een morgen in december wandelden ze het kantoor van Morgan Tsvangirai binnen, zes mannen en twee vrouwen.

Ze wilden de secretaris van de overkoepelende Zimbabweaanse vakbeweging ZCTU om 'raad' vragen voor het opzetten van een bond. Na luttele minuten begon het gezelschap Tsvangirai af te tuigen met zijn eigen ameublement en alles wat maar voorhanden was. De vakbondsleider liep een zware hoofdwond op. Wie waren de aanvallers? Die vraag is officieel onbeantwoord gebleven, maar iedereen wijst de beschuldigende vinger naar de regering van Zimbabwe. Het motief was er in elk geval: Tsvangirai had het bestaan een staking te organiseren tegen Mugabe.

Het land van de 72-jarige 'kameraad' Mugabe kent nauwelijks oppositie, niet omdat het zo goed gaat, maar omdat in een al jaren bestaande sfeer van partijdictatuur de regerende Zimbabweaanse Afrikaanse Nationale Unie-Patriottisch Front (ZANU-PF) altijd de verkiezingen 'wint'. Ze beschikt over 118 van de 120 direct te verkiezen parlementszetels; de president mag bij wet nog eens twaalf zetels aan vertrouwelingen toewijzen, tien gaan naar traditionele chiefs, terwijl ook alle acht provinciale gouverneurs in het huis van afgevaardigden zitting hebben. In de praktijk komt dit neer op nog eens dertig stemmen voor Mugabe. De twee 'restzetels' zijn in handen van de oppositionele Ndonga-partij, geleid door de 77-jarige dominee Ndabaningi Sithole, die begin jaren zestig, nog vóór Mugabe, de wapens opnam tegen de blanke minderheidsregering. En uitgerekend Zimbabwe's laatste oppositieleider zit al twee jaar in de cel, wegens een vermeende couppoging.

In de tweede helft van 1997 vond Robert Mugabe dat het tijd was voor een aantal krasse maatregelen. Zeventien jaar na dato kwam hij op de gedachte twee hoogst belegen beloftes van de 'revolutie' alsnog in te lossen, namelijk de beslaglegging op land van blanke boeren ten behoeve van landhervorming en het uitkeren van premies aan ruim 50.000 voormalige guerrillastrijders. Beide projecten kosten zeer veel geld en dat heeft de Zimbabweaanse regering niet. Het proces van landonteigening is inmiddels in gang gezet; bij een krappe kas kan dat desnoods zonder betalingen aan de blanke boeren. Hùn woede zal Mugabe wel overleven. Maar een belofte aan de veteranen is andere koek. Toen de regering onlangs aankondigde dat de gratificaties via belastingverhogingen zouden worden gefinancierd, zag Mugabe zich voor het eerst in zijn functie als sterke man - hij werd in 1980 premier, in 1987 president - geconfronteerd met serieuze oppositie, niet alleen buiten zijn eigen invloedskringen, maar zelfs in de partij.

Op het congres van de ZANU-PF, begin vorige maand, kwam een grote meerderheid van de gedelegeerden, ten overstaan van een verbijsterde Mugabe in opstand tegen de 'veteranen-tax'; de president moest de maatregel ter plekke inslikken. Hem werd gevraagd andere middelen te zoeken om de benodigde 4 miljard Zimbabweaanse dollar (300 miljoen gulden) te vergaren. De werkelijke oorzaak van de partijrebellie lag veel dieper dan de voorgenomen belastingmaatregel; de al lang smeulende onvrede over de autoritaire, nepotistische politiek van de president laaide eindelijk op tot een groot vuur. “Het uur is aangebroken”, riepen enkele partijleden, een leus die in het buurland Zambia begin jaren negentig de omwenteling inluidde. Mugabe was geschokt, hij wist niet wat hem overkwam. Voorheen brave partijgenoten trokken ineens op felle wijze van leer.

Een provinciaal gouverneur, Border Gezi, eiste op hoge toon inzage in de boekhouding van zijn partij. “Het is verbazingwekkend dat de partij altijd blut is, terwijl we grote belangen hebben in een aantal bedrijven. Wat gebeurt er met dat geld? De partij heeft boerderijen, huizen en vee, wie maakt daar gebruik van?” Gezi nam ook enkele ondemocratische instellingen onder de loep, met name het politburo van de partij. De vroegere socialistische ZANU-PF is nog op de oude Sovjet-leest geschoeid, met een oppermachtige partijtop. Het politburo, het hoogste orgaan, wordt niet gekozen, maar samengesteld via presidentiële coöptatie. In de praktij verdringen de leden van het politburo elkaar bij het verkrijgen van lucratieve “feodale wingewesten”, aldus Gezi. “Kameraad president, verkiezingen worden gehouden voor alle partijstructuren, van de cel tot en met de provincie. Waarom kan het politburo dan niet worden gekozen door de povo (het volk)”, zo vroeg Gezi zich af. Hij waarschuwde dat de factiestrijd, die begin jaren tachtig duizenden mensen het leven kostte, weer zou kunnen oplaaien als de “vriendjespolitiek” niet zou eindigen. Gezi zei dingen die nog nooit waren gezegd, maar die alom algemeen bekend zijn.

Het congres ging uiteen in de veronderstelling dat alle belastingverhogingen van de baan waren. Maar Mugabe trok zich niets aan van de partijkritiek en liet zijn minister van Financiën Herbert Murerwa doodleuk aankondigen dat het veteranenfonds zou worden betaald uit nieuwe heffingen. Toen was de maat vol voor de ZCTU van Morgan Tsvangirai, het kwam tot een eendaagse landelijke staking. De staking eindigde met veel geweld: de politie sloeg in op betogers, die op hun beurt voertuigen in brand staken en gebouwen vernielden. Deze tweede les trok Mugabe zich wel aan: na de staking maakte minister Murerwa nog voor kerst tandenknarsend bekend dat de belastingen grotendeels van de baan waren.

Maar dat heeft Mugabe meteen een nieuw probleem opgeleverd: hoe houdt hij de invloedrijke groep veteranen koest? Hij heeft de oud-strijders, die de onafhankelijkheid van Zimbabwe bevochten, een worst voorgehouden van 50.000 'Zimdollar' ineens en een maandpensioen van 2.000. De leider van de veteranen, Chenjerai 'Hitler' Hunzvi, is een terriër die zijn eenmaal gegrepen prooi niet gauw loslaat. Hunzvi is een rijzende ster in de ZANU-PF en een naaste vertrouweling van Mugabe.

Mugabe zit nu tussen twee vuren: militante veteranen aan de ene kant en boze partijgenoten en vakbondsleden aan de andere kant. In het verleden speelde hij altijd listig de 'raskaart' uit. Feilen in het beleid waren waren steevast te wijten aan de verongelijkte rijke blanken - de blanke minderheid telt 150.000 zielen, 1,5 procent van de bevolking. Maar die vlieger gaat ditmaal niet op. Juist de zwarte massa, via de vakbond en de lagere partijregionen, heeft Mugabe de levieten gelezen.

Ook onder zwarte intellectuelen heeft een omslag plaatsgehad, tégen Mugabe. Lupi Mushayakarara, commentator van de Zimbabwe Independent, beschrijft de situatie als “een grote puinhoop”. “Mugabe is bezeten van macht. Hij wilde de suprematie van zijn partij vestigen onder de dekmantel van het socialisme. Nietsontziend heeft hij elke vorm van oppositie onderdrukt.” Mugabe heeft zijn eigen partij zo ondergeschikt aan zichzelf gemaakt, dat er alleen nog maar “een slijmspoor” van over is, zegt ze. Mugabe heeft grote verdiensten, “maar het Afrika waarin onpopulaire leiders aan de macht konden blijven tegen de wil van de bevolking in, is dood en begraven. Mugabe moet opstappen.”