Taboe pedofilie gehekeld; 'Pedofilie niet per definitie verkeerd of schadelijk'

In het dagblad Trouw heeft een gereformeerde theoloog “ter wille van mijn broeders” het taboe op pedofilie gehekeld. ROTTERDAM, 12 JAN. Het openhartige pleidooi dat dr. L. van Drimmelen, gereformeerd theoloog en kerkjurist, zaterdag in het ochtendblad Trouw hield voor aanvaarding van pedofilie (jongensliefde) door de kerk en de maatschappij, herinnert aan de jarenlange strijd die het vroegere Eerste-Kamerlid dr. E. Brongersma (PvdA) daarvoor heeft gevoerd.

Van Drimmelen en Brongersma die er ruiterlijk voor uit zijn gekomen pedofiel te zijn, beijveren zich voor het inzicht dat pedofiele liefde niet per definitie verkeerd of schadelijk is.

Ook vinden zij het onjuist dat pedofielen onmiddellijk te boek komen te staan als kinderlokkers, viezerikken, knapenschenders of pederasten. Pedofilie (van het Griekse paidos/kind, phileo/beminnen) staat voor het verschijnsel dat een (jong)volwassen persoon van 16 jaar of ouder seksueel contact verlangt of seksuele handelingen verricht met een minstens vijf jaar jonger kind van hetzelfde of het andere geslacht.

Volgens deze definitie in de Grote Winkler Prins encyclopedie worden pedofiele handelingen in de meeste culturen als een ernstige strafbare handeling gezien. Toch zijn maatstaven bij de beoordeling of bepaalde handelingen al dan niet pedofiel en strafbaar zijn, moeilijk te bepalen.

Als ouders een kind zodanig knuffelen dat ook de ouders daardoor erotisch opgewonden raken, zal men dit - volgens de encyclopedie - niet pedofiel mogen noemen zolang er geen sprake is van specifiek genitale aanrakingen.

Ook de vraag of pedofiele contacten schadelijk zijn, is moeilijk te beantwoorden. Vooral als er geen lichamelijke schade of pijn worden veroorzaakt en het contact door het kind niet als negatief wordt ervaren, zou pedofilie niet verwerpelijk zijn.

Aanleiding voor het pleidooi van Van Drimmelen in Trouw is de veroordeling van een kerkelijk medewerker tot tweeëneenhalf jaar gevangenisstraf wegens seksueel misbruik van minderjarigen.

Bij het lezen van dat bericht “vloog het mij naar de keel”, schrijft de 63-jarige kerkjurist en adviseur van de Gereformeerde Kerken in Nederland die predikant in algemene dienst is en geen eigen kerkelijke gemeente heeft. Komt pedofilie ter sprake, dan valt naar zijn zeggen, “al gauw de naam van Dutroux. Zoals de homo vroeger, zit de pedofiel vandaag in de gevangenis”.

Op pedofilie zou nog altijd hetzelfde zware taboe liggen als ten tijde van de sociaal-democraat E. Brongersma, criminoloog en politicus, die zich in de jaren '50, '60 en '70 intensief heeft ingezet voor herziening van de Nederlandse zedelijkheidswetgeving wat betreft 'ontucht' met minderjarigen. Met zijn pleidooien voor pedofilie was Brongersma die zich op het standpunt stelde, dat “een kind een mens op zijn mooist is”, internationaal vermaard, zo men wil berucht.

Van Drimmelens aanklacht tegen de “hetze van de maatschappij” jegens pedofilie en zijn pleidooi voor aanvaarding, is in gereformeerde kring door onder anderen synode-voorzitter R. Vissinga gewaardeerd.

Vissinga prijst Van Drimmelen voor zijn poging het klimaat van onveiligheid jegens pedofielen om te buigen. Van Drimmelen zelf schrijft nog niet goed te weten wat hij zich met zijn artikel in Trouw op de hals heeft gehaald.

“Maar ik kan het niet laten te zeggen wat ik op mijn hart heb terwille van mijn broeders die worden nagewezen en vervolgd.”