Ontheffing

Zondag 23 november was het dan zover: ik zou verhuizen naar mijn nieuwe woning in het hartje van de oude stad. Als Amsterdammer had ik me al lang voor die bewuste datum gerealiseerd dat ik, naast de gebruikelijke verhuisperikelen, te maken zou krijgen met een extra probleem.

De straat waar mijn nieuwe onderkomen zich bevindt, is namelijk aan beide zijden omzoomd door stevige betonnen palen. Parkeerplaatsen zijn er niet en om nu de verhuiswagen stomweg midden op de straat 'op de knippers te zetten' leek me weinig elegant. Bovendien zou het wel eens onprettige confrontaties kunnen opleveren zo midden op de Wallen.

Maar net als voor alle andere problemen die opdoemen tijdens een verhuizing, leek er ook voor dit probleem een oplossing. De rij betonnen paaltjes wordt namelijk op één plek onderbroken door vier ijzeren exemplaren die eruit gehaald kunnen worden. De eigenaar van de drukkerij twee huizen verderop was in het bezit van de sleutel en die zou hij mij voor die ene zondag vast wel willen uitlenen zodat ik, zonder te worden opgejaagd door agressieve automobilisten, m'n spulletjes kon uitladen.

“Nou, nee, toch maar niet”, zei de baas van de drukkerij. In het verleden had hij er nogal eens problemen mee gehad. Dus zat er niks anders op dan me te vervoegen bij het politiebureau Warmoesstraat, dacht ik. “Nee”, antwoordde de dienstdoende agent, “dan moet u niet bij ons zijn, maar bij parkeerbeheer op het stadhuis.” Daar zou ik een ontheffing kunnen krijgen deelde hij me mee en dan zouden ze op die bewuste zondag iemand van parkeerbeheer langsturen om de paaltjes weg te halen.

Op het stadhuis wist men van niks: “Nee echt, u bent hier aan het verkeerde loket, daarvoor moet u bij de verkeerspolitie zijn in de Watergraafsmeer.” Op naar de verkeerspolitie die, zo bleek, inderdaad dit soort zaken afhandelt. Helaas was ik er op de verkeerde tijd. Of ik morgen tussen negen en half tien kon ik terugkomen?

Zo stond ik de volgende morgen opnieuw op de stoep bij de verkeerspolitie in de Watergraafsmeer en de soepelheid en snelheid waarmee mij de ontheffing werd verleend, verbaasde me eerlijk gezegd nogal. Ik hoefde me niet te legitimeren en evenmin moest ik laten zien dat ik echt van plan was te verhuizen. Alle papieren om dat aan te tonen had ik voor niks meegenomen. Wel moest ik 48 gulden exclusief stortingskosten voor de ontheffing neertellen. Daar had ik geen moeite mee: tenslotte zouden er nu twee employés van de stadswacht worden opgeroepen die, zo werd me verteld, de paaltjes eruit zouden lichten zodat ik, niet opgejaagd door woeste automobilisten, in alle rust zou kunnen lossen in de voetgangerszone. Daar had ik wel ƒ 52,75 voor over.

Helaas, de realiteit was anders. Nadat ik met vrachtauto op de afgesproken tijd op m'n nieuwe adres arriveerde, meldden zich tien minuten later inderdaad twee stadswachten. Een korte inspectie van de paaltjes leidde bij de heren al snel tot de conclusie dat ze, 'helaas, helaas meneer', niet beschikten over de juiste sleutels om de paaltjes te verwijderen. Daarvoor moest ik naar bureau Warmoesstraat, zeiden ze. Nee, zij vonden niet dat zij dat voor mij moesten regelen, zij hadden hun best gedaan. Dat ik er ƒ 52,75 voor had betaald, daar hadden zij niks mee te maken.

Met gezwinde spoed repte ik me naar bureau Warmoesstraat, waar na het nodige gehakketak en heen en weer gepraat werd gezegd dat er spoedig iemand van parkeerbeheer zou komen die de paaltjes er zou komen uithalen. Een nerveus half uur later - de auto was al voor een behoorlijk deel gelost, boze automobilisten waren afgepoeierd, ik blokkeerde de hele rijbaan - meldde zich een meneer van parkeerbeheer met de vraag of ik misschien gebeld had. Deze vraag leverde enige hilariteit op en de meneer van parkeerbeheer gaf te kennen dat hij graag wilde mee lachen. Dat mocht. Tenminste als hij eerst de paaltjes wilde verwijderen. Dat wilde hij wel. Jammer alleen, dat hij ook al niet over de juiste sleutel beschikte om de paaltjes te verwijderen.

Vijftien minuten later kwam er nieuwe hulp opdagen, jawel, dit keer in de gedaante van de echte politie. Zij hadden begrepen dat ik, etc., etc. Ja, ik wist dat ik hier niet mocht staan. Daarom had ik ook. Ja, dat begrepen ze. Nee, een bekeuring wilden ze me niet geven. Ondertussen was de auto praktisch leeg - iedereen was in de hoogste versnelling aan het werk gegaan. Ook de echte agenten konden de paaltjes er niet uitkrijgen.

Daags na de verhuizing schreef ik een briefje aan de Verkeerspolitie. Of ze zo vriendelijk wilden zijn m'n geld voor de ontheffing terug te storten. Het is immers zoiets als naar de bakker gaan, schreef ik, een brood bestellen, keurig betalen en vervolgens geen kruimel geleverd krijgen. Inmiddels is het januari. Van de verkeerspolitie heb ik taal noch teken vernomen.