NOOIT ZEUREN, GEWOON SCHAATSEN

Jelmer Beulenkamp debuteerde in het weekeinde in Helsinki als lid van Jong Oranje bij het Europees kampioenschap allround. Hij eindigde als zesde. Een 'guppie' in Finland.

Helsinki zal altijd in Jelmer Beulenkamps herinnering blijven. Niet omdat hij er de majestueuze kathedraal zag of er de geur snoof van de haven. Sterker nog, het hotel waar de schaatsers verbleven lag zo ver van de bewoonde wereld, dat de charmes van de stad aan de Finse Golf de afgelopen dagen aan hem voorbij zijn gegaan. In een verre buitenwijk van de hoofdstad zette Beulenkamp tussen gevestigde namen als Rintje Ritsma, Bart Veldkamp en Kjell Storelid de eerste schreden op weg naar wat een mooie internationale schaatscarrière kan worden.

Voor velen volkomen onverwacht deed Beulenkamp drie weken geleden in Heerenveen van zich deed spreken bij de NK afstanden. Wie was die snaak die Bob de Jong volslagen verraste en zo overtuigend versloeg op de vijf kilometer? Wie was die jongen aan wie Europees kampioen Ids Postma zijn plaats voor deelname aan het EK allround in Helsinki verspeelde? “Jelmer Beulenkamp, aangenaam.” Geboren te Utrecht, vanaf zijn tweede jaar woonachtig in Amsterdam, sportman in hart en nieren, vorig jaar in het Amerikaanse Butte wereldkampioen bij de junioren en supporter van Feyenoord. “Een karakterploeg. Dat rauwdouwerige, daar houd ik wel van.”

In Helsinki solliciteerde Beulenkamp drie dagen lang naar een plaats in de kernploeg allround. “Ik vind dat hij daar thuishoort”, zegt bondscoach Jan de Kok, die Beulenkamp nu voor het derde jaar in Jong Oranje begeleidt. “Aan het begin van het seizoen hadden we ons het EK als doel gesteld. Hard rijden en dan zou het EK vanzelf komen.”

De leerling van Leen Pfrommer herinnert zich nog goed wanneer hij Beulenkamp voor het eerst zag rijden. “Een jaar of vijf geleden in Inzell. Hij reed de 1.500 meter toen al in 2.04, een hele goeie tijd voor een B-junior. Het was een eigenzinnig mannetje. Bij de training hing hij daar maar een beetje rond. Hij deed niet zoveel en ik vroeg me af wat hij daar te zoeken had. Maar tijdens de wedstrijd stond hij er. Zulke jongens, daar kun je wat mee.”

Zesde werd Beulenkamp bij het EK in Finland, één plaats achter Falko Zandstra. “De klassering interesseert me niet zoveel”, zei de schaatser vooraf. “Elke plaats is mooi, zolang ik maar niet bij de laatsten zit.” Zelfs een podiumplaats behoorde vooraf tot de mogelijkheden, maar met een slechte 5.000 meter, al op de eerste dag van het EK, sneed Beulenkamp zich in zijn vingers. Net als in zijn race tegen Bob de Jong in Heerenveen ging hij er razendsnel vandoor. Dit keer moest hij zijn inspanningen bekopen met een terugslag in het tweede deel van de race. “Het ging verraderlijk gemakkelijk”, zegt hij over zijn eerste rondjes op de vijf kilometer in Helsinki. Van jeugdige overmoed was geen sprake, meent hij. “Eerder jeugdige onervarenheid.”

Hoe leergierig Beulenkamp is, ondervond Rintje Ritsma al op de eerste dag van de EK. Beiden reden 's avonds laat in het hotel met de racefiets op de rollerbank. Ritsma op zijn eigen tweewieler, Beulenkamp op de voor hem te kleine fiets van Sijtje van der Lende, bondscoach van de vrouwenploeg. “Hij wilde zijn eigen fiets niet meenemen naar Finland, omdat hij bang was dat die tijdens de reis schade zou oplopen”, zegt De Kok. “Maar hij zal zich moeten realiseren dat het niet z'n mooie fiets is maar zijn gereedschap.”

Nadat Ritsma en Beulenkamp vele denkbeeldige kilometers hadden weggetrapt, vroeg Beulenkamp zijn ervaren collega de hemd van het lijf. Over techniek, voorbereiding, krachttraining; kortom alles wat met schaatsen op topniveau te maken heeft. Hij laafde zich aan de wijsheden van de kampioen, als een spons zoog hij Ritsma's woorden op. Beulenkamp: “Ik kom net om 't hoekie kijken en hij draait al een jaar of zeven mee in het circuit.”

“Van elf tot twaalf hebben we gebabbeld”, zegt Ritsma over de tête-à-tête met Beulenkamp. “Hij is serieus met zijn sport bezig en dat waardeer ik enorm. Hij staat hier toch maar en hij bewijst dat hij met druk om kan gaan.” Ritsma herkent zichzelf wel een beetje in de jonge hond. “Een vrij rustige jongen; ik ben ook niet zo druk.”

Bondscoach De Kok prijst op zijn beurt de manier waarop viervoudig Europees kampioen Ritsma “een jong guppie als Jelmer erbij heeft gehaald, al vanaf het moment dat hij zich voor de EK had geplaatst”. Ritsma hield de nieuwkomer nauwkeurig in de gaten, ook in kleine dingen, bijvoorbeeld om te waarschuwen dat de bus van of naar het hotel vertrekt.

Jelmer leeft voor de sport. Zijn vader probeert dat op de tribune van het Oulunkylä-stadion duidelijk te maken door een opsomming te geven van Jelmers staat van dienst. Natuurlijk kan het allemaal nog beter, technisch en lichamelijk. “Hij mist de kracht nog, vooral in zijn benen”, zegt hij vlak nadat Jelmer op een mooie zondagmiddag bij de tien kilometer in zijn rit tegen Falko Zandstra in 15.05,72 minuut over de finish is gegaan.

Aan zijn langebaancarrière ging een periode als shorttracker vooraf. “Bij de NK voor junioren is hij een keer tweede geworden”, zegt vader trots. “Toen hij bij het gewest op de langebaan schaatste, was dat nog wel te combineren, maar toen hij naar Jong Oranje ging, was het afgelopen. Daar vonden ze dat te riskant.” Vallen is immers inherent aan het shorttrack.

“Jelmer doet altijd wel iets onverwachts.” Jan de Kok vertelt in de luwte van de Oulunkylä-ijsbaan over de aangename uitschieters van zijn pupil. Over die keer in het trainingskamp in Inzell bijvoorbeeld, vorig jaar oktober. “Peter Mueller was daar ook met zijn sprintploeg en vroeg of ik een paar jongens had om een wedstrijdje te rijden. Drie jongens liepen zich vervolgens warm langs de baan, terwijl Jelmer gewoon met zijn handen in zijn zak bleef staan. Vervolgens rijdt ie wel 1.54 op de 1.500 meter.”

Als de gedreven Beulenkamp in het voorjaar niet promoveert naar de kernploeg of al na een jaar uit de kernploeg valt, ligt een verlengde carrière als marathonschaatser in het verschiet. Behalve shorttracker was Beulenkamp in zijn jongere jaren ook actief marathonschaatser. “Veertien was ie”, herinnert vader Beulenkamp zich. Marathonschaatser Hans Pieterse, die op dinsdag in Utrecht tegelijkertijd met Beulenkamp traint, laat geen gelegenheid onbenut om de talentvolle langebaanschaatser te vragen de overstap naar het marathonschaatsen te maken.

Van de marathonschaatsers heeft Beulenkamp het ongecompliceerde adagium van “niet zeuren maar schaatsen” meegekregen. Waar bijvoorbeeld Falko Zandstra tijdens het EK jammerde over de harde wind die hem zaterdag op de 1.500 meter parten had gespeeld, hoorde men Beulenkamp de weersomstandigheden niet als excuus aanvoeren. Bondscoach De Kok: “Jelmer hoor je niet over de wind. Die was op de 1.500 meter alleen maar bezig met de vraag hoe hij Adeberg kon verslaan.” Op de metrische mijl reed Beulenkamp zijn beste race van het EK, beloond met een vierde plaats.

Anderhalve week geleden had Beulenkamp nog zijn rondjes gereden in storm en regen op de buitenbaan in Haarlem. “Jan de Kok was toen al bij de NK sprint in Groningen. Ik had tegen mezelf kunnen zeggen, 'doe het maar wat rustiger aan, want Jan ziet het toch niet', maar dan ben je verstoppertje met jezelf aan het spelen. Hier heb je met die wind en die sneeuw kunnen zien hoe belangrijk zo'n training is.”

Aan het einde van het Europese kampioenschap staat Beulenkamp met zijn handen in de zak langs de baan. Hij loopt naar het ijs, om maar niets te hoeven missen van de huldiging van Rintje Ritsma. Als het Wilhelmus klinkt, haalt de EK-debutant de handen uit de broekzak. Opnieuw doet hij iets onverwachts. Terwijl de lippen van de meeste Nederlanders op elkaar blijven, zingt Jelmer Beulenkamp het volkslied mee, het hoofd fier omhoog, de blik gericht op de Nederlandse vlag.