MISATO MOCHIZUKI OVER Akiyoshidai

Akiyoshidai: Nieuwe muziek uit Japan door het Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard: 13/1 Paradiso Amsterdam; 14/1 Theater a/h Vrijthof Maastricht; 18/1 Oosterpoort Groningen; 20/1 De Vereeniging Nijmegen; 22/1 Paradijskerk Rotterdam. Inl.: (020) 6202331.

AMSTERDAM, 12 JAN. “De eerste keer dat ik naar Akiyoshidai ging, was het nog een klein festival voor moderne muziek met slechts twee Europese gasten. In de negen jaar dat Akiyoshidai nu bestaat is het uitgegroeid tot een gigantisch festival, dat gefrequenteerd wordt door vele vooraanstaande Westerse componisten en musici. Toch heeft het festival in alle opzichten zijn perifere karakter behouden. Het vindt plaats in Yamaguchi (Zuid-Japan), ver buiten Tokio dus, het centrum van het Japanse muziekleven. En de artistiek leider, componist Toshio Hosokawa, wordt nog altijd scheef aangezien door de bestuurders van de officiële muziekinstituten.”

De compositie Si bleu, si calme van Misato Mochizuki (Tokio, 1969) wordt de komende weken gespeeld door het Nieuw Ensemble, dat een programma wijdt aan het Akiyoshidai International Contemporary Music Seminar & Festival. Het Nieuw Ensemble zal tijdens het Akiyoshidai-festival van 2000 als ensemble in residence fungeren. Vooruitlopend op deze samenwerking presenteert het gezelschap vijf van de meest begaafde jonge Japanse componisten. Misato Mochizuki studeerde in 1992 af aan het conservatorium van Tokio en vervolgde haar studie aan het Conservatoire National Supérieure de Musique in Parijs, haar huidige woonplaats.

“Akiyoshidai was de enige plek in Japan waar je kon worden ingewijd in de moderne muziek. Hosokawa nam vaak drie tot zes uur de tijd om me nieuwe muziek te laten horen en over de mijn stukken te discussiëren. Hij pushte mij naar Frankrijk te gaan en overlaadde me met adviezen. Ik moest vooral niet verlegen zijn, snel zien te integreren - wat vooral betekende andere Japanners vermijden - en ik moest in contact zien te komen met goede musici. Stuk voor stuk bruikbare adviezen.

“Mijn stijl is snel geëvolueerd sinds ik in Parijs woon. Ik hanteer een westers idioom en schrijf voor louter westerse instrumenten. Dat wekt soms verbazing. Bij Aziatische componisten verwacht het publiek altijd een zeker mate van exotisme. Dat was tot voor een jaar of tien ook het geval, maar die tijd is voorbij. Ik ben Japanse, maar ik voel me geen typisch Japanse componist. Ook geen westerse trouwens - meer een universeel componist eigenlijk.

“Mijn compositie Si bleu, si calme gaat over het universum. Ik las eens een interview met een Amerikaanse kosmonaut, waarin stond dat het contrast tussen het aardse blauw en het zwart van de ruimte een overweldigende indruk maakte. Dat verschil laat ik in zekere zin gestileerd horen. Eén van de kritiekpunten van mijn docent Tristan Murail was, dat hij niet altijd het object van mijn muziek kon ontwaren. Daarom gebruik ik in Si bleu, si calme als herkenbaar ritmisch object: tatatá, tatá.

“Het stuk is sterk ritmisch georiënteerd. De musici spelen op kiezelsteentjes, een tamtam wordt in het water gedoopt en ik gebruik zeventien boobams, trommels die je van toonhoogte kunt veranderen. Hiermee kun je hele kleine intervallen realiseren - kwarttonen - die ik als kleur gebruik. Maar als ik vooraf had geweten dat zeventien boobams zó moeilijk bijeen te krijgen zijn en die dingen bovendien zó duur zijn, dan had ik daarvoor toch een ander instrument gekozen.”