M. Butterfly

M. Butterfly (David Cronenberg, 1993, Verenigde Staten), TV10, 21.30-23.20u.

Nog geen jaar geleden veroorzaakte David Cronenberg, bekend van horrorfilms als The Fly en Videodrome, flinke opschudding op het International Film Festival Rotterdam met zijn film Crash, waarin een groepje mensen seksueel opgewonden raakt door het verwrongen staal van autowrakken.

De reacties op M. Butterfly, zijn voorlaatste film uit 1993, waren van een geheel andere orde: juist door het ontbreken van perversiteiten werd de film lauw ontvangen door pers en publiek. In Nederland heeft de film de bioscoop zelfs nooit gehaald, terwijl Cronenberg er toch een knieval naar het grote publiek mee maakt.

Het is op zijn minst merkwaardig te noemen dat Cronenberg zich waagde aan de verfilming van een onberispelijk onderwerp, een exotisch liefdesdrama, met Oscarwinnaars Jeremy Irons en John Lone in de hoofdrollen.

In de meeste films van Cronenberg gaan kilheid en overgave, het staal en het vlees een sinister verbond aan. In M. Butterfly gooit hij die afstandelijke, verontrustende manier van filmen overboord, waardoor identificatie met de hoofdpersonages weer mogelijk wordt.

De passie tussen de Franse diplomaat René Gallimard en een diva van de Chinese opera had dan ook van het doek kunnen spatten. De film verzandt echter in kitscherigheid, waardoor het eigenlijke onderwerp van de film, de kortzichtige Westerse blik op het mystieke Oosten, tegelijkertijd de kritiek op de film vormt.

Een aantal stokpaardjes van Cronenberg schemert desondanks door in M. Butterfly: de onderdrukte (trans)seksualiteit en overtollige woede die zich een weg willen banen naar buiten. In zijn horrorfilms nemen die lust en woede de vorm aan van gemuteerde, moordlustige kinderen en exploderende hoofden, met een welhaast louterend effect.

In M. Butterfly hebben de duistere krachten echter geen kans gezien het uit te schreeuwen. Misschien is het grootste manco van de film dat de hoofdpersonages de grip op hun leven nog niet genoeg hebben verloren.