INTERNATIONALE SPECTATOR

Chinese toorn hoeft geen reden te zijn om te zwijgen over de schending van de mensenrechten in de Volksrepubliek, schrijft prof. P.R. Baehr in het blad Internationale Spectator. Dat besteedt deze maand veel aandacht aan de ontwikkelingen in Oost-Azië.

De (vergeefse) poging van minister Van Mierlo om namens de Europese Unie bij de VN-Commissie voor de rechten van de mens een resolutie in te dienen die China kritiseerde leidde weliswaar tot tijdelijke bevriezing van de economische en politieke betrekkingen met Peking, maar dit lijkt geen blijvende schade te hebben toegebracht aan de Nederlands-Chinese verhoudingen. Overigens ontbreekt het op Buitenlandse Zaken nog altijd aan een duidelijk Azië-beleid, zoals was aangekondigd in de nota Herijking, constateren Duco Hellema en Mei Li Vos. Azië is vooral de zorg van Economische Zaken, dat nog altijd hoge verwachtingen heeft van het gebied, ondanks de recente economische stagnatie. De auteurs wijzen er op dat, ondanks de groei, de omvang van de export naar China nog altijd uiterst beperkt is.