Het laatste woord

In het bijna post-christelijke Nederland is doodgaan en wat daarop volgt het onderwerp van een fantasievolle, commerciële cultuur geworden. Er is sprake van een funeraire cultuur, een begrip dat vijfentwintig jaar geleden in de Van Dale nog totaal onbekend was. Het gonst nu van de funeraire activiteiten.

Er zijn diverse uitvaartwinkels, ritueelbegeleiders, funeraire sprekers en muzikanten, rouwbrievenschrijvers, kistenmakers, grafkunstenaars, uitvaartfotografen en ontwerpers van herdenkingslichtjes en -sieraden.

En wie niet weet wat te zeggen bij het overlijden van vader of moeder, kan sinds kort een beroep doen op het 'educatief maatschappelijk servicebureau' van de vennoten Koek en Korstanje in Twente. Zij zijn actief zijn op het gebied van 'religieuze dienstverlening' bij begrafenissen en crematies.

Niet dat de activiteiten van hun bureau volstrekt nieuw zijn, op diverse plaatsen zijn er al actieve ritueelbegeleiders. Nel Korstanje is lerares Nederlands en zij vindt dat haar taalvaardigheid en haar didactische vaardigheden goed van pas komen. Haar vennoot Bert Koek is predikant. Door zijn beroep is hij reeds lang min of meer deskundig op het terrein van zingeving en troost, en heeft hij weet van het hoe en wat bij overgangsrituelen.

Volgens het tweetal hebben veel mensen tegenwoordig nauwelijks een band meer met een of andere kerk, maar desondanks zien Korstanje en Koek nog wel vaak een uitgesproken religieus-godsdienstige oriëntering.

Vooral op ogenblikken dat er een laatste woord moet worden gesproken, komt dat naar voren. Dan wordt dikwijls opnieuw de behoefte gevoeld om voor zichzelf of een overleden ouder weer vorm te geven aan een religieus getint afscheidsritueel.

In een paar jaar tijd lijkt alles wat te maken heeft met sterven en afscheid nemen en met cremeren dan wel begraven, min of meer 'doodgewoon' te zijn geworden. Zelfs is er een blad met die naam. Ook bestaat sinds 1995 een bijzonder actief netwerk van uitvaartvernieuwers, een vereniging die circa vijftig mannelijke en ruim honderd vrouwelijke leden telt. Uiteraard zijn deze vernieuwers ook op Internet (http://www.uitvaart.org) te vinden. En als de dode allang begraven of gecremeerd is, is het nog mogelijk een bijzonder grafmonument of smaakvolle grafomranding te kiezen.

Voor wie werkelijk alles op dit gebied wil weten, is er het Handboek over sterven, rouw en dood. Ook worden er internationale congressen (over bijvoorbeeld crematie en milieu) en andere uitvaartontmoetingen gehouden.

Koek: “Voor ons begon het ermee dat het lokale uitvaartwezen op mij als predikant een beroep ging doen om in bijzondere gevallen in te springen. Want veel mensen kennen geen dominee of geestelijke meer en willen die ook niet meer kennen, maar ze hebben er op de dieptepunten van het leven toch weer een nodig. Maar dan is er vanwege de kerken niemand beschikbaar voor mensen van buiten de kerk. Dan schiet die dienstverlening tekort en gebeurde het meer dan eens dat een begrafenisondernemer mij belde om bij een uitvaartplechtigheid namens de nabestaanden een laatste woord te spreken. Of dat me gevraagd werd om familieleden een handje te helpen om bij een afscheidstoespraak de juiste woorden te vinden. Vanuit die ervaringen is vorig jaar, sinds ik na een vervelende affaire hier in Hengelo als predikant niet meer aan een plaatselijke kerk ben verbonden, ons bureautje ontstaan.”

De dominee die bijna dertig jaar remonstrants predikant in achtereenvolgens Rotterdam-West, Oosterbeek, Leiden en Twente is geweest, zou het doodzonde vinden om zijn pastorale professionaliteit aan de wilgen te hangen. Hij wil die blijven aanbieden en gebruiken, want “je bent nu eenmaal predikant voor iedereen”.

Over het hele land zouden hij en zijn compagnon een 'kwaliteitsnetwerk' willen opzetten. Niet als concurrenten van andere geestelijke verzorgers, maar omdat mensen, ook al zijn ze heel ver van God en van het geloof afgedwaald, toch behoefte aan speciale rituelen hebben. En veel tijd hebben de nabestaanden niet. In vijf dagen moet een uitvaart kant en klaar geregeld zijn. Daar kunnen mensen wel enige hulp bij gebruiken.

Nel Korstanje en Bert Koek willen mensen niet alleen een helpende hand bieden, zij hebben van hun bijzondere dienstvaardigheid ook een betaalde activiteit gemaakt. Tegen welk honorarium willen ze liever niet zo maar zeggen. Naar hun zeggen gaat het om een onderdeel van het verzekeringspakket dat een uitvaartonderneming veelal biedt. Overigens laten ze er geen misverstand over bestaan dat hun tarief wel wat hoger is dan de honderdvijfentwintig gulden plus de vergoeding van reiskosten die een predikant voor een gewone preekbeurt ontvangt.