Hannah Belliot: geloven in je eigen roots; 'Mannen voelen dat ik niet het type ben dat flauwvalt'

Vrijwel zeker wordt PvdA- lijsttrekker Hannah Belliot de eerste zwarte 'burgemeester' van de Bijlmer. Als iemand Zuidoost- Amsterdam uit de misère kan halen, menen betrokkenen, dan is zij het. “Ze werkt vanuit een groot zelfbewustzijn, niet vanuit frustraties.”

Als kleuter van vier was ze al beroemd om haar stemgeluid. Regelmatig werd ze uit de klas gehaald en ergens op een kruk gezet om te zingen voor een jarige juf. Dan droeg haar stem ver door de gangen. Maar haar vader hoorde haar niet graag zingen. Hij had andere plannen. Zelf had hij zich uit de binnenlanden van Suriname losgemaakt en het geschopt tot topambtenaar. En het stond voor hem buiten kijf dat hij de mooiste en slimste dochter van de hele wereld had. Er was niets wat zij niet zou kunnen.

Vorige maand werd Hannah Belliot gekozen tot lijsttrekker van de PvdA in Amsterdam Zuidoost - het mediagenieke stadsdeel van Amsterdam waartoe ook de Bijlmer behoort. Een stadsdeel met grote sociaal-economische problemen en een ambtelijk apparaat dat bekendstaat om zijn onkunde. De PvdA is er traditioneel de grootste partij en Belliot zal daarmee vrijwel zeker voorzitter van het stadsdeelbestuur worden. Ofwel in de volksmond de eerste zwarte 'burgemeester' van de Bijlmer. En nog vrouw ook.

Hannah Belliot heeft zich altijd gespiegeld aan mannen. Als klein meisje bestudeerde ze nauwlettend het gedrag van haar vader en de meesters voor de klas. Op school was ze redelijk dominant en niet te beroerd om na schooltijd met de vuisten even iets recht te zetten. Als ze het nu moeilijk heeft, knalt ze er bij voorkeur psalm 104 en 106 uit het oude testamant uit, over de grote veldheer Josafat die het af en toe ook niet makkelijk had. En in navolging van president Kennedy ('Don't ask what your country can do for you, but what you can do for your country') legt ze een grote verantwoordelijkheid bij de burgers zelf: “Wat ik voor de Bijlmer ga doen? Wat ga jij voor mij doen?”, zegt ze als ze bij een tramhalte wordt aangesproken.

Hannah Belliot groeide op in Paramaribo in wat zij zelf noemt “een goed gebalanceerd gezin”. De taakverdeling was duidelijk. Moeder was een “heldere huisvrouw”, vader “een verantwoordelijk huisvader maar in de eerste plaats carrièreman”. Het gezin had “veel oog voor materieel welbehagen”. Op haar achttiende kwam Belliot vanuit Paramaribo naar Nederland. Ze studeerde pedagogiek in Utrecht. Haar vriendje met wie ze in Suriname naam had gemaakt als gospelduo kwam een paar jaar later. Ze gingen samenwonen en niet veel later trouwen toen bleek dat Hannah zwanger was.

Van de strijd van haar medestudenten om baas in eigen buik te zijn begreep ze overigens maar weinig. Het huwelijk als “religieus bindend orgaan om seksuele voortplanting te reguleren” was haar vreemd. De seksuele revolutie vond ze “bijna een vorm van zelfkwelling”. “Wij hadden een relatief grote vrijheid in het kiezen van partners. Sommige vrouwen hadden tien kinderen bij zes verschillende mannen. Het ging er mij juist om die man op zijn verantwoordelijkheden te wijzen.” Negen jaar geleden is ze - “een moeilijke keuze” - van haar man gescheiden. Haar drie kinderen (een zoon van inmiddels 27 en twee dochters van 22 en 19) heeft ze daarna alleen opgevoed.

Na haar studie werkte ze als onderwijzeres. Later werd ze coördinator van de vakgroep agogische wetenschappen van de Hogeschool in Amsterdam en manager bij het Pedagogisch Psychologisch Instituut dat zich ontfermt over jongeren met leer- en gedragsproblemen. Verder zit ze in het bestuur van een grote woningcorporatie en van een organisatie voor het openbaar onderwijs in Zuidoost. Ze kent iedereen, van intellectuelen tot rastafari's uit de hoogbouw. Alleen - van politiek had ze zich altijd verre gehouden. Totdat Wouter Gortzak aan haar ging trekken. De voorzitter van de PvdA in Amsterdam Zuidoost en kandidaat voor de Tweede Kamer had gezien hoe in Zuidoost D66 uit elkaar was geklapt door de strijd tussen zwart en wit. Dat wilde hij bij de PvdA voorkomen. De partij moest wat hem betreft in de volgende raadsperiode voor de helft uit “blacks” en voor de helft uit “whites” bestaan en bij voorkeur een zwarte lijsttrekker hebben. Gortzak ging op zoek naar “capabele blacks”. Een welzijnswerker attenteerde hem op Belliot.

Gortzak was meteen onder de indruk. “Een fantastisch wijf”, zegt hij. “Wat een charisma heeft die vrouw.” Aan haar carrière als gospelzangeres heeft ze volgens hem “een grote toneeluitstraling” overgehouden. En: “Ze is zeer betrokken bij alles wat black is en kan tegelijkertijd ook heel makkelijk in de witte samenleving opereren. Ze werkt vanuit een groot zelfbewustzijn, niet vanuit frustraties.”

Maar Belliot had geen zin. Ze wilde liever promoveren op de positie van de creoolse man na drieënhalve eeuw slaveneconomie. De belangrijke aanwezigheid in haar jeugd van haar vader deed haar zoeken naar een verklaring voor de afwezigheid van de man in veel creoolse gezinnen. “Vrouwen en mannen werden los van elkaar verkocht. Hoe kan er dan een familieband ontstaan?” Over hetzelfde onderwerp bereidt ze momenteel een bioscoop-documentaire voor. Ze is ook nog bezig aan een roman. Financieel gezien was de politiek ook weinig aantrekkelijk.

En er was nog iets. In gesprekken over de politieke strategieën van zwarten in Amsterdam Zuidoost valt altijd de term 'krabbenmand'. Wie boven aan de rand komt, wordt door de anderen weer resoluut naar beneden getrokken. De roddel en achterklap schrikten haar af. Daar wilde ze haar gezin niet aan bloot stellen.

Maar inmiddels was Gortzak er volledig van overtuigd geraakt: als iemand Zuidoost uit de misère zou kunnen halen, dan was zij het. Hij probeerde “alles wat hij aan verleidingstrucs in huis had”. Was zij niet ook van mening dat het zo niet verder kon in Zuidoost? Vond zij ook niet dat het bestuur een betere afspiegeling van de bevolking moest zijn? En was ze het dan niet met hem eens dat je daar de beste voor nodig hebt? Moest ze dan niet haar verantwoordelijkheid nemen? Belliot liet zich overhalen.

Het begon meteen. Een anonieme brief op postpapier van het Surinaams cultureel centrum Kwakoe “betreft Drs. H. Belliot”: “Onbetrouwbaar tot op het bod. Manipuleert en chanteert. Heeft samen met drs Burleson (deelraadswethouder financiën, red.) subsidies van het stadsdeel Zuidoost verduisterd. Werkt samen met witte om eigen doel te bereiken en verraad daarbij zwarten met satanisch gemak.” Later volgde de laster over haar betrokkenheid bij de handel in kinderporno en de verkoop van scripties op de Hogeschool. Een week voor de officiële kandidatuur was er weer een anonieme ansichtkaart: “Hoe hoger ze klimt, hoe verder ze kan donderen. Daar zullen wij wel voor zorgen.” Het laatste verhaal dat de ronde doet is dat haar lijsttrekkerschap een geraffineerde truc van Gortzak is. Hij heeft haar met geen ander doel naar voren geschoven dan de witte heerschappij in stand te houden. Als ze eenmaal voorzitter van de deelraad is zal ze snel gewipt worden om “iets uit haar verleden” en opgevolgd worden door de witte nummer twee op de lijst. En o ja, ze heeft ook een lesbische relatie gehad met Ien Dales. Om van het gezeur af te zijn heeft Gortzak een ding nagetrokken, dat van die kinderporno. Het bleek niet te kloppen.

Bij Belliot kwam af en toe dat gevoel van vroeger weer: gewoon even er op los slaan. Maar Gortzak bezwoer haar dat negeren het beste antwoord was. Belliot was “buitengewoon geschrokken” van de roddels, zegt ze. Ze ging zich afvragen of ze er goed aan had gedaan de politiek in te gaan. Inmiddels heeft ze zich hernomen. “Dat is ook het masculiene in mij. Ik weet: het gaat niet over mij, het gaat tegen mij.” En “natuurlijk” kwamen de roddels en aanvallen van mannen. “Mannen kunnen mij genadeloos aanvallen. Ze voelen intuïtief aan dat ik niet het type vrouw ben dat flauwvalt.”

Ook de mannen in haar eigen partij. De kandidatenlijst waarop zij nummer 1 stond zorgde voor veel wrijving. Oudgedienden voelden zich aan de kant gezet door nieuwe mensen zonder enige politieke ervaring. Er werd bovendien getwijfeld of Belliot - zelf een gescheiden moeder (en oma) - wel een goed rolmodel zou zijn voor de alleenstaande moeders in de Bijlmer hoogbouw. Er verscheen een alternatieve lijst waar Belliot op de vijfde plaats stond. “Op een totaal vernieuwde lijst zag ik mevrouw Belliot niet functioneren”, zegt partijgenoot H. Dors die nu zelf op nummer 11 staat maar op de oorspronkelijke lijst op een onverkiesbare plaats. “Het is belangrijk dat ze kan terugvallen op ervaren mensen. We praten hier wel over iemand die voorzitter van een stadsdeel kan worden, dat is wel even wat anders als wethouder.” Dors, die in Paramaribo op de basisschool nog les heeft gegeven aan Belliot, zegt overigens zijn nieuwe lijsttrekker “niet goed te kennen”.

De interne strijd heeft de PvdA geen kwaad gedaan. Terwijl de tegenstanders van Belliot hun boodschap via de lokale radio verkondigden, trok ex-topsprinter en campagneleider S. Monsel met zijn team de wijk in. “Tachtig procent van de vrouwen in de Bijlmer hoogbouw is gescheiden of alleenstaand. Daar zit een enorme solidaire kern. Die zijn zich opeens voor de politiek gaan interesseren. Zo van: wat kan die vrouw voor ons betekenen?” In zes weken tijd groeide het ledenaantal van de PvdA in Zuidoost volgens Monsel van 437 naar bijna 650.

Mensen die met haar hebben gewerkt noemen vooral haar inspirerende kracht. “Zet haar voor een zaal met mensen en ze weet een groot deel zo te inspireren dat Emile Ratelband er nog een puntje aan kan zuigen”, zegt regiomanager van het PPI H. Verkruijssen. “In elk gesprek valt wel drie keer het woord empowerment”, zegt B. Kappers van productiemaatschappij Swynk die haar film gaat produceren. Empowerment. Geloven in je eigen roots. Niet de knoop van de schuldvraag proberen te ontwarren, maar onderkennen dat drieënhalve eeuw slavernij nu eenmaal zijn sporen heeft nagelaten. Het onvermogen tot samenwerken, het weglopen voor verantwoordelijkheid, het ontbreken van loyaliteit, het is volgens Belliot allemaal te verklaren uit de geschiedenis van de slaaf die “alleen heeft gewerkt ten faveure van de economie van de meester”. Dat is vandaag de dag niet het probleem van de witten, dat moet de creoolse gemeenschap zelf oplossen.

Belliot weigert de problemen in de Bijlmer als een etnisch probleem te zien. Het is een klassenprobleem. Dat er nou toevallig zoveel migranten in de Bijlmer wonen is “een toevalligheid”. En juist omdat ze met zovelen zijn moet het volgens haar toch mogelijk zijn iets aan de situatie te veranderen. “Hannah straalt dat moederschootgevoel uit om iedereen weer aan tafel te krijgen”, zegt welzijnswerker M. Hupsel. “Af en toe een aai en af en toe een klapje.” En: “Iedereen in de Bijlmer wil directeur zijn. Niemand wil schoonmaken. Hannah wil schoonmaken.”

Als ze in de metro of op straat jonge kinderen alleen ziet rondzwerven, stapt ze er meteen op af, zegt J. Windsak die op het PPI onder Belliot werkte. Moeten jullie niet naar school? Waar is je moeder? Hebben jullie al gegeten? Als dat niet het geval blijkt te zijn, koopt ze een broodje voor ze. En die keer dat een jongen niet naar school kon omdat hij op zijn kleine broertje moest passen, heeft Belliot de kinderwagen in haar kantoor gezet en de jongen naar school gestuurd.

Belliot houdt van succes. Ze doet graag de dingen waar ze goed in is. Maar wat haar niet interesseert laat ze liever voor wat het is. “Met de interne organisatie bemoeide ze zich zo min mogelijk”, zegt PPI-manager Verkruijssen. “Haar kracht lag als afdelingshoofd ook niet in het bewaken van haar budget.” Een voormalige medewerker van Belliot herinnert zich de ruimte die het personeel kreeg om klaslokalen in te richten. “Bestel maar wat je nodig hebt, zei ze dan.”

Belliot houdt niet van wachten. In de tijd tussen schmink en opname voor een lokaal tv-station gaat haar gezicht al maar bozer staan. Het duurt allemaal te lang. Ze hoeft zelf niet zo nodig op televisie, in de krant, of erger nog: op de foto. “Hoe houdt Kok dit allemaal vol?”, vraagt ze zich wel eens af. Dagelijks staan er een stuk of wat omroepen op haar antwoordapparaat. De uitnodigingen om te spreken op congressen houdt ze al niet meer bij. Af en toe gaat de stekker eruit om met haar kinderen hand in hand op de bank televisie te kijken en te zingen.

“Soms heb ik het gevoel dat ik weer uit de klas ben geplukt om op dat krukje te gaan staan”, zegt ze zelf. “Er zal dus wel wat aan de hand zijn.”