Elegant 'Hartzeer' is te zwaar van toon

Voorstelling: Hartzeer van Marivaux door Het Nationale Toneel/Fact. Regie: Rob Ligthert. Vert. Frank Albers. Decor: Matt Vermeulen. Kostuums: Dorien de Jonge, Mariëlle Beemster. Spel: Menno van Beekum, Antoinette Jelgersma, Mijs Heesen, Folmer Overdiep e.a. Gezien: 9/1, De Regentes, Den Haag. Aldaar: t/m 7/2. Tournee: t/m 14/3. Inl. (070) 361 51 11.

Pierre Carlet de Marivaux (1688-1763) is naar eigen zeggen nooit een 'literaire aap' geweest: van navolging of imitatie moest hij niets hebben. Hoewel voornamelijk een blijspel-schrijver zag hij niets in de farce van Molière, maar ook de dramatische patstellingen van Racine waren niet aan hem besteed. Met Racine heeft hij wel zijn precisie van stijl en constructie gemeen, maar aan het roestvrijstalen noodlot onderwerpt hij zijn personages niet. Ze moeten een crisis doormaken - die de schrijver benut om zijn psychologisch inzicht en zijn literair vernuft te tonen - maar de afloop is onveranderlijk goed.

Zo ook in Le prince travesti ou l'illustre aventurier (1724), door Frank Albers vrij maar juist vertaald met Hartzeer. Onder die titel wordt het stuk nu opgevoerd in de regie van Rob Ligthert in een co-productie van Het Nationale Toneel en Fact, dat jonge regisseurs kansen biedt. Aardig is dat Hartzeer, zeker in vergelijking met andere stukken van Marivaux als Le jeu de l'amour et du hasard en Les fausses confidences, vrijwel onbekend is.

Ook in Hartzeer geven de problemen van de personages aanleiding tot exercities in redeneerkunst, die uitmonden in vreugdevolle inkeer. Een prinses heeft haar zinnen gezet op een man, die verliefd is op haar, ondergeschikte, vriendin. Hoe moet dat nu. Schrik, vertwijfeling, list en bedrog (met name van de bij Marivaux steeds terugkerende, aan de commedia dell'arte ontleende Harlekijn-figuur) zijn het gevolg. De prinses doet uiteindelijk een concessie, die ook voor haar allervoordeligst uitpakt. Aldus zet Marivaux niet alleen de wetten van de liefde op losse schroeven, maar ook die van de sociale rangorde.

Regisseur Ligthert zet in samenwerking met decorontwerper Matt Vermeulen en kostuumontwerpsters Dorien de Jonge en Mariëlle Beemster een te zware toon. De handeling, als dat woord van toepassing is op alle geredekavel, speelt zich af in een antraciet- en bruinig-getint, gewelfd zoldervertrek. Een rond raam in de vloer suggereert dat zich eronder het eigenlijke, elegante paleis bevindt, maar daardoor is des te moeilijker te begrijpen waarom de personages (gestoken in donkere kledij die eerder aan de Middeleeuwen dan aan de Renaissance doet denken) elkaar treffen op deze boerse en oncomfortabele plek. Misschien wil Ligthert de heimelijkheid van sommige ontmoetingen benadrukken, maar bij andere confrontaties (zoals met de gezant van een koning) past dat helemaal niet.

Consequent van stijl is Ligtherts enscenering intussen wel. De mise-en-scène en het spel zijn ingetogen, op het afgemetene en stijve af. Antoinette Jelgersma maakt van de prinses een zorgelijk personage, al te kil en schril, gezien haar vlammende hartstocht. Menno van Beekum als de inzet van de rivaliteit is vlakke wellevendheid en Kees Coolen als de naijverige raadgever is wel brallerig maar te weinig malicieus. Alleen Arlette Weijgers als de vriendin van de prinses permitteert zich een eigen stijl, met een kolderiek opgestuwde boezem die meedeint op de golven van haar emoties en ook Folmer Overdiep als Harlekijn toont een prettig soort bandeloosheid.

Maar lichtvoetig, onderhoudend en elegant maken deze twee uitzonderingen de voorstelling niet. Misschien hoeft dat niet, maar een duidelijke andere kwaliteit dan enigszins angstige zorgvuldigheid heeft Ligtherts enscenering ook niet.